|
Botje bij botje leggen. Met mijn bezoek aan de tandarts werd het begin van een ingrijpende verbouwing
aan mijn kop aangekondigd.
Voordien stond mij echter eerst weer een operatie in het VU te wachten. Alvorens ik onder narcose ging, flitsten bij mij de werkzaamheden onder mijn neus spontaan door m'n hoofd. Beslist de moeite waard, was mij verzekerd, omdat m'n gebit mij m'n leven zou uitdienen. Een onrustig gevoel overviel mij m'n hele verdere leven is mijn gebit nog zo goed, of . m'n leven nog zo kort Wat heeft mijn tandarts bedoeld te zeggen? Het werd mij niet gegund hier nog langer over na te denken. Door het tering gevoel waarmee ik, in de uitslaapkamer, ontwaakte was ik er van overtuigd dat ik in noch de hel, noch de hemel was terechtgekomen. Het recupereren onderging ik routineus. Veel drinken, snel plassen, met benen buitenbord bengelen, absoluut geen pijnstillers nodig willen hebben, om eten vragen en zo snel mogelijk het infuus laten ontkoppelen. Zo maak je dan weer snel je eerste pasjes door de ziekenhuisgang om de dag nadien ontslagen te worden. Bij geen enkele bond heb ik dit ontslag aangevochten. Eén maal weer thuis gekomen komt dan toch een terugslag. Verplicht
bed houden werd naar bed verlangen en slapen zoals er tijden niet werd
geslapen. Als ik nu, enkele dagen na m'n ontslag, de balans opmaak, is
er eigenlijk nog niet veel veranderd. De koppijn houdt aan, nu echter
zichtbaar gemaakt door een,inmiddels slinkend paasei boven mijn rechteroog.
Rusteloosheid en lusteloosheid, iets waarvoor de Chinezen slechts één
woord gebruiken, hebben zich van mij meester gemaakt. Het schijnt er bij
te moeten horen, zo ook de tijd die ik het moet gunnen om te beteren
en
dat moet dan maar. Sowieso was het niet nodig de afspraak met de tandarts
af te zeggen. -0-0-0-
|