|
| ||||||||||||||
De handel betreffende. Op m’n viertiende stond ik op Koninginnedag met m’n leermeester op de Haagse Lange Voorhout feeststrikjes bij de passanten op te prikken, om hen vaak nalopend daarvoor een vrijwillige bijdrage te vragen. Rond de kerst volgde een van mijn volgende grote commerciële objecten met Cor, die door z’n hoogte tussen voetzool en jagershoedje, altijd Corretje werd genoemd. In dat geval profiteerden wij van de ventvergunning van zijn broer en stonden wij op niet meer dan commissie.
Zo kon ik goed gevuld de kerst in gaan. Eerlijk gezegd had ik dagen daarna, zeker de periode dat bij ons thuis de volle boom stond opgetuigd, iets van wroeging. Niet alleen de onevenwichtige prijs waardeverhouding van de kale bomen zat mij dwars. Ook bij het liedje Oh Denneboom, oh Denneboom, wat zijn uw takken wonderschoon”, ging ongewild mijn gedachten uit naar de gezinnen met een kale boom, waar dit liedje met een snik in de stem gezongen werd. Ik nam mij voor de boel nooit meer te willen flikken. Nou ja, één keertje heb ik dat nog eens bewust gedaan, maar dat was meer onder het motto: “Je moet nooit een aap willen leren klimmen”. Niet geheel zonder trots verwijs ik voor de geslachtofferde tweedehands autohandelaar naar mijn kroonjuweeltje “Heen met de auto, terug met de brom”.
Bij de verkoop van zijn patates frites, die ik van ruwe aardappel (Bintje) tot goudgele reepjes verkoopklaar had gemaakt, kneep hij altijd de punt van het puntzakje dicht, om daarmee enkele frietjes te besparen. Nooit heb ik dit (letterlijke) kneepje van zijn vak willen aanleren. Wel heb ik zijn gierige gedrag, met een maatje behoorlijk weten af te straffen, toen de baaszelf zijn oude fauteuil bij het grof vuil zette. Omdat hij dagelijks in die stoel in slaap viel, zijn witte jas daarbij aanhield, had ik zo het voorgevoel dat er wisselgeld onbedoeld in de stoel was opgeslagen. En ja hoor, het sloopwerk leverde ons een meer dan leuk zakcentje op, opnieuw onder het motto: “(gierigaard), Je moet nooit een aap willen leren klimmen.” Mijn patatbakkerij had natuurlijk ook een aanzuigende werking van vriendjes en (vooral) vriendinnetjes, waarbij ik dan graag de eigenheimer was.
Met zaterdags behoorlijk aanpoten, (bij)verdiende ik in één keer meer dan in een week in de Cafetaria van de vrek. En natuurlijk, ook zwart. Gelukkig hadden we in die tijd nog strenge winters. Want, als het vroor konden de portieken alleen maar worden aangeveegd. Jazeker, tegen vol tarief. En dat zelfs, naar alle tevredenheid, van m’n klanten. Gek genoeg heb ik, na een paar jaar, ook weer zonder winst- oogmerk, de portiekenwijk van de hand gedaan. Het “niet lullen maar poetsen”, nam ik toen nog te letterlijk en meende het toch liever bij “het lullen” te willen houden. En dat kwam er snel van. Want, door een advertentie voor bijverdienste, zat ik al heel snel tegenover een echt gladjanus van een verzekeringsinspekteur. Nee dank je. Toch liet ik mij overhalen het toch eens te proberen en ja hoor, ik had vrij snel succes en was verbaasd over de hoge provisie die kon worden verdiend. Ik ging het dan toch maar doen. Met een volledig valse start, dat wel. Want, bij gebrek aan kennis en overwicht, ging ik eerst pionieren in een van de volkswijken van Den Haag. Met een aardappel achter in mijn strot deed ik mijn prevelementje aan de deur. Met, of ik maar “op wilde santsodemieteren,” werd de deur de eerste dagen voor mijn neus dichtgesmeten. Nou ja, één keer had ik wel succes. Ik mocht binnenkomen om een autoverzekering af te sluiten. Het viel echter niet mee om het formulier in de woonkamer met gedimd licht goed in te vullen. Gedimd omdat, naar voor het plaatsen van de handtekening bleek, mevrouw des huizes in de hoek van de kamer met een klant lag te wipkonten. Die verrekte aardappel in m’n strot wist ik snel door te slikken, zodat ik ‘met gewoon doen’ in de wereld van verzekeren en beleggen mijn geld ging verdienen. Omdat hieraan veel pionierswerk vast zat, was dit een geweldige leerschool. Eén waaraan ik de rest van mij leven veel profijt zou hebben. De wereld van claims van verbrande hempjes en broekjes, verliet ik na een paar jaar, om advertentievertegenwoordiger voor een dagblad te worden.
Ik ben wat knoeiers in het vak tegengekomen. Van mannen met pleinvrees tot mannen die telefonisch geen enkele indruk bij een klant konden achterlaten. Neem nou ene Peters, volledig verantwoordelijk voor de personeelsadvertenties. Deze, op zich uiterst vriendelijke man, belde de klant, draaide op volle toeren zijn verhaaltje af en smeet, nadat de klant kort gemotiveerd nee zei, hard de telefoon neer met de gevleugelde woorden: “Zeg dat dan meteen!”.
Wij verkopers van de buitendienst, op dat moment binnen om onze orders uit te werken, lagen in een deuk, terwijl meneer de verkoopchef trots om zich heen keek. Als dit geen prachtdeal was….. O, maar ik heb ooit een vergelijkbare chef gehad. Hij deed mij een liesbreuk lachen bij het oplossen van een klacht. Zijn tekst van weleer weet ik moeiteloos te citeren: “Wij zullen uw advertentie tegen 50% van de kosten herplaatsen” en voordat de klant kon toehappen, vervolgde hij zijn volzin “èn mocht u het er niet mee eens zijn dan herplaatsen we ‘m gratis”. Jazeker, hij was mijn baas. Maar het kon nog erger, dit keer betreft het een commercieel adjunct directeur. Toen ik hem voorlegde dat het in mijn optiek niet verstandig was om de offerte nog verder aan te scherpen, dus nee te zeggen, sprak deze man de onuitwisbare tekst: “Lekker toch, om je weer ouderwets arrogant tegenover een klant te kunnen opstellen”. Zijn hufterige tekst koste mij bijna mijn baan. Bijna, want nèt op tijd realiseerde ik mij mijn hiërarchisch positie; mijn plaats dus. “Kom jij zo eens op m’n kamer,” bleef mijn onuitgesproken, maar o zo verlangde, tekst. Meer van die bijzondere voorvallen (laten we het op uit het grijze verleden houden) komen bovendrijven. Nog eentje dan....
Ongetwijfeld heb ik ook missers op mijn “staat van dienst” staan, maar nooit de handel vergriepend. Commercie, de handel betreffende, is mij spelenderwijs aangeleerd. Met dank aan Corretje, die dit jaar mijn Valentijnskaart virtueel mag verwachten.
| ||||||||||||||