Just fantasy

Kikkerproef

"Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot …", wie kent dit leuke kinderliedje nu niet?! We zijn er toch allemaal mee opgegroeid. Ik ook ja, waarbij ik eerlijkheidshalve wel moet zeggen, niet bepaald zo'n meezinger te zijn geweest, maar goed. Die kikkertjes sprongen in dat liedje ook weer uit die sloot. Logisch, want iedereen weet dat kikkers dat kunnen. Nou mooi niet hoor, er zijn ook uitzonderingen weet ik inmiddels. Want echt niet alle kikkers kunnen zo springen. Toen ik laatst eens een wandelingetje maakte en bij zo'n zojuist omschreven slootje aanbelandde, zag ik inderdaad kikkertjes. Het hele groepje zat lekker te kwaken, aan de rand van een grote graspol, onder toeziend oog van waarschijnlijk hun moeder. Om het leuke tafereeltje niet te verstoren, ging ik op mijn buik in het gras liggen, om zo het hele spul eens beter te kunnen bekijken. Langzaam kroop ik dichterbij. Ik hoopte wel dat ik niet door andere wandelmensen gestoord zou worden, want die zouden niet meer bijkomen van het lachen, als ze mij daar zo in het gras zouden zien liggen loeren. Gelukkig was er niemand te zien. Want ik had deze mooie middag niet bepaald zin, om in een dwangbuis te worden afgevoerd, door een ambulance richting psychiatrie, waar een zielendokter me wel eens zou gaan vertellen wat er mis was met me. Dat het bijvoorbeeld niet normaal is om met je neus in het gras van dichtbij kikkertjes te beloeren, weet ik hem zelf ook wel te vertellen … "Laat mij hier nou maar liggen", dacht ik.

Ik ging nog een beetje dichterbij en keek zo een paar minuten roerloos naar dit groene stukkie natuur. De kikkertjes voelden zich onbespied en bleven rustig zitten, op zo'n twintig centimeter voor mijn in het gras hangende neus. Plotseling moest ik niezen, nee hè, … ja dus. Oh wat vreselijk zonde nou toch, het hele gezelschap sprong alle kanten uit, van de onverwachte nies van een nieuwsgierig mens. Weg waren ze … tenminste, op eentje na dan. Het kikkertje bleef beduusd vlak voor mijn nog prikkelende neus staan, terwijl z'n broertjes en zusjes al in geen velden of wegen meer waren te zien. "Hoe kan dat nou", vroeg ik mezelf af, terwijl ik inmiddels al voelde nog een tweede keer te moeten niezen. Oh wat jammer, want dan zou ook dit kikkertje verdwenen zijn. Ik hoopte nog het te kunnen onderdrukken, maar ja wat wil je, als je met je gezicht in het hoge gras gaat hangen, da's toch zelf vragen om moeilijkheden. Hatchoe !!! Ik opende mijn ogen na mijn tweede stuifmeeluitbarsting en keek verbaasd in de ogen van het eveneens verbaasde kikkertje. Hè …. ? Hij stond er nog. Wat was dat nou toch? Was deze domme kikker dan niet bang van een mensenhoofd? Mezelf dit afvragend, zag ik vrij snel wat er aan de hand was, want opeens wilde het vreselijk geschrokken kikkertje na zoveel luchtdruk verplaatsing toch wel wegvluchten. Hij probeerde weg te springen, maar het bleef bij wat gestrompel, waarbij ik zag dat hij wat onbeholpen met zijn achterpootjes slingerde. Springen lukte hem echt niet. Hij kon alleen maar wat lopen en dat is behoorlijk lastig als je als kikker bent geboren. Nou ja zeg, ik stond langzaam op zodat hij misschien alsnog van me weg kon springen, maar nee hoor. Voorzichtig keerde ik mij om en liep rustig uit zijn buurt weg, waarbij ik na een meter of drie nog eens achterom keek, om te zien of hij nu dan uit beeld was. Hij zat er nog steeds, maar schuifelde nu heel traag een stukje verder naar de rand van het slootje. Ik liep door, hopende dat hij nu wel in de sloot belanden, waar hij zich vermoedelijk wel beter zou kunnen redden, dan in het gras.

Toch liet het me niet los en keerde ongerust terug. Stel dat er één of andere onverlaat dit kikkertje ontdekt, dan is hij hopeloos verloren. Het beestje zat er nog steeds en kon toch de sloot niet bereiken. Ik besloot het op te pakken, om thuis eens te kijken wat ik voor hem kon betekenen. Eenmaal thuis zag ik wel wat er aan mankeerde. Zijn achterpootjes waren niet goed ontwikkeld, waardoor hij nooit het spring vermogen kon hebben, dat alle andere kikkertjes wel hebben.

"Nou dan maar kikker-fysio", bedacht ik. Pakte uit de naaimachinekoffer een flink stuk elastiek, vlocht een soort tuigje voor hem en deed het om zijn lijfje. Nu kon ik hem net als met een jojo voorzichtig kleine stukjes van de grond af laten veren. Ha ha, het werkte ook nog en dit kikkertje vond het zichtbaar zalig om voor de eerste keer in zijn leventje te kunnen springen. Dus dat werd driemaal daags kikkergym, waarbij ik hem telkens grotere stukjes van de grond af liet veren. Een soort omgekeerd bungee-jumpen, maar dan op kikkerformaat. Ja hoor, na een week leek zijn aanvankelijke gestuntel al aardig op kleine sprongetjes. Inmiddels had ik een hindernisbaan voor hem gemaakt, voorzien van allerlei obstakels, zoals lege bierblikjes.

Ondertussen zorgde dit kikkerschepsel ook nog eens voor een vliegenvrij huis, want daarin was hij een kei. Alle vliegen verdwenen op zijn lange uitrollende vliegenvanger. Iedere dag ging het beter en op zijn onderontwikkelde kikkerbilletjes waren inmiddels de springspieren goed te zien. Na twee weken wilde ik de kikkerproef op de som nemen en zette hem zonder zijn tuigje in mijn tuintje. Gespannen wachtte ik af. Er gebeurde niets, tot plots mijn grote witte kat uit de struiken te voorschijn kwam. Het kikkertje schrok …. maakte een voor zijn doen enorme sprong en belandde met een plons tussen de goudvissen in mijn vijvertje. YES !!!!! Dit is wat ik wilde zien !!! Ik viste hem snel uit de vijver, mijn verbaasde kat achterlatend. De volgende dag wilde ik hem terug zetten in zijn eigen kikkerlandje, omdat ik vond dat hij zich met deze sprong wel gekwalificeerd had voor een wedstrijdje kikkeren voor gevorderden. Toen ik bij het bewuste slootje stond deed ik zijn tuigje af, wachtte, wachtte, wachtte …… niets hoor. "Verdorie nog aan toe, ga dan", riep ik hem toe. Ik klapte in mijn handen, stampte op de grond en leek daarbij verdacht veel op een heuse vogelverschrikker. De mussen vlogen geschrokken uit de struiken, ik deed van alles maar tevergeefs. Hij bleef stokstijf zitten. Aha, ik wist opeens wat ik moest doen. Ik pakte een leeg bierblikje uit de struiken, waar zojuist de mussen vakkundig door mij uit werden gejaagd en wierp het in zijn richting. Hij schrok heel even, keek toen naar het blikje, herkende het en deed wat ik hem had geleerd. Hij verdween met een schitterende sprong, zoals alleen geoefende kikkers kunnen, het slootje in. "Gohhh !! …. Waar zo'n rotblikje toch al niet goed voor kan zijn", dacht ik verbaasd. Mijn dag kon niet meer stuk. Triomfantelijk schopte ik als een baldadige puber tegen ieder leeg blikje dat ik op mijn weg terug naar huis tegen kwam.

Vlees eten doe ik niet, als iemand die dit nog niet weet me nu ooit eens zou vragen:
"Hou je ook van kikkerbilletjes?", zal dit mijn antwoord zijn:"Nou uhh .. NEE uhh .. JAAA hoor .. dat ligt er maar net aan ….".