|
| |||
| Soms duurt geluk zo kort
s'-Avonds om een uur of zeven ging de bel. Ik was op dat moment net even bij mijn moeder en liep met haar mee naar de voordeur. "Zijn jullie soms een poes kwijt ?", vroeg de vriendelijke oude dame van het huis hier op de hoek. "Nee, onze katten kunnen niet weg uit de tuin", was ons antwoord. De volgende vraag werd door ons gesteld, want we wilden wel eens weten waarom ze ons dat vroeg: "Wat is er aan de hand, dan ?" Ze vertelde dat er bij haar kleinzoon, die verderop in de straat woonde, een poes achter in de tuin zat. De poes zat er al een paar dagen en ging niet weg. Ze zat in een oude cementkuip die onder het afdak stond. Aangezien het gezin van haar kleinzoon bang was voor katten durfde er niemand meer in de tuin te komen. Het vermoeden was dat de kat mogelijk haar jongen in die kuip had gekregen en daardoor wel heel vals zou zijn. De oude dame ging daarom de buurt langs, om te vragen of er iemand een poes kwijt was. Na het verhaal te hebben aangehoord, gingen we naar binnen, hadden het er nog even over en ben toen weer naar mijn eigen huis gegaan. s'-Nachts kon ik niet in slaap komen, want mijn gedachten gingen telkens naar dat katje met haar jongen, in die koude cement kuip. Het was eind februari en druilerig weer, echt zo waterkoud. Na de hele nacht te hebben gewoeld, stond ik om zes uur maar op, want slapen ging niet meer.
We belden aan en die mensen lieten ons meteen binnen. Blij dat ze eindelijk verlost werden van hun (achter)uitgangsverbod. De kleinzoon zette de achterdeur voorzichtig op een kiertje, zodat we vlug de tuin in konden en trok hem heel snel weer achter ons dicht. Zo bang dat de kat naar binnen zou komen, tja .hij was een grote man van ca. 1.95m. En wij twee vrouwtjes van amper 1.60 meter. Zijn bange ogen volgden ons vanachter het raam, terwijl we richting afdak liepen. Inderdaad, in de cementkuip zat een zielig hoopje poes van angst en koude helemaal in mekaar gekropen te rillen. Twee treurige oogjes keken omhoog toen we om haar heen stonden, de paniek van het dier was voelbaar. Voorzichtig stak mijn moeder haar hand onder de poes, die verstijfd bleef ze zitten. Ze pakte er een jonkie onderuit van een paar dagen oud, dat bleek haar enigste kindje te zijn, dat is meestal zo bij de eerste worp. Kind in het mandje gedaan, moeder erbij gezet, mandje dicht, hebbes !!! Zo nu nog even langs de bangerikken, om te laten zien dat al onze vingers er nog aan zaten en dan naar huis met het handeltje. We hoorden een zucht van verlichting achter ons klinken, toen we het huis verlieten. Wat is er in godsnaam toch ooit fout gegaan met deze mensen ? Heel jammer, dat ze niet wisten wat een pril geluk ze in hun tuin hadden. Thuis gekomen bleek dat het zo niet veel langer meer had hoeven duren, want moedertje was zo verschrikkelijk dorstig, dat ze drie volle bakken melk leeg dronk. Eten vond ze op dat moment totaal niet belangrijk. Een lekker warm dekentje in een mandje maakte haar geluk compleet. Het kleine Bolleke van slechts een paar dagen oud voelde wel degelijk het verschil met het vorige onderkomen, want de kleine pootjes kroelden zoekend de zachte ondergrond af. Een genot om naar te kijken hoe moeder en kind opbloeiden en een paar maanden later spelend het huis afbraken. Toen Bolleke inmiddels zelf al volwassen was, werd ze toch nog regelmatig door Mams aan een grondige wasbeurt onderworpen. Als ze niet wilde, zwaaide er wat. Op 13 jarige leeftijd is Moedertje heen gegaan, de kleine was ontroostbaar.
Wekenlang miauwde ze de hele dag klagend tegen ons aan van verdriet. Ten
einde raad hebben we een poes aangeschaft van de "Stichting Kat",
het gehuil was over, doordat ze nu wat afleiding had. Maar ruim een half
jaar later is ook zij gestorven. Ze wilde niet meer. Soms duurt geluk
zo kort, slechts 13 jaar
|