Erger dan een bokkenpruik.

Verderop in de straat woonde een stel met twee kinderen, een hond en twee poezen. Tot zover niets bijzonders, dacht ik toen…….Maar ach, dingen gaan soms raar, heel raar. Het stel ging scheiden en zij bleef hier wonen. Aangezien zij kaalhoofdig en dus pruikdragend was, viel het haar niet mee om snel een nieuwe partner te vinden. Als zij er al eentje vond, die op kaal en/of pruiken viel, moest ze die met twee handen vastgrijpen. Wat zij dan ook deed. Haar nieuwe aanwinst was al snel de keizer in een rijtjes woning, waarbij zij al snel de deurmat werd, waarop hij zijn voeten kon vegen. De kinderen werden van school uit naar binnen geduwd zodat er, van wat er binnen gaande was, vooral niets naar buiten kon lekken. De dieren werden de straat op gegooid, omdat die toch niet kunnen praten.

Na een tijdje werd de hond weg gedaan. De katten sliepen op het dak van de schuur en moesten zichzelf maar redden. Toen een buurvrouw die pruikenmevrouw er op aansprak, omdat ze het geen stijl vond, kreeg ze te horen dat ze zeer blij was met haar nieuwe vriend. Vooral ook omdat hij ook nog eens in het bezit was van een auto. Wat sommige vrouwen, met pruik, toch over hebben voor een man met auto?! Laat ik er verder maar niets van zeggen. Maar goed, waarschijnlijk werd opeens de grond te heet onder hun voeten, want zij gingen verhuizen. Ja hoor, drie maal raden?! Juist, heel goed, de katten mochten hier blijven.

Een paar weken later gingen mijn huis-, tuin,- en keukentijgers opeens vreselijk tekeer in de gang. Pal bij de voordeur. Er was daarbuiten iets waar ze danig van overstuur waren. Het was al laat op de avond, dus pakte ik de voor mij perfecte vervanging van de kattenogen die ik nu eenmaal niet heb, de zaklantaren. Ik scheen de voortuin in en ja, daar zat het monster, die schuldig was aan al dat tumult. Een magere zwarte kat, die zich wat wilde verwarmen aan de voordeurruit, omdat het daar binnen lekker warm was. Ik keek naar het scharminkel en ging binnen de laatste restjes Whiskas uit het blikje schrapen, waar mijn eigen katjes hun deftige neusjes voor hadden opgetrokken.

Het rijkelijk van zichtbare botten voorziene wezen, van het type KAT, vrat alles waar hij zijn tanden in kon zetten.Toen zijn maag vol was, liet hij mij huiverend van de kou achter en verdween in de nacht. De volgende avond hetzelfde tumult. Weer in de gang en ja hoor, ik had er een kostganger bij. Iedere avond kwam hij terug, omdat ik gedurende de hele dag ijverig alle restjes voor hem bij elkaar spaarde. De zomer kwam eraan, waarbij hij zich steeds vroeger meldde. Ook zijn schuwheid verdween. Soms zat hij al om zeven uur, breed glimlachend, in mijn voortuintje. Het leek alsof hij tegen iedereen die voorbij liep wilde zeggen: "Ik woon hier" !!!

Mijn eigen verwende dondersteentjes hadden het allang opgegeven, om hem nog weg te jagen. Zijn zichtbare botjes waren inmiddels verborgen onder een laagje afval-whiskas-vet. Dus goed voorzien van antivries, was hij qua lichaamsgewicht redelijk klaar voor de winter, die er zachtjes aan begon te komen. Ik bleef het, nog steeds naamloze bottenlijf, gewoon voorzien van zijn dagelijkse portie, terwijl de eerste koude zijn intrede deed. Ergens in januari begon het te sneeuwen, toen hij er s'avonds opeens niet was. Telkens riep ik 'm om de hoek van de voordeur, maar hij was in geen velden of wegen te zien. Toch stonden er verse voetjes van hem in de sneeuw. Alleen…, geen kat. Gewacht tot middernacht. Nog meer verse voetjes in de sneeuw……Eindelijk kwam hij tegen één uur uit de struiken te voorschijn. Hij keek me treurig aan. Kennelijk was hij vanavond van de kou weg gegaan, toen het rest-eten te laat naar zijn zin werd opgediend. Iets knapte er in mij.

Het was nu genoeg geweest. Ik liep naar binnen, mijn man lag al in bed en eigen kroost sliep ook al uren. Ik pakte een lekker, warme kattenmand, die ik in de gang tegen de verwarming zette, om daarna m'n straatkatje met eten binnen te lokken.. Dat was dus paniek,"Miauww". Gelukkig niet lang. Hij ging eten en ik eindelijk naar bed. Ik heb hem de hele nacht niet meer gehoord en de volgende morgen lag hij nog lekker op zijn nieuwe plek. Hij was nu van mij !!! Toen ik drie weken later de buurvrouw van het verhuisde stel sprak, kon ze me met enige trots vertellen, dat zij wel wist hoe hij heette: Kareltje. Ik ben toen naar huis gelopen en riep: "Kareltje??!!" Hij keek op met blik van: "hoe weet jij dat nou?"