|
| |||||
|
Bella en Donna Midden juli, op een vroege maandagochtend, was zoals gebruikelijk mijn eerste arbeid van de dag, het portiertje spelen voor mijn kattenkinderen. Het KNMI had de avond ervoor een tropische, wolkenloze dag beloofd, derhalve liet ik de tuindeuren lekker openstaan. Koffie zetten is steevast mijn tweede ´arbeid`, voor mij hét drankje dat een eind moet maken aan wat ik noem ´mijn wattenkopsyndroom`. Wachtend op het verlossende gepruttel, zijnde het sein: de koffie is klaar, drong vaag tot mij door dat er een zacht gepiep door het vertrouwde geluid klonk. Eenmaal genietend van het bruine vocht, onderwijl het eerste nieuws van de dag volgend, bleef het gepiep aanhouden. Verrek, het leek wel heel zacht klaaglijk miauwen. Mijn eerste gedachte was: ´oh nee hé Einstein waar ben je dan nu weer in verzeild geraakt. Deze donder weet zich namelijk keer op keer in de meest vreemde nesten te werken.
Tja, voor ons een vraag, voor het kleintje een weet. Onderzoek leerde mij dat het een dametje betrof. Zachtjes verder kletsend, maakte ik snel wat eten en drinken klaar. Mijn opmerking: ´je zult wel honger hebben wijffie`, werd bevestigd door de gretigheid waarmee het maaltje werd aangevallen. Eenmaal uitgegeten kreeg het meisje, waarvoor ik vanwege haar schoonheid, de naam Bella had gekozen, voor de zekerheid een wormkuurtje en diende ik vlooiendruppeltjes toe. Moe maar uiterst voldaan vleide ze zich vol vertrouwen, spinnend en wel tegen me aan. Om haar de zo broodnodige rust te geven werd mijn slaapkamer in no time omgetoverd tot een complete kittenkamer. Na nog een poosje met haar te hebben geknuffeld viel Bella uitgeput op bed in slaap. Wat nu? Goede raad was duur. Natuurlijk, kwam de gedachte bij mij op dat het een gedumpt kittentje zou kunnen zijn. Echter, optimistisch als altijd ging ik er op dat moment nog van uit dat mogelijk iemand in de buurt erg verdrietig én naarstig op zoek zou zijn. Een paar uur later had ik honderd flyers uitgeprint en her en der in een straal van zo´n driehonderd meter rond ons huis opgeplakt. Weer thuis, trof ik Bella nog steeds in een diepe slaap aan. Tijd voor een verkoelend drankje in de zonovergoten tuin. Genietend van mijn eigen paradijsje, spitste ik mijn oren. Verrek het leek wel of ik nog ergens een miauwtje hoorde. Een snelle blik op mijn slaapkamer, bevestigde wat ik eigenlijk al wist het raam was zorgvuldig gesloten. Het zal toch niet waar zijn hè? , toch niet nog een kleintje! . Om een lang verhaal kort te maken na een zoektocht in de tuin vond ik uiteindelijk, veilig verstopt tussen één van de bamboes, een tweede kleintje. Onmiskenbaar familie van Bella. Ook dit uitgehongerde kleine ding bleek een dametje zijn. De naam Donna leek me voor haar de enige juiste keus. Twee kittentjes Bella en Donna zonder twijfel betrof het hier gedumpte kleintjes, dit kon geen toeval meer zijn. Gefrustreerd, zei ik woedend tegen mijn ´mannen`: ´welke idioot doet nu zoiets, mensen grrrrrrrrr`! Toen het tijd werd voor mijn middagdutje kreeg dit dagelijkse ritueel een extra dimensie twee kleine lijfjes kropen behaaglijk tegen me aan en gedrieën vielen we in slaap. Later die dag heb ik het asiel gebeld. Enige jaren geleden heb ik als vrijwilligster een tijdje bij dit asiel gewerkt. De wetenschap dat ze hier geweldig worden verzorgd maakte dat ik mijn kostbare vondst rustig aan hen kon toevertrouwen. De medewerkster vroeg of het mogelijk was om de kleintjes tot het weekend bij mij thuis te houden. In verband met de vakantiedrukte was er op dat moment geen plek. Natuurlijk kon dat, graag zelfs! Een gouden week brak aan. Zonder enige moeite paste het hele dierengespuis zich de nieuwe situatie aan. Met de dag werd mijn verbazing groter. Verbazing over het feit hoe het mogelijk was dat zulke, zonder enige twijfel met zorg en liefde omringde, optimaal gesocialiseerde kittentjes gedumpt waren. Totaal niet mensenschuw, dol op knuffelen, vol vertrouwen je schoot voor uren confisquerend, gewend aan optillen, ronddragen, stofzuigen, de vaatwasser en noem maar op. Niet verwonderlijk dan ook, dat in minder dan geen tijd, het hele gezin, gek was op de tweelingzusjes. Toen het eenmaal vrijdag was deden we met tranen in onze ogen afstand van onze " cadeautjes". Frappant toch hoe je in een paar
dagen zo verknocht kunt raken aan dat kleine spul. Met klem heb ik gevraagd of
het asiel alles in het werk wilde stellen om ze samen te plaatsen én of
ze me op de hoogte wilden houden.
|