|
|
|||
|
Weg met dat engelenhaar. We zaten net gezellig samen wat te eten en ik wilde er wat te drinken bij halen, dus stond ik op om naar de keuken te lopen. Als ik niet was opgestaan, had ik hem nooit gezien. Midden op straat liep een klein hondje, helemaal alléén. Het was zo'n klein gevalletje dat in die dagen razend populair was, namelijk een Yorkshire Terriër. Ongeveer half Nederland had toen wel zo'n dreumes in huis gehaald, om vooral toch maar met de mode mee te doen. Door de grote vraag waren de prijzen voor zo'n zwabber op korte pootjes enorm gestegen. Dus was het heel vreemd, dat zo'n kostbaar kleinood zomaar alleen buiten liep. Stel je toch eens voor dat er een auto aankomt Oei, gauw naar buiten dan maar, want platte hondjes zijn helemaal niet leuk. Om hem naar mij toe te lokken wilde ik m'n eigenste vuilnisbak mee naar buiten nemen. Want honden lok je met honden, dus pakte ik de ketting en onze brave liep gewoontegetrouw mee.
Terwijl ze samen door de kamer aan het spelen waren, dacht ik opeens aan de gevolgen die het zou kunnen hebben, als ik hem uit zou laten. Iemand zou heel hard kunnen gaan roepen: "He !! Jij hebt mijn hondje gestolen !!" In gedachten zag ik mezelf al op het politie bureau zitten, dus vond ik het beter om zelf maar de afdeling gevonden honden te bellen. De telefoonjuf vroeg me het hemd van het lijf en ook om het hondje te beschrijven. Nou dat was makkelijk: "Lange haren, korte pootjes, een neusje als een dropje, net zoals alle Yorken. maar voor de eigenaar alleen herkenbaar aan de kleur van het knippie in de voorhoofdharen." Tja, zet vijf zwabbers in de keuken naast elkaar en zoek dan de jouwe er maar eens uit. Iedere York-bezitter heeft zo zijn eigen kleurherkenning, denk ik. Snel ook naar Amivedi gebeld en klaar. De dagen gingen voorbij en er gebeurde niets. De dreumes gedroeg zich voorbeeldig, maar kromp ineen zodra er een hand op hem af kwam. Kennelijk een trauma, van de vorige baas overgehouden. "Wie slaat er nou zo'n hummel," dacht ik en stilletjes hoopte ik dat er nooit meer iemand om hem zou komen. Allerlei namen had ik al voor hem in petto. Alle A's, O's en E's als klank uitgeprobeerd, maar hij reageerde nergens op. Op een gegeven moment zei ik "kom eens kleintje" tegen hem en het bolletjes keek opeens omhoog. Aha !! Iets met een EI erin dus. Zo ontstond de naam Heintje. Grappige naam vond ik, voor die kleine. Drie weken later ging de telefoon, mensen uit de omgeving waren hun hondje kwijt. Ohh help! Even schoot het door mijn hoofd te zeggen, dat hij was ontsnapt. Gewoon uit angst om hem weer af te moeten staan. Toen de mensen kwamen kijken bleek hij het gelukkig niet te zijn. Daarna is er nooit meer iemand om hem gekomen. Bij de dierenarts bleek dat het hondje al ongeveer negen jaar oud was en vermoedelijk hebben ze hem in de vakantieperiode gewoon op straat gezet. Hij had prachtige lange blonde haren, die op de grond vielen. Soms zaten de nagels van zijn achterpootjes er zelfs in vast. Dan gilde hij het uit. Ook het dagelijkse kammen was een ramp, want daar kon dat ouwe lijfje slecht tegen. Opeens dacht ik "Zo nu is het mooi genoeg geweest met dat engelenhaar, weg ermee, mooi is leuk meegenomen maar niet noodzakelijk om van dit hondje te houden". Ik pakte de schaar en heb plukje voor plukje voorzichtig afgeknipt, tot op ongeveer 4 centimeter boven zijn velletje. Toen het klaar was liet ik hem los. Ha, ha, ha, prachtig !!!! Het ouwetje rende van blijdschap alle kanten uit en zag eruit alsof het een puppy was. Eindelijk verlost van al die jaren voorzichtig lopen. Ik heb maar drie jaar van hem mogen genieten, want toen was hij op. Hij werd eerst doof, daarna blind en wist zonder hulp zijn mandje niet meer te vinden. Op een sombere dag ging ik naar de dierenarts en heb m'n Heintje toen naar de hemel gestuurd ... Helga
|