|
| ||||||||||
Het verworven recht van Bonnie. ‘s-Avonds om een uur of tien liep ik nog even naar buiten om in de garage iets te halen. Het was eind oktober en al behoorlijk koud. Zo guur zelfs, dat ik de kraag van mijn vest omhoog trok.
Dus heb ik nog maar een handje van die grijpgrage brokken neergelegd. Zoals ik had verwacht verdwenen die ook als sneeuw voor de zon. Ik besloot om hem naast die knabbels ook maar wat blikvoer te geven, zodat hij de kou beter kon verdragen. Ik stak mijn hand omhoog, zette een bakje voor hem neer en kreeg als beloning een flinke tik op mijn hand. Auww … van de honger was hij vermoedelijk bang dat ik het weer af zou pakken. Zo… die eerste tik had ik mooi te pakken. Die voltreffer van een brede kattenklauw had vier gaatjes in mijn hand gemaakt, waar het bloed uitliep. Ach ja, er zijn ergere dingen in de wereld, ik begreep het wel. Om nog een tik te vermijden, zette ik de dag daarna zijn bakje eten heel snel omhoog. Ook de derde keer lukte het me, maar de vierde keer was ik weer de klos. Alleen …die tik ging dit keer zonder zijn nagels te gebruiken. Dat viel me mee, begon hij me soms al te mogen? In de dagen die volgden, kwam hij heel voorzichtig steeds een stukje dichterbij. Na een week wilde ik proberen om hem iets uit mijn hand te laten pakken. Het risico op nog een flinke tik, nam ik maar op de koop toe. Hij blies naar me, blies nog eens naar me, pakte het stukje vlees aan, slikte het snel naar binnen en blies weer. Nog maar een stukje …. weer veel geblaas, nog een stukje…., het smaakte hem goed en het geblaas ging over in zachtjes spinnen. Toen mijn hand leeg was liet ik hem aan mijn vingers ruiken. Opeens gaf hij me een kopje en mocht ik hem zomaar een keer aaien. Ik voelde een dikke zachte jas maar daaronder zat niet zoveel. Nu begreep ik pas goed waarom hij me had geslagen. Hij was best mager. Dankzij de flinke bakken Wiskas die hij van me kreeg, groeide in vrij korte tijd Nu zijn angst weg was, bleek dat hij eigenlijk vreselijk lief was. Als ik naar bed ging en dat is meestal heel laat, zag ik hem nog in de kou op het duivenhok zitten, terwijl mijn eigen katten lekker op de bank lagen te slapen. Triest heel triest. Ik had deze stumper er best bij willen nemen, maar één van mijn eigen katten duldt absoluut geen vreemde kat in zijn omgeving. Dat wordt knokken en niet zo’n beetje ook. Het juiste woord hiervoor is eigenlijk slopen. Er zat dus niet veel anders op dan hem in de koude nachten, die nog zouden komen, buiten te laten zitten. Dat deed me werkelijk pijn, want dat verdiende deze lieverd niet. Kort hierna sloeg het weer om en de kou maakte plaats voor een regenachtige periode. Op een zondag was het voor mij weer eens behoorlijk laat geworden. Slapen lukte me die nacht niet meer. Het hield me erg bezig dat er een dier buiten in de regen tegen de deur aan zat te verkleumen, terwijl de andere dieren lekker in de warmte binnen sliepen. Zo kon het gewoon niet langer, niet voor mij maar ook niet voor dat arme dier.
Vermoedelijk is hij ooit gepest door kinderen waardoor hij zo is geworden. Zoals afgesproken stopte om acht uur s‘avonds de dierenambulance voor mijn deur. Ik liet de twee medewerkers binnen. Net ervoor had ik m'n zwervertje met eten de keuken ingelokt en de deur achter hem dichtgedaan. Hij was totaal in paniek toen zij binnenkwamen. Hem zomaar in een mand doen lukte niet, dus moesten er dikke handschoenen aan te pas komen. Hij sprong van angst op het aanrecht, op de koelkast, op de verwarming en toen op het gasstel. Daar konden ze hem pakken. Op dat moment keken twee bange ogen me aan. Alsof hij wilde zeggen: “Hoe kun je dit nou met me doen? Ik vertrouwde jou toch.” Ik moest vechten tegen mijn tranen toen ze hem in de mand duwden en het deurtje op slot deden. Even nog in het mandje kijken kon ik niet, hoe graag ik het ook wilde, omdat ik mijn verdriet niet wilde laten zien aan die mensen. Ik stelde de vraag waar ik de hele afgelopen nacht en dag al mee had rondgelopen: Boerderijkatten hebben het meestal niet zo best.
Ze krijgen vaak niet veel te eten, want ze moeten muizen vangen.
Dat betekent dus: Geen muis gevangen, geen eten. Na twee dagen en nachten verdriet heb ik het dierenasiel opgebeld, om te informeren hoe het met hem ging. Ik kon het gewoon niet loslaten. Marlies, de eigenaresse, vertelde me dat hij nog apart zat in een hok. Ze konden hem moeilijk benaderen dus lieten ze hem maar met rust. Mijn verdriet was nog groter dan eerst, omdat ik nu wist dat hij er verschrikkelijk onder leed en dat was mijn schuld.
Ik besloot er heen te rijden en nam voor alle zekerheid een kattenmandje mee.
Daar aangekomen bracht Marlies me naar zijn hok. Zachtjes begon ik tegen hem te praten maar hij reageerde totaal niet. Ik opende het deurtje en stak mijn hand naar hem toe, hij deinsde terug. Voorzichtig raakte ik zijn oor aan, hij keek opzij naar mijn hand en kromp nog verder in elkaar. Herkende hij me niet meer? Verbaasd begon ik harder te praten en harder te aaien. Opeens had hij het door. Hij sprong uit de kattenbak en kroop van blijdschap helemaal tegen me aan. Marlies stond erbij te kijken met een gezicht alsof ze een wonder zag. “Hoe kan dit nou?”, zei ze, “ik herken hem helemaal niet meer". Ik pakte hem op mijn arm en duwde hem in het kattenmandje. “Deze neem ik weer mee terug naar huis”, zei ik half lachend en half huilend tegen Marlies.
Helga
|