Fluweel.

Fluweel? … ja fluweel, maar wat heeft fluweel nu te maken met het begin van een vogelverhaaltje? Nou heel veel zou ik bijna zeggen. Drie redenen heb ik er zelfs voor. Ik heb tussen de vele vogels die ik bezit, een kauwtje. Niets bijzonders, zou je kunnen zeggen, maar toch is het wèl bijzonder. Zoals iedereen met een beetje vogelkennis wel weet is een kauwtje zwart … ja fluweelzwart. Dat is de eerste reden voor de aanhef van dit alles. Daarnaast zit hij hier ook nog eens op fluweel en hij heeft zijn roepnaam te danken aan de beruchte Frederik Fluijtenstein, destijds Nederlands beroemdste of beter gezegd beruchtste inbreker, alias Frederik Fluweel. Vanwege zijn inbrekerscapaciteiten waarbij het kauwtje zich, toen ik hem pas had op slinkse wijze door het kleine kiertje van het dakluik naar binnen wist te wurmen, noemde ik hem al snel Frederik. Juist ja, inderdaad naar die F. Fluweel. Al snel werd dat Frederico, …, wist ik toen nog veel. Dat ik het wat zijn naam betreft, helemaal fout had, werd me veel later pas goed duidelijk. Gewoonlijk geef ik het jonge spul, dat ik ieder voorjaar opnieuw krijg aangereikt door de diervriendelijke jeugd, na een aantal maanden weer de vrijheid. Zo ook dit kauwtje, ik weet het nog als de dag van gisteren. We moesten die dag naar Amersfoort, het was op 12 oktober 2001, de dag waarop mijn vader werd begraven.

"s Morgens liet ik hem los, zoals ik er al zoveel had laten gaan. Soms kwam er wel eens eentje na een aantal dagen terug, om nog eens bij het ouwe vertrouwde hok te kijken. Het is ook
ooit wel voorgekomen dat ze terug naar binnen wilden, dan liet ik ze er weer in en na een aantal dagen toch weer los. Ach er zijn er altijd wel bij die moeilijk los kunnen komen van hun "ouderlijk huis." Niets menselijks is de vogel vreemd; bij wijze van babbelen dan. Frederico echter kwam niet terug en zou zich ongetwijfeld goed kunnen redden in de natuur, daar was hij slim genoeg voor.

De maanden gingen voorbij en al mijn jonge kauwtjes waren inmiddels weg. De enige die hier nog zat, was een zielig diertje die ik de vrijheid niet kon geven, omdat hij niet kon vliegen. Ik had hem al ongeveer een jaar en hij was al ruimschoots volwassen. Iemand heeft hem ooit in de struiken gevonden en hier naar toe gebracht. Zijn linkervleugel hing wat naar beneden, dus ging ik er mee naar de dierenarts, die me vertelde dat er niets meer aan te doen was. De vleugel was gebroken en de breuk was te oud om nog te spalken. "Inslapen dan maar … ?", vroeg hij, "neeeeeee zeg" zei ik verontwaardigd, "ben je nou helemaal gek". Dit dier kon van zijn levensdagen niet meer los en moest zijn dagen hier slijten. Dat ging prima hoor, want in mijn volière was hij behendig genoeg. Klauteren langs het gaas kon hij prima en het bad in duiken vond hij heerlijk.

De wintermaanden gingen voorbij. Mijn gewoonte is om iedere dag de vogels hier om de hoek te voeren, ondanks alle tegenspraak van "de vogelkenners" onder ons, die altijd maar beweren dat je in de zomer niet moet voeren, omdat het slecht zou zijn voor het jonge vogeltjes bestand. Het wemelt hier van de vogels, dus ik durf te beweren dat ze uit hun nek (lu***n) praten. Tuurlijk … als je zo lomp bent om alleen maar een bergje wit brood, waar geen enkele voedingswaarde in zit, op je dak te smijten, ben je verkeerd bezig, ja. Geef dat brood maar aan de geitjes van de dichtstbijzijnde kinderboerderij, want daar kan geen mus van leven. Nee hoor, iedere dag klim ik op mijn laddertje en zet ik een grote bak vers drinkwater op het dak van de garage. En wat er dan nog verder op gegooid wordt wil je niet weten. Een hongerige Somaliër zou er zijn maag mee kunnen vullen. Vochtig gemaakte stukjes bruinbrood, gekookte aardappeltjes die van de vorige dag zijn overgebleven, pindaas, universeel voer, duivenvoer, stukjes kaas… Alles wat maar eetbaar is voor vogels, zelfs stukjes appel en allerlei ander fruit. Ik bedoel maar, als je dan toch wil voeren, doe het dan ook meteen goed. Kost een paar centen, maar dan heb je wel de natuur in je tuintje binnen handbereik. Het was inmiddels al ruimschoots voorjaar geworden, ik geloof zelfs al Mei, toen me iets grappigs overkwam.

Ik stond zoals iedere dag s'morgens op mijn laddertje met allerlei etensbakjes te balanceren, toen er plotseling een kauwtje vlak naast me neerstreek, op ongeveer een meter afstand. Hij bleef vlakbij me zitten en wachtte af. Verbaasd keek ik naar hem en in een soort opwelling pakte ik een blokje kaas en stak het in zijn richting. Hij pakte het zo uit mijn hand. Ik was verbouwereerd, want geen enkel wild kauwtje zou zoiets doen. Deze moest ongetwijfeld ooit bij mij binnen zijn geweest en kon zich die blokjes kaas nog herinneren. Ik ging van mijn laddertje af en zag dat hij me op de rand van de garage in de gaten bleef houden. Ik besloot de proef op de som te nemen en liep naar de volière, deed het dakluik een stukje open en legde nog een blokje kaas op het klepje. Mijn vermoeden werd bevestigd, mijn "inbrekertje", Frederico dus, wist nog precies de weg en dook naar binnen. Ik deed hem het hok in en hij ging meteen precies op zijn oude vertrouwde plekje zitten. "Kleine dondersteen", zei ik tegen hem en hij keek me triomfantelijk aan, als of hij wilde zeggen:"Zo, dat heb ik nu eens mooi geflikt".

Hij heeft zich van die dag in oktober, toen ik hem losliet, tot nu aan toe goed kunnen redden, want hij zag er prachtig uit. Na een aantal dagen heb ik hem toch weer losgelaten, want zo hoort dat.

Maar daar had meneertje niet zo'n zin in, want hij bleef het foefje met het dakluik herhalen, telkens als ik hem losliet kwam hij na een aantal uren weer terug. Ik snapte er helemaal niets van, een vogel wil toch zijn vrijheid. Tot ik de reden van zijn inbrekersgedrag ontdekte. Op een gegeven moment zag ik dat hij in het hok bovenop het latje naast mijn andere (gebroken vleugel) kauwtje zat. Ze zaten wel heel
erg dicht tegen elkaar aan en het werd me al snel duidelijk..., meneer was verliefd.

Ik wist meteen dat ik hem nu nooit meer kwijt zou raken, want kauwtjes zijn monogaam en hebben een band voor het leven. "Dat heb ik weer", dacht ik. Ja dus … het stel was knetter op elkaar, onafscheidelijk en duidelijk broeds, want er lag niets meer veilig in het hok. Alles werd in hun hokje gesleept, waarbij de 'toevallig òòk in het hok wonende' duiven het nog het meest te verduren hadden. Er werd driftig materiaal verzameld voor het nieuw te bouwen nest. Als een duif ook maar even zijn plekje verliet werd alles, wat er zich in hun broedkom aan nestelbaars bevond, door de kauwen ingepikt. Zelfs hun kleine waterbakjes, die aan haakjes bevestigd zaten, werden eraf gesloopt. Een punthoofd kreeg ik er van en het zou nog veel erger worden. Ik zocht me dikwijls te pletter naar allerlei dingen, die anders altijd op een vaste plek lagen. Toen de eitjes er eenmaal waren was meneer opeens vreselijk agressief, vloog me letterlijk tijdens mijn schoonmaak-verblijf in het hok, in mijn haren. Nou heb ik van dat krulhaar waar hij zo lekker met zijn klauwen ik kon gaan hangen, dus de ramp was kompleet. Ik moest onderhand een valhelm op zetten om het hok binnen te stappen. Jemig wat een etterbak was hij geworden.

Gelukkig ging dit ook weer voorbij, want na een week of twee waren alle eieren verdwenen. In zijn overijverig verdedigingsgedrag had hij ze zelf stuk getrapt, nog voordat er ook maar eentje uit kon komen. Het was me inmiddels ook duidelijk geworden dat "hij" een "zij" bleek te zijn, want zij had de eitjes gelegd. Haar naam heb ik maar gewijzigd in Frederica. Gelukkig was de rust in mijn hok toen weer snel terug. Het dagelijks ritueel van uit laten en weer terug komen bleef. Aangetrokken door haar andere helft komt zij braaf terug. Als ze wat te lang weg blijft wordt ze bij binnenkomst begroet met een enorm protestgekrijs, alsof hij wil zeggen:"Waar zat jij nu weer zolang?", zoals dat in bijna ieder mensenhuwelijk wel gaat. Ja ja …glimlach nu maar, iedereen herkent dit, ongetwijfeld! Het is aandoenlijk om te zien hoe lief ze voor elkaar zijn. Ze zijn werkelijk onafscheidelijk. Ze zijn inmiddels nu zo'n vier jaar getrouwd en het nestelgebeuren herhaalt zich ieder voorjaar, kompleet met stukgetrapte eitjes. Ach na een week of twee zijn mijn haren weer veilig en blijven alle spulletjes weer op zijn plaats liggen. Ik heb het er graag voor over en als ik ze zo samen in de volière in de zon zie zitten, met hun prachtige matglanzende zwarte pakjes, denk ik vaak bij mezelf: "Net fluweel".

Helga