|
De Schakelflorijn Jemig, wat is winkelen een leuke bezigheid geworden. Waar je ook komt, in het winkelcentrum in de buurt, de lokale supermarkt, of in de grote stad. Overal zie je bij de financiële afwerkplaats mensen staan, die met een vertwijfelde blik op hun hand staren, waarop allerlei glimmende muntjes liggen. Terwijl, een Eurotisch opgeleide mevrouw, zich een baan door de hand met geldstukken vingert. Om die gebeurtenis heen hebben zich dan weer een aantal mensen gegroepeerd, die rustig afwachten totdat zij aan de beurt zijn, voor dit handje friemelen. Je zou bijna denken dat heel Nederland is bevangen, van het grootste straatspel aller tijden. Het Handje friemelen is populair bij jong en oud, van alle rangen en standen, die bij aankoopdrang tot een vergelijk willen komen. Niemand betaalt nog normaal. Alle afrekeningen vinden plaats door vertwijfelt handje ophouden. Het heeft iets van het handjeklap, een folklore die je alleen nog maar bij het schaars aantal veemarkten aantreft. Wat een afleiding…we zijn massaal op de Euro overgestapt. Winkelen bij de deur is een gebeurtenis geworden, die het gevoel geeft of je in Verweggistan souveniraankopen doet. Het lijkt op een grote reshuffeling onder 12 Europese landen, waarbij de totale bevolking, anders dan in eigen land, inkopen moet doen. Een saamhorigheid-actie, onder de codenaam DING FLOP BIPS, waarbij de deelnemers dezelfde moeilijkheidsgraad bij het afrekenen ondervinden. En dit alles werd in ons Maastricht bedacht. Toch is het niet de eerste valutaverandering die ik meemaak, waarbij ik niet doel op de switch met de Franse slag, waarbij veel verwarring werd gesticht, tussen de oude en nieuwe Franse Francs. Nee, ik doel op de Schakelflorijn, tot begin jaren zestig een wettig betaalmiddel in Den Haag. Hoewel één Schakelflorijn gelijk stond aan één gulden (€ 0,44), werd deze niet door de Nederlandsche Bank uitgegeven, maar waren het biljetten van Volksbank De Schakel, gevestigd aan het Haagse Stationsplein. Eerlijk gezegd kon je deze Schakelflorijnen geen biljetten noemen, dat zou écht Haagse bluf zijn. Ze konden zelfs niet overal worden ingewisseld. Het waren bonnetjes uit een boekje, waarbij een lijst werd geleverd van winkels, waar er met deze zegeltjes kon worden betaald. En die lijst van deelnemers was zo lang, dat je niet met het ezelsbruggetje, DING FLOP BIPS, kon onthouden, welke winkels Schakelflorijn-vriendelijk waren. Dat verplichte je er toe, in mijn geval m'n moeder, om voor elke etalageruit stiekem in het handtasje te gluren, of je de winkel kon binnengaan. Met Schakelflorijnen iets kopen, riep een vreselijke gêne op. Deze zegeltjes, afgegeven door de volksbank van lening De Schakel, werden namelijk op de reutel aangekocht. En dat wist iedereen, waarbij je ze kwam inleveren. "Spaart u zegeltjes…. Nee, we betalen er verdomme mee!" Ga dan maar eens gezellig met je moeder een paar nieuwe schoenen kopen. M'n moeder heeft voor heel wat winkelpuien in haar tasje moeten struinen, om mij dan met een "nee, hier niet" van de leukste schoenen af te houden.
|