Treinen Vakantie houden in eigen land is een absolute aanrader, tenminste als je dagelijks met zon en minimaal 23 graden wordt verwend. Je hoef dan ’s-avonds niet voor de zoveelste keer het haventje rond te lopen, om zo de avondtijd te doden. Natuurlijk, van zo’n drie keer dat rondje maken valt uitzinnig te genieten, maar een vierde etappe is al veel minder leuk. In een afglijdende schaal van verrukking, slaat bij de achtste keer de verveling toe. Maar je moet wat, want uiteindelijk is het in dat simpele appartement slecht recreëren. Kijk, de avonden die je tijdens je vakantie thuis doorbrengt, heb je alles bij de hand, wat een avond erg aangenaam maakt. Wel moet je met een vakantie thuis vooraf het nodige plannen, anders is de kans groot, dat de dagen non-actief door je vingers glippen. Ons vankantiethuisplan stak daardoor goed in elkaar: fietsen, wandelen, boten en treinen. Dat treinen was een echte openbaring. Drie
dagen lang kriskras door Nederland, steeds weer voorzien van een ander gezelschap
binnen je compartiment. Tussen de rails gaat er een docu-film aan je voorbij.
Neem nou die Haagse herrieschoppers, die op Amsterdam Centraal instapten. "Astedam
Kankegstad Astedam Kankegstad" scandeerden zij in koor. Met z’n
zessen namen zij de coupé voor ons in bezit. Alvorens zij gingen zitten
werd het raampje opengedraaid en werd reizend Nederland nog even fijntjes verteld,
hoe zij over onze Hoofdstad dachten: "Astedam Kankegstad, Amstedam is
un Kakegstad." Ze brulden het vol overtuiging en met toewijding uit.
De trein vertok. "èndelijk zèn we ùit die kankegstad
opgetief", zei de kaalste van het stel. Een soort Meneer Bres, maar dan zo
stom als Henkie zelf was, voordat hij aan zijn tv-optreden was begonnen.
Er ging een telefoon……. “Ha die Kreilis, ben je nâh al vajje wèf gerold?, je bent ampâh een halve dag getrâhd. Wè zèn nog nie is thùis geweis; ut was trâhwes een gènig feisie. Per keâh worde jâh trâhwerèje luikâh. Volgende keâh zèn we graag weâh van de pagtè. … ". Nou, nou, jongeman”, het deftige dametje kon haar ergernis niet langer verbergen. “Wat een taal, dat kan je toch ook wel netjes zeggen". "Hé âhd hoekhùis, je ken voâh mèn de bâht hacheilen…..", diende hij haar even van repliek, alvorens Krelis verder via z’n GSM zoetgevooisd toe te spreken. "Boud hachelen, wat bedoeld die jongeman daarmee?" "Nâh gewaun mevrâhtje, dajje zn stront mag opvreite.", kreeg zij willig antwoord uit Haagse kringen. De dame kromp in een. Nu werd het mij toch echt te gortig. "Hé mannen nou effe dimmen ja?" "Jôh bal hâhd jè je tinnifbek, die trèn is toch nie vajje; pleuâht op, naah waah je vandaan komp". Mijn Haags speelde op: "Wel jè kale neit, ga jè is lekkâh die gekke kale trèitâh vajje krète, dan hebbe wè tenminste gein las meâh vajje". "Je ken de rubberrepleures geniete", beet hij van zich af, terwijl z’n maten in een deuk lagen. "Ja en jè de tâhtering, dan ken j't ùitrafele", gaf ik nog een verbaal Haags toetje. "Krèg nâh de vinketeiring, die bal lult net zau plat Hags as wè. Ben jè een Haagse kakkâh?" "Wat wâh je weite, tuâhlijk lèpzuâhdeig". "Hé gènig, nâh dan motte we toch nie langâh tege elkaah laupe te zèke. Ik doet wel effe ut raampie dich meivâhtje, want ut zâh wel fris zèn, zau zondâh hoed" Toen werd het toch nog gezellig in ons compartiment. Vriendelijk groetend stapte het vrouwtje in Leiden uit de trein. Gènig wèf hè", dat auma'tje", sprak de kale vertederd en welgemeend.
|