|
| |||||
|
Nazomeren
De reis verliep voorspoedig, vooral ook doordat we in Blangy niet de Franse Slag van 20 meter aanhielden, maar pas na 200 meter rechts afsloegen, om vervolgens niet atheïstisch de kerk links te laten liggen, maar gewoon er, buiten kerkelijk, voor driekwart met een grote boog om heen te rijden. Met al onze Franse muntjes nog in ons bezit, reden we de poorten van Domaine Du Bootsma binnen, Waarna nog één hobbel genomen moest worden. Opnieuw viel het ons Ollanders moeilijk om over de brug te komen. In het vervolg werd met meer succes, de te hoge verkeersdrempel, alleen door auto met chauffeur genomen.
En ja hoor, in Frankrijk zijn die schelpdieren, juist in miniformaat,
van aller grote klasse. Le Tréport verlieten we niet, alvorens het Atlantische
zeezout te hebben opgesnoven en we op een terrasje un pression richting de verorberde
mosselen te hebben gezonden. Menig drankje zou, al was het maar omwille van de
gezelligheid, nadien nog volgen. Inmiddels had Wim zich, via de geldautomaat,
verzekerd van vele Franse muntjes om in het vervolg aan al onze wensen te kunnen
voldoen. Al eerder meenden wij als Ollanders goed aangeschreven te staan. Bijvoorbeeld toen wij het Feodale Chateau De Rambures bezochten en daar met het nodige respect werden gewezen op De Hollandse Tol, in de Bibliotheek. Een Nederlandse speeltafel uit de 19e eeuw en voorloper van de flipperkast. Dat Truus toen ook nog meende dat, de gaten in de omloop van het kasteel bedoeld waren om de vijand met kaas op afstand te houden, waar het gezegde "Ze smelten de kazen" vandaan zou komen, vonden wij toch wel heel erg van chauvinistisch doorslaan getuigen. Er was overigens, in directe omgeving van ons tijdelijk landgoed, veel meer leuks te aanschouwen. Zoals die dorpskroeg, waar life op paardenrennen kon worden gegokt. Daar waren wij er zelfs getuigen van, dat de uitbater zelf, het beste paard van stal was vergeten. Had hij nu maar numero 3 na 12 in zijn rijtje van 11,12,43, en 2 opgenomen, dan was er ter plekke een overweldigend volksfeest uitgebroken. Nu restte hem niets meer dan herhaling op herhaling van de TV-beelden gretig in zich op te nemen, om vervolgens meer dan uitvoerig zijn twee gokgenoten hier kond van te doen. Eén van hen werd dit, naast zijn eigen verlies, te gortig en verliet de gokkroeg. Overigens niet, alvorens weer 5 paarden op een rijtje te hebben gezet. Eenmaal weer op weg naar Bethencourt, hadden onze magen pas in de gaten dat we de lunch hadden overgeslagen.
Dieppe heeft ons ook veel leuks geboden. Een schitterende markt, die door het hele stadshart zich een weg baande. En dan niet zo'n steriele Hollandse markt, waar de kramen als bouwpakketten voor de komst van de kooplui zijn neergezet. Nee, gewoon één grote handelsplaats, waar een ieder zijn eigen gemaakte kraam heeft opgezet. Van een simpel groentekistje, waar drie zakjes walnoten op lagen, die na Mar's ("ach, zielig die man") aankoop, weer tot drie werd aangevuld, tot aan verkoop van boeren melkproducten uit de auto toe. Ook troffen wij een campingtafeltje aan, waarop wat eigen kweek groente en een ouderwetse weegschaal met gewichten was gesitueerd. Kennelijk had de marktvrouw haar weegapparatuur net aan een kritisch onderzoek van de ijkmeester laten onderwerpen. Niet met als gevolg dat zij, met een fikse boete de marktplaats moest verlaten, maar met een alles corrigerende appel en walnoot, waardoor de consument alsnog kon rekenen op 500 gram bospeen, als er om een pondje werd gevraagd. Simpel; twee gewichten, met een appel en een walnoot, brengen in Dieppe alles terug tot de juiste proporties. Wat de Franse markt ook zo leuk maakt, is enerzijds het grote aanbod aan alles wat eetbaar is en anderzijds de tijd die men er voor neemt, om tot aankoop te komen. Want hier gaat altijd erg veel praatje pot aan vooraf. O lalalala. Hoe dan ook, door ons bezoek aan de Franse markt, werden wij er gelukkig weer toe verleid om naar nationale gewoonte de geneugten van de Franse keuken te doorproeven, door oesters en mosselen, onder het genot van een voortreffelijke wit wijntje, wederom met onze papillen kennis te laten maken. Nog enigszins verdoofd van het zeezalige orgasme, verlieten wij twee uur later voldaan het restaurant, waarna wij volledig in verwarring constateerden, dat het zeewater in de haven inmiddels vele meters hoger stond. Waar wij kort daarvoor onze papillen niet geloofden, betwijfelden wij nu collectief datgene wat door onze ogen werd waargenomen. Om onze realiteitszin niet te verliezen, maakten we van deze hoogwaterhaven een foto, om de volgende dag terug te keren voor een alleszeggende ebfoto, vanuit hetzelfde brandpunt genomen. Gerustgesteld stelden we vast dat het niet onze copieuze lunch was, maar een voor ons ongekende eb en vloed, die het havendecor in enkele uren had omgetoverd. Op een later moment aanschouwden wij, hoog op de krijtrotsen van Frécamp, nog eens de prachtige grilligheid van de Atlantische Oceaan. Na
vier dagen van heel veel nazomerplezier, werd het weer tijd om op te breken. Alsof
het fraai in een draaiboekje was vastgelegd, wisten we ons allemaal van onze taak
te kwijten, om Huize Bootsma weer volledig in oude staat terug te brengen. Waarbij
moet worden gezegd, dat het Franse toilet hierbij meer dan normale aandacht vroeg.
Zonder hierover een technische verhandeling te geven, kan worden gezegd dat het
aanbod ontlasting royaal meer is dan het verdwijngat aankan. Het gevolg hiervan
is dat bij doorspoelen, wat met opwatering gebeurt, de drollen elkaar bevechten
om de riolering binnen te dringen. Daardoor gebeurt het dat de zwakkere drol,
uiteindelijk tegen de stroom in, als een goudvis terug de pot in komt zwemmen.
En ja, dat vraagt, bij het verlaten van het appartement, extra aandacht voor zo'n
Franse plee. De vertraging bij ons vertrek kwam echter niet door de Franse drollenbak,
maar doordat Wim minder succesvol, node een dorpje verder, ons ontbijt wilde inkopen.
Door even de Fransman over het hoofd te zien, die als enige in de Région
76 de landweg was opgekomen, was een petite accident onvermijdelijk. Dit verlaatte
enigszins ons ontbijt. Uiteindelijk verlieten wij, door de buurboer, met een kip
die hij seconden daarvoor de nek had omgedraaid, uitbundig uitgezwaaid, ons nazomerverblijf.
De vrouwen rilden van dit puur natuur proces, hetgeen mij deed besluiten niet
te reppen over mijn getuigenis van een brute konijnenmoord, die zich in dezelfde
periode had afgespeeld.
|