Afscheid van Tijger

"Ach zielig", hoor ik de lezer al roepen bij deze aanhef. Nee hoor, wees gerust. Er komt geen zielig verhaal van dierenartsen, injecties en het in laten slapen van deze oude sloeber. Tijger ging gewoon verhuizen. Zijn nieuwe baasje was mijn oude tante Froukje. Twee oudjes bij elkaar, dat leek mij de beste oplossing. Waarom?

Wel Tijger's leventje werd steeds ondragelijker. Hij kreeg last van ouderdoms- verschijnselen. Hoewel hij nog steeds uitstekend at, werd hij toch magerder. Hij miste al een paar tanden, dus prakte ik zijn eten en vermengde het met wat water. En zo slurpte hij iedere dag netjes zijn maaltje naar binnen. Met al deze ongemakken had hij het nog wel kunnen uithouden, maar niet met Speedy in de buurt. Want Tijger had namelijk ook rugproblemen. Met een iets ingezakte rug en stijve achterpootjes, bewoog hij zich langzaam voort. Zelfs dat was geen bezwaar geweest, ware het niet dat Speedy, met zijn gewicht van vijf kilo, om de haverklap op het stramme baasje sprong. Een ijselijk gil ontsnapte dan aan de keel van Tijger, die zich wanhopig van de speelse Speedy trachtte te ontdoen. Speedy wilde spelen, maar Tijger kon dat niet meer. Streng sprak ik Speedy dan toe, "hou je nu op, laat die oude stumper met rust". Maar doof voor mijn woorden, joeg hij Tijger weer uit zijn schuilplaats achter de grote stoel.

Met een corrigerende tik trachtte ik Speedy te kalmeren. Die ging dan met een vuile blik in de wastafel naar mij liggen mokken, waar ik net het badkamerkleedje had gelegd omdat ik de vloer wilde dweilen. Als hij Tijger niet mocht plagen, dan zou hij mij wel even het leven zuur maken. En dat kon hij als de beste. Ik kreeg de kans niet om rustig de krant te lezen. Als ik lekker onderuit in mijn favoriete stoel zat, met de krant wijduit voor mij, sprong Speedy midden in de krant.

Dolde op mijn schoot nog even in het rond en nam daarna het rit aan, mij met een hartvergroting en alleen met de zijkanten van de krant, achterlatend. Waar Speedy als een bulldozer in was gesprongen, was niets meer van over.

Om even rust te hebben sloot ik hem soms een tijdje op in de slaapkamer. Daar maakte hij dan uit protest een hopeloze piramide van de sprei en ook de gordijnen moesten het ontgelden. Hij wilde de hele dag spelen en vroeg constant aandacht.
Speedy, die nu door had dat hij de baas over Tijger was, dolde iedere dag met het oude baasje, die steeds angstiger werd. Het arme beest verstopte zich in alle hoekjes en gaatjes, in de hoop onvindbaar te zijn voor zijn kwelgeest.

Ik had een plaid achter een grote stoel gelegd waar hij af en toe wat rust kreeg en zich kon verstoppen. Soms bracht ik zelfs zijn eten naar zijn schuilplaats. Als Speedy weer op oorlogspad was, durfde hij niet te voorschijn te komen. Speedy begreep hier niets van. Hij wilde alleen maar spelen. Daarom was het ook moeilijk om hem te straffen. Op een gegeven ogenblik werd het toch te gek.

Tijger durfde nauwelijks meer de kamer in te komen. Eerst voorzichtig om de hoek kijkend, sloop met een grote boog naar binnen. Daar zat Speedy, swingend met zijn achterlijf, in aanvalshouding te wachten. Zodra Tijger een poot in de kamer zette sprong Speedy er bovenop. Snel probeerde Tijger dan weer zijn schuilplaats in te duiken, maar met zijn stramme pootjes, was hij altijd de verliezer. Van alle kanten werd hij besprongen en rolde het witte gevaar over hem heen. Zelf als Speedy niet in de buurt was en Tijger even onder de tafel zat, was hij voortdurend bedacht op een nieuwe aanval. Zijn ogen keken steeds treuriger. Hij had het niet meer naar zijn zin. Ik begreep dat het zo niet langer kon.

Aan mijn tante vroeg ik, of ze Tijger wilde nemen, zodat hij een vredige oude dag kon hebben. Gelukkig stemde ze hierin toe. Ik zou voor het eten en de katten- steentjes zorgen, want dat kon ze met haar AOW'tje niet bekostigen. Als er naar de dierenarts moest worden gereden, dan nam mijn zoon Tony dat op zich. Zo namen we, zelfs mijn eega, met pijn in ons hart afscheid van Tijger. Bij tante bloeide Tijger weer helemaal op. We zochten hem regelmatig op. Met een verheerlijkte blik zat hij dan op zijn vaste plekje op haar schoot. Zijn tongetje uit zijn bek, waaruit de slijmdruppels, door gemis aan tanden, als een waterval naar beneden kwamen. "Geeft niks," zei mijn tante en haalde uit de hoek van haar stoel een doekje, "hij heeft zijn eigen zakdoek" en met een streek veegde ze de natte bek van Tijger af. Deze beloonde haar prompt met een van zijn formidabele kopstoten. Ik keek tevreden toe.

Soms moet je voor het welbevinden, afscheid van een dier kunnen nemen. Bij Tijger was dat nodig. Ik bracht hem naar iemand, van wie ik wist, dat hij daar rustig en goed verzorgd was. Ik keerde tevreden naar huis terug, waar Speedy met zijn streken en ondeugden op me wachtte. Hier meer over in het vervolg