Thea op de bres voor haar eendjes.

Thea is een vriendinnetje van mij, ze woont twee hoog op een flat, gelegen aan een gemeentelijke vijver waarin natuurlijk, zoals overal, eendjes rondzwemmen. Niets aan de hand zou je zeggen, een mooi uitzicht vanaf die hoogte op een pracht stukje natuur. Maar de realiteit is anders. Omdat ze haar hart op de goede plaats heeft zitten, is deze vijver zo langzamerhand een obsessie voor haar geworden. Het begon met de welbekende vissers, die zich overal en altijd maar denken te moeten manifesteren, dus óók in die vijver. Op zich is dat niet erg, maar bepaalde vissers vonden het wel leuk om uit pure verveling en frustratie door het gebrek aan vangst, brood naar de eendjes te gooien, om daarna te proberen ze met hengel en vishaak te belagen. Thea probeerde dan de eendjes met brood naar de andere kant van de vijver te lokken. Dit heeft ze vaak moeten doen als de heren weer eens bezig waren. Ze heeft al heel wat eendjes moeten verlossen van visgaren om de pootjes, tot aan haakjes in de bek aan toe. Steeds meer ging ze zich ontfermen over de eendjes. Ze werd als het ware een soort waakhond over de vijver. Aan de politie en de dierenambulance had ze niet veel steun, want ach… eendjes, die zijn er genoeg toch?!

Het voeren en in de gaten houden, werd na een tijdje een dagelijks ritueel. Zeker omdat de plaatselijke jeugd ook nog eens een steentje bijdroeg, aan het getreiter van de eenden. Ze heeft er inmiddels veel kunnen redden en ging op een gegeven moment ook over, tot het in huis halen van kleine eendjes, waarvan de moeder het slachtoffer was geworden van de lieve jeugd. Kleine eendjes zijn natuurlijk erg schattig, daardoor was het voor haar erg moeilijk om ze, als ze redelijk voor zichzelf konden zorgen, weer terug te zetten in die letterlijke poel van verderf. Ook doordat ze vreselijk tam waren, door de mensenhand waarmee ze waren opgevoed. Ze hield van die eendjes en de eendjes van haar.

Ze dacht een oplossing te hebben gevonden bij een oude man, Jan genaamd, die hier vlakbij woonde. Buitenaf op een stukje grond achter zijn huisje, waar hij meerdere dieren had zitten. Er zaten kippetjes, wat konijntjes, duiven en ander klein grut. Ze mocht daar haar lievelingen onderbrengen, op voorwaarde dat zij ze dan wel zelf zou verzorgen. Telkens kwam er wel weer een nieuweling bij maar ach….er was plaats genoeg en na al die jaren zaten er nu veertien eendjes, allemaal door Thea grootgebracht. Dat verzorgen deed ze samen met haar man, trouw iedere zondag, waarbij ze ook niet vergat om de andere aanwezige dieren rijkelijk te voorzien van voer, zoals worteltjes, sla en allerlei andere lekkere dingetjes. Uiteindelijk moest de oude man ook zien rond te komen van zijn pensioentje. Jan gaf zijn dieren wel wat eten, net genoeg om te blijven leven, maar het schoonhouden van de hokken deed hij niet meer. Ook dat gingen ze er nog voor een gedeelte bij doen. Niet alles, want dat was toch een te grote opgave. Jaren ging het goed, maar zoals altijd……tja, ook hier ging het mis. Thea ontdekte namelijk dat Jan op dat grote stuk grond, ergens achteraf, ook nog een kauwtje had zitten, in een veel te kleine kooi. Dit kauwtje, zo bleek later, had als taak het lokken van andere kauwtjes naar de vangkooi. Deze kauwtjes werden dan gedood, omdat ze schadelijk zouden zijn voor de bloembollenvelden van Jan's buurman. Ja ja…burenhulp dus. Geholpen door de oude man's schoonzoon, die jager was.Thea begon te protesteren en te sputteren. Na veel aandringen en inpraten op de oude man zijn geweten, kreeg ze het voor elkaar, dat hij het kauwtje eindelijk verloste van zijn krappe behuizing en de vrijheid gaf. So far, so good dus, zou je denken. Maar mooi niet.

Na enkele maanden kwam Thea tot de ontdekking, dat hij toch weer een kauwtje had zitten. Dit keer stiekem verstopt, zodat ze het beestje nooit zou hebben ontdekt, ware het niet dat plotseling één van de kippetjes over het hek sprong en zij met haar man de achtervolging moest inzetten. Daarbij ontdekte ze het arme dier, in een klein hokje op de grond, helemaal in een uithoek van het erf, om daar zijn trieste werk te doen. Ze was woedend en vroeg Jan waarom hij dat nou toch deed. "Het gaat je geen ene moer aan wat ik hier doe", was zijn antwoord, "als het je niet bevalt, ga je toch gewoon".

Ze is gegaan en kon niets anders dan haar eendjes achterlaten. Wat nu ? Ze belde mij om te vragen of ik een oplossing wist, om haar dieren elders onder te brengen.
Ik stelde voor om ze naar een goede kennis van mij te brengen, die een vogelasiel heeft in Eindhoven. Hij wist wel een vijver op particulier terrein, waar ze heen mochten. Ze wachtte nog een week, in de hoop dat Jan bij zou draaien, zodat ze er toch weer heen konden gaan. Maar er gebeurde niets. Toen ze onderhand dodelijk ongerust over haar kroost, besloot om die dag Jan zelf maar te bellen, was hij haar nèt vóór. Hij belde met de mededeling: "dat hij de eendjes uit hun hok had gejaagd, omdat hij geen voer meer voor ze had". In paniek zijn Thea met haar man er naar toe gereden, om te kijken of er nog wat te redden viel. Er waren tenslotte ook gehandicapte eendjes bij, die zichzelf in de natuur nooit zouden kunnen redden. Zelfs ééntje waar de zwemvliezen van ontbraken, dankzij de liefdevolle medemens. Van de veertien eendjes die er zaten, hebben ze er in de omliggende weilanden nog zes kunnen vinden. Helaas was het arme eendje zonder zwemvliezen nergens meer te bekennen. De zes geredde eendjes heeft ze van ellende toen maar terug geplaatst in de vijver voor haar woning, in de hoop dat het goed zou gaan. En dat ging het dus niet. Haar kroost werd belaagd door de andere eenden, waardoor zij ze maar weer heeft gevangen. Wat makkelijk ging. De eendjes waren immers tam. Ze kwamen uit nood vanzelf naar haar toe. Vier heeft ze er gevangen, terwijl twee van haar eendjes zich in de vijver aardig wisten te handhaven.

Hoewel…, de andere dag trof ze er ééntje dood aan bij de rand van de vijver. Hieruit bleek dus maar weer, dat ze zich toch echt niet konden redden. We hebben de vier eendjes naar het asiel in Eindhoven gebracht, waar ze liefdevol werden aangepakt. Huilend nam Thea afscheid van haar diertjes. Eéntje dood, de andere toch nog in de vijver. Maar haar overige acht, die nog vermist zijn, zullen het waarschijnlijk niet overleven. In een uiterste poging toch nog iets te vinden, gaan ze vandaag toch nog in de weilanden zoeken.

Tja…dit keer geen leuk verhaal met een happy-end, maar een triest voorbeeld van hoe mensen kunnen zijn. Wat gebeurt er nu met de andere dieren, die in hun smerige hokken met nauwelijks voer en water, nog wel bij Jan zitten? Of met het arme kauwtje in zijn kooitje op de grond? Daarvoor bellen wij morgen de dierenbescherming, zodat ook deze dieren ergens terecht zullen komen, op een plek waar mensen nog wel menselijk zijn.

Bij te veel mensen ontbreekt er een stukje gevoel, precies dát stukje gevoel, waarvan ik blij ben het wel te hebben gekregen. Jullie ook…..???

Helga