|
| |||||||||
|
Een knagend gevoel. Als een bezetene knaagde het konijntje aan die ene zwakke tralie. Nog heel even en hij was er doorheen. Dan had hij zijn eerste doel bereikt en tegelijk zijn eerste stap voor zijn verdere plan. Pas als hij uit het hok was, zou het echte werk beginnen. Want alleen hij kon de anderen bevrijden, die ook zaten te wachten op hun trieste lot. In hun koude hokjes op de grond, hadden de konijntjes één gezamenlijk vooruitzicht, namelijk te eindigen op het bord van een welgestelde kerstmisvierder, die voor zijn keuzemenu al lang een tafel in het restaurant had gereserveerd. Omdat er de laatste dagen al diverse malen mannen in witte pakken, breed grijnzend voor zijn hokje waren komen kijken, wist hij instinctief dat het dit keer menens was en het nu écht om zijn leventje ging. Het knaag-konijntje, wilde niet als een bergje afgekloven botjes op een duur restaurantbord eindigen. Daarom drong de tijd, want overmorgen was het al de laatste dag voor kerst. Nog even goed doorknagen en hij zou zijn donkere hok kunnen ontvluchten. Ja ja, hij had er best plezier in, wat kwam doordat hij, vergeleken met een doorsnee konijntje, een paar bovenmaats ontwikkelde beiteltjes had. Meegekregen van Moeder Natuur,met als één enkel doel: "Knagen wat er maar te knagen valt". "Poinggg", het geluid van de knappende tralie verbrak zijn ritmische geknaag. "Hè??", dacht hij, "ben ik er nu al door?" Hij geloofde het zelf bijna niet, toen hij zomaar naar buiten kon springen. Snel ging hij verder met de tralies van het hokje naast hem, waarin vijf andere konijntjes zaten. Omdat hier de tralies veel dunner waren, was het doorknagen voor hem een peulenschil. Uiteindelijk hadden 'de mensen' hem, vanwege zijn eerdere uitbraakpogingen, in een hok met veel dikkere tralies gezet. Na elke uitknaagpoging werd hij steeds zwaarder beveiligd opgesloten. In de hoop dat hier zelfs voor het knaag-konijntje geen doorkomen aan zou zijn.
De opperknager ging op zijn achterpootjes zitten, snuffelde een keertje in de lucht om zo nog meer konijntjes te ruiken. "Wat raar, zouden er nog meer konijnvriendjes zijn, die we kunnen bevrijden?", dacht hij bij zichzelf. Hij besloot op die geur af te gaan, waarbij hij door de anderen werd gevolgd. Na een minuut of tien huppelen, kwamen ze aan bij een gazen afrastering. Hulpden er omheen en konden binnenkomen door een open deel bij de poort. Hier zaten inderdaad nog meer konijntjes, alleen .., die liepen gewoon los. Trouwens, niet alleen de konijntjes, maar ook alle andere dieren liepen los. Geen wonder ook, want ze waren aanbeland bij een kinderboerderij. Verbaasd keken ze in die donkere nacht om zich heen. Na een korte drinkpauze bedacht Oppo, onze opperknager, dat de kans best groot was dat de mannen in witte pakken naar hen op zoek zouden gaan. Zij waren immers nog steeds bestemd voor het kerstmenu. Dus, wat nu? Terwijl de anderen, dorstig van al het geknaag, nog aan het drinken waren, had Oppo eens om z'n gemakje verder rond gekeken. Overal zag hij scharreleitjes liggen, wortels, bleekselderie, prei en andere groentes voor de geitjes en alle andere dieren. Ook stond er een nagenoeg leeg karretje, waar de restjes van hooi en stro op lag. Met een flitsende konijneningeving wist Oppo ineens wat hem stond te doen. Volgens zijn instructies werd, met alle andere dieren, de groentes en scharreleitjes verzameld en op het karretje gelegd. Het volgeladen karretje werd door één van de geitjes, met het sleeptouw in zijn bek, naar de nog maar net door de konijnen uitgebroken hokken gereden. Bij deze gevangenis aangekomen werd vliegensvlug de lege hokjes volgepropt, met al die etenswaren van de kinderboerderij. Waarna de hele meute met een lege kar, in de koude nacht terugging naar de toen nog veilige kinderboerderij. Het was inmiddels wat gaan sneeuwen, wat de nacht veel minder donker maakte, waardoor de verzamelde dieren extra op hun hoeden moesten zijn, om vooral niet door foute mensen ontdekt te worden. Moe van alle inspanningen vielen ze met z'n allen in hun nieuwe warme stal in slaap. De volgende ochtend was het meteen feest. Want, de verzorgers van de kinderboerderij waren blij verrast, toen ze opeens zoveel dikke, witte konijntjes zagen rondhuppelen. En de kinderen???, die waren helemaal verrukt bij het zien van zoveel nieuwe lieve, witte knuffels. Want ja, alle 41 konijntjes waren wit en mollig, dus eigenlijk klaar voor de slacht. Blij met zoveel aandacht lieten de langoortjes zich door de kinderen oppakken, aaien en knuffelen. Een waar knuffelfeest voor iedereen.
Het was nog vroeg in de ochtend , dat die spoorzoekers
voor de poort stonden van de kinderboerderij vol lieve konijnenknuffels. Ruw duwden
zij de poort open. Maar voordat zij tien passen binnen de omheining hadden gedaan,
kwam één van de medewerkers van de kinderboerderij op hen afstuiven.
"Wat moet dat hier?," vroeg hij bars, in de hoop de konijnenjagers
daarmee schrik aan te jagen. "We komen onze konijnen op halen",
was hun antwoord onverschrokken waarbij zij dreigend in het rond keken. Verschrikt
keken nu ook de kinderen naar de wit pakken op. In paniek begonnen sommigen
zelfs te huilen. "Wat zegt u daar, uw konijnen?," bleef de medewerker
stoer, "Wilt u deze kinderen hun lieve knuffels afpakken? Zijn jullie
nou helemaal gek geworden. Deze konijntjes zijn van ons en daar blijven jullie
mooi van af. En weg wezen nu, anders bel ik nú de politie!" De
witte engerds dropen mopperend af, weg door de poort die zij zo ruw hadden opengegooid.
Helga
|