|
|
|||||
|
Van hem kunnen ze de boom in En hij weet nu weer waarom. Jaarlijks had hij, weliswaar in stilte, zich afgezet tegen de bij hun aan de zaak heersende traditie rond de kerstdagen.
Hij vond van niet. Waarom moeten zijn mooie presentjes, waarvoor hij zich een heel jaar lang voor de gulle gevers heeft uitgesloofd, afstaan aan het collectief? “Nou, omdat zijn binnendienstcollega’s nooit die presentjes krijgen!” “Nou, en?!” “En zij zich net zo goed voor de klant hebben ingezet”. “Ja, en? Wordt hiermee het gelijke monniken, gelijke kappenprincipe bedoeld?” Laten die gelijke kappen nou niet bestaan. Een klant kan bellen wat hij wil, maar als de lijnen overbezet zijn, hij er maar nier doorkomt, zal geen enkele binnendienstcollega hierdoor in de stress schieten. Laat staan dat ie wordt beboet. Maar nu hij met zijn afspraak met en bij de klant. Slechts acht kilometer van huis ziet hij, op de waarschuwingsborden boven de weg, al aankomen dat de 14 kilometer file het heel onwaarschijnlijk maakt dat hij tijdig op zijn afspraak is. Geen nood, tegenwoordig kan je mobiel (let op wel hand free, ook al zijn de fotomobieltjes hier tegenwoordig nauwelijks voor geschikt) je klant bellen om te melden dat je later bent. Oké, maar een gegeven is dan wel dat hij bij elk volgende afspraak op die dag wat later zal zijn. En dat vreet onwillekeurig aan hem. Als een goed werknemer, vertrouwd met het begrip “afspraak is afspraak,” neigt hij er toe om verloren tijd in te willen halen, om een volgende afspraak wèl op tijd te zijn. En daar zit ‘m nu het grote verschil met de niet altijd goed bereikbare binnendienstcollega’s.
|