|
Ik zoen niet.
Zo was er die keer, toen ik nog bij mijn ouders thuis woonde, dat ik van twee hoog zag gebeuren dat een wegrijdende automobilist, nog al fors een ander geparkeerde auto raakte en doorreed. Zo'n laffe streek kan ik niet hebben. Ik noteerde het kenteken van de weggereden auto en stak dit briefje onder de ruitenwisser van de beschadigde auto. Voldaan over m'n goede daad, viel ik
daar mijn slaapkamer was. Even later stonden er twee levensgrote agenten aan mijn bed. "Of ik dat briefje onder de ruitenwisser had gedaan?" "Ja, maar". "Of ik de bestuurder dan ook ken of zou herkennen?" "Nee, maar". "Dan weten wij genoeg". "Ja maar, moesten jullie mij daar echt 's-nachts om halfdrie voor wakker maken?" "O Ja, sorry voor de overlast, maar wij moeten zoiets tijdens onze dienst nu eenmaal nagaan, alvorens wij morgenochtend de verdachte oproepen. Welterusten verder." Aha, de verdachte mag dus gewoon z'n mandje in. Misschien nog lekker uitslapen ook. Dat moment riep bij mij de gedachte op van een anonieme kliknotitie. Veel later uitgegroeid tot de anonieme kliklijn. Toen was er die keer, dat ik een huis vol visite had, er werd aangebeld en opnieuw twee grote kerels voor mijn deur stonden. "Recherche mijnheer, mogen wij even binnenkomen, voor het stellen van een paar vragen?" "Natuurlijk, maar ik heb visite, zullen we maar even apart gaan zitten". "Helemaal niet nodig mijnheer". Dus leek hun missie een onschuldige. Zij namen plaats in de kring van m'n familie en vrienden. Na ze wat te drinken te hebben ingeschonken, stelden zij mij de verrassende vraag: "Waar was u vorige week zaterdag de gehele dag?" Ik spoog verbouwereerd m'n biertje terug in het glas, keek hen glazig aan en antwoordde naar waarheid, dat ik die dag een fietstocht had gemaakt door de duinen naar Kijkduin en terug. "Daarbij bent u zeker ook in Zeeland geweest?" "Welnee man, dat is alleen heen nog eens 100 kilometer verder van huis." "Dat weet u zeker?" "Watte?" Dat u vorige week zaterdag niet in Zeeland heeft zitten vissen?" "Nee jôh, dat zeg ik toch!" Gelukkig schoot nu mijn vrouw te hulp: "Heren, mijn man zegt toch dat hij heeft gefietst en trouwens, hij houdt helemaal niet van vissen." Pissig zei ik nog:"Wat zijn dit voor verdachtmakingen, in het bijzijn van mijn familie en vrienden? Had het niet wat discreter gekund?!" Zonder daar direct op te reageren, stonden beide misdaadzoekers op, ondanks dat ze net één slok van hun drankje hadden genomen. Wat mij overigens precies één slok te veel was. Bij de deur draaide één van de "nietsvinders" zich om met de woorden: "Sorry, maar we moesten het nou eenmaal zeker weten." En lieten zichzelf uit, ons verbouwereerd achterlatend. Achteraf bleek in Zeeland een naamgenoot een meisje te hebben meegenomen. Vrijwillig, tot genot en genoegen van hun beiden. Ach, jaren later lukte het diezelfde recherche ook niet om vast te stellen, of er drank in het spel was, toen ik mijn auto 's-nachts total loss reed.
in hartje Best, bleven mijn oom en ik buiten op het centrale plein wachten, waarbij wij ons bezighielden met het instellen van de fotocamera. Object in de zoemer opnemen en dan de lens scherpstellen, was mijn eerste les, die prima verliep. Wat we ook in beeld namen, het viel steeds weer haarscherp in te stellen, daar midden op het plein van Best. Eenmaal terug van het weekendje Best, kwam onze buurvrouw aanbellen, met de vraag "of alles goed met ons was". "Ja, Perfect". "Maarre, hebben jullie soms iets uitgespookt?, vroeg zij serieus door. "Hoezo dat, wat bedoel je?" "Nou ja, wij hadden hier zaterdagavond de politie aan de deur, met de vraag, of wij wisten dat de buurtjes in Brabant waren". "Ja, zeiden wij naar waarheid. "Of jullie in een rode Renault 18 reden en of meneer bij de krant werkt. Ook dat bevestigden wij. Dan wisten zij genoeg en vertrokken, zonder maar iets over de interesse in jullie te verklaren", beëindigde onze buurvrouw haar relaas. Terstond nam ik thuis de telefoon en belde de politie, om uit te vinden waarom er naar ons navraag was gedaan. Daar kon niet direct antwoord op worden gegeven, omdat de desbetreffende rechercheur vrij was. "Dan bel je die Sherlock Holms maar thuis op en zorg je ervoor dat hij in no time mij belt om zijn interesse in ons uit te leggen." Verdomd, het hielp, na een kwartiertje had ik de speurneus live aan de telefoon. Hij had niets meer te zeggen, dan dat hij op verzoek van de Politie Best had gehandeld en dat het helemaal niet raar is om navraag bij de buren te doen. De hierop volgende discussie verzandde in zijn domme uitleg dat de recherche onbelemmerd hun werk moeten kunnen doen. Maar
het werd nog gekker.
|