Gepolitoerd door de knieën.

Ongetwijfeld zal ik de énige niet zijn, maar ik ben zo'n type mens die altijd en overal waar ik kom, iets zieligs zie zitten. Er is gewoon geen ontkomen aan en vermoedelijk heeft de schepper, hoe raar het ook klinkt, dìt met mij voor gehad. "Àls hij al bestaat tenminste…., maar dan wil ik ook wel eens een hartig woordje met hem (s)preken." Om maar eens een paar voorbeelden te noemen: Ga ik naar een wandelpark met leuke dierenkooien, waar kippetjes, fazanten en ander leuk spul gehuisvest is, zie ik prompt een zielig klein duifje, dat gepest wordt door zijn medekooibewoners. Ik erger me dan groen en geel, omdat niemand anders het opmerkt. Geheid sta ik dan de volgende ochtend om acht uur bij de voedsel-voorraadkeet van de beheerder, om het arme diertje uit zijn nood te halen. Loop ik in de stad, vind ik wel weer een wrak van een stadsduifje, dat stilletjes in een hoekje zijn laatste ademtocht staat af te wachten. Iedereen loopt haastig voorbij, zonder er ook maar iets van te zien. Tja, zo'n duifje gaat dan hup… in de boodschappentas mee naar huis.

Ik zie altijd en overal vogels in de goot, onder struiken of waar dan ook liggen, die niemand schijnt te zien of wil zien. Soms krijg ik echt af en toe de neiging om, als ik buitenshuis ga, een paar oogkleppen op te zetten, zoals de meeste mensen die van nature schijnen te hebben. Toen ik dus op een middag voor mijn werk héél snel iets moest gaan halen in de stad besloot ik, omdat ik behoorlijk haast had, vóóral niet om me heen te kijken.

Het was een snikhete zomerse dag, ik parkeerde mijn auto schuin aan de overkant van de winkel waar ik moest zijn. Ik hoefde dus slechts over te steken, even naar links en rechts te kijken, om binnen te stappen. Jùist dat naar links en rechts kijken wilde ik zo vlug mogelijk doen, om maar vooral niets strompelends op te merken, wat mij zou belemmeren in mijn haast. Naar beneden kijken leek me in dit geval de beste oplossing. Snel keek ik dus naar links en rechts…geen verkeer te zien, vlug naar de overkant. Met m'n blik naar beneden vervolgde ik mijn weg over de stoep. En jaaaaa hoor, tuurlijk….wat dachten jullie nou, dat ik de dans zou ontspringen ? Mooi niet dus. Terwijl mijn ogen over de stoeptegels gleden, zag ik nog net een houtduif onder een geparkeerde auto wegkruipen. Op zijn afhangende linkervleugel zat gestold bloed. Jemig….ik bleef staan, alsof mijn voeten aan de hete stoeptegels stonden vastgeplakt. Ik knielde en joeg hem onder de auto uit, waardoor ik zijn wond beter kon zien. Hij trippelde voor me uit, probeerde weg te vliegen, maar kon het niet. In zijn angst liep hij bij een geopende winkeldeur naar binnen en ik liep aarzelend mee.

Hij liep naar achteren en verstopte zich onder een kledingrek. De winkeljuffrouw, een keurig opgemaakt, in deftig zwart gekleed tiepje, keek me verbaasd aan toen ik daar zo op mijn knieën op de grond lag. "Wat doet U daar mevrouw?", vroeg ze verbaasd. Ik stond op en antwoordde, de in mijn ogen zeer deftige dame, stotterend: "Ja mevrouw, ik probeer een duif met een gebroken vleugel te redden". Eigenlijk verwachtte ik van deze opgepolitoerde vrouw een afwijzend gebaar, of minstens een opmerking in de trant van: "Wat…..een duif? Weg met dat beest hier uit mijn zaak". Maar nee, tot mijn verbazing knielde ze ook. Gôhhh…..Ze keek, stak haar hand uit en pakte de duif. Ik was perplex!!! Ze hield de duif tegen zich aangedrukt, waardoor haar mooie zwarte outfit helemaal onder het lichtbruine duivendons kwam. "Ja", zei ze, "bij ons thuis hadden we vroeger ook veel dieren. Ik ben er mee opgegroeid dus niet zo snel bang". "Ik zal achter even een doosje halen", zei ze, terwijl ze me de duif in mijn handen gaf. We hebben de duif netjes in het doosje gedaan. Na haar uitvoerig te hebben bedankt, verliet ik de winkel.

Waar had dit arme dier nou toch moeten drinken, met dit hete weer? "Als ik toch niet naar beneden had gekeken….alsof het weer zo heeft moeten zijn?!", ging het door mijn hoofd. Dezelfde dag nog ben ik naar de dierenarts gegaan, waar de vleugel werd gespalkt. Na drie weken zou ik weten of hij ooit nog zou kunnen vliegen. Het was zover…..gespannen peuterde ik de vreselijk plakkende tape van zijn gehavende vleugel af. En ja hoor, in het begin nog wat onwennig, maar na een paar dagen vloog hij mij in de volière over m'n kop . Fijn toch… alle moeite niet voor niets geweest! Toen ik hem zijn vrijheid gaf, zag ik in gedachten nog de bekakte winkeljuffrouw staan, met haar zwarte duivendonsjurk.

Wat kunnen sommige mensen, bij nader inzien, toch héél leuk zijn… als je het goed bekijkt. Nu ik het toch over kijken heb, misschien kan ik de volgende keer als ik wéér eens haast heb, dan maar beter naar boven kijken. Zoals in dat liedje…."Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy"….. Ach, waar ik ook kijk, altijd zie ik wel iets, geen ontkomen aan… Gelukkig!!!