Het verworven recht van Bonnie.

‘s-Avonds om een uur of tien liep ik nog even naar buiten om in de garage iets te halen. Het was eind oktober en al behoorlijk koud. Zo guur zelfs, dat ik de kraag van mijn vest omhoog trok.

bonnie1

Ik zag een kat op mijn duivenhok zitten. Dat is niets bijzonders hoor, die zitten er zo vaak. Meestal laat ik ze gewoon hun gang gaan, maar om de één of andere reden pakte ik een handje knabbeltjes en legde ze op de dakpannen van het hok. Ik liep naar binnen en keek stiekem door het zijraampje van de keukendeur of hij ze ging opeten. Het duurde even, maar de geur van die knabbels kon hij toch niet weerstaan. Gulzig at hij ze op en verdween weer snel in de richting van het hoogste gedeelte van het duivenhok. Verbaasd omdat hij de knabbels zo snel weg had gewerkt, vermoedde ik dat hij behoorlijk honger had.

Dus heb ik nog maar een handje van die grijpgrage brokken neergelegd. Zoals ik had verwacht verdwenen die ook als sneeuw voor de zon.

De dagen erna zat hij steeds weer stilletjes te loeren op het hok, in de hoop dat er een muis zo dom was om over de dakpannen een straatje om te lopen. Dan had hij weer een lekker warm hapje in de koude nacht. Voor het geval dit niet mocht lukken, gaf ik hem uit voorzorg maar een flinke hand knabbels, zodat hij toch iets in zijn hongerige maagje had. Inmiddels durfde hij al wat dichter in mijn buurt te komen, maar hem aanraken was er niet bij. De nachten werden kouder en mijn vermoeden dat hij een zwerver was werd alsmaar groter. Want met dit weer laat je een dier toch niet de hele nacht buiten zitten.

Ik besloot om hem naast die knabbels ook maar wat blikvoer te geven, zodat hij de kou beter kon verdragen. Ik stak mijn hand omhoog, zette een bakje voor hem neer en kreeg als beloning een flinke tik op mijn hand. Auww … van de honger was hij vermoedelijk bang dat ik het weer af zou pakken. Zo… die eerste tik had ik mooi te pakken. Die voltreffer van een brede kattenklauw had vier gaatjes in mijn hand gemaakt, waar het bloed uitliep. Ach ja, er zijn ergere dingen in de wereld, ik begreep het wel.

Om nog een tik te vermijden, zette ik de dag daarna zijn bakje eten heel snel omhoog. Ook de derde keer lukte het me, maar de vierde keer was ik weer de klos. Alleen …die tik ging dit keer zonder zijn nagels te gebruiken. Dat viel me mee, begon hij me soms al te mogen? In de dagen die volgden, kwam hij heel voorzichtig steeds een stukje dichterbij. Na een week wilde ik proberen om hem iets uit mijn hand te laten pakken. Het risico op nog een flinke tik, nam ik maar op de koop toe.

Hij blies naar me, blies nog eens naar me, pakte het stukje vlees aan, slikte het snel naar binnen en blies weer. Nog maar een stukje …. weer veel geblaas, nog een stukje…., het smaakte hem goed en het geblaas ging over in zachtjes spinnen. Toen mijn hand leeg was liet ik hem aan mijn vingers ruiken. Opeens gaf hij me een kopje en mocht ik hem zomaar een keer aaien. Ik voelde een dikke zachte jas maar daaronder zat niet zoveel. Nu begreep ik pas goed waarom hij me had geslagen. Hij was best mager.

Dankzij de flinke bakken Wiskas die hij van me kreeg, groeide in vrij korte tijd
niet alleen zijn vriendschap met mij, maar ook zijn gewicht. Hij werd een stevig kereltje en was ook al zo brutaal om bij de achterdeur te miauwen, als hij eten wilde hebben. Als ik de keukendeur open deed, liep hij zelfs al naar binnen. Terwijl ik het eten in zijn bakje deed kreeg ik ondertussen stevige kopstoten tegen mijn benen om zijn ongeduld kenbaar te maken. Snel at hij alles op, dan wilde hij nog een uitvoerige knuffel, om vervolgens via de schutting weer in de nacht te verdwijnen.

Nu zijn angst weg was, bleek dat hij eigenlijk vreselijk lief was. Als ik naar bed ging en dat is meestal heel laat, zag ik hem nog in de kou op het duivenhok zitten, terwijl mijn eigen katten lekker op de bank lagen te slapen. Triest heel triest.

Ik had deze stumper er best bij willen nemen, maar één van mijn eigen katten duldt absoluut geen vreemde kat in zijn omgeving. Dat wordt knokken en niet zo’n beetje ook. Het juiste woord hiervoor is eigenlijk slopen. Er zat dus niet veel anders op dan hem in de koude nachten, die nog zouden komen, buiten te laten zitten. Dat deed me werkelijk pijn, want dat verdiende deze lieverd niet.

Kort hierna sloeg het weer om en de kou maakte plaats voor een regenachtige periode. Op een zondag was het voor mij weer eens behoorlijk laat geworden.
’s Nachts om drie uur ging ik pas naar bed. Ik wilde even kijken of hij er nog was en deed het licht uit in de keuken, zodat hij me niet kon zien staan. Stiekem keek ik door het ruitje en zag hem in de stromende regen dicht tegen de achterdeur zitten. Hij miauwde zachtjes en mijn hart brak. Wat moest ik nou doen met dit arme diertje?
Waar moest ie anders heen, hij had immers niemand.

Slapen lukte me die nacht niet meer. Het hield me erg bezig dat er een dier buiten in de regen tegen de deur aan zat te verkleumen, terwijl de andere dieren lekker in de warmte binnen sliepen. Zo kon het gewoon niet langer, niet voor mij maar ook niet voor dat arme dier.

Op maandagochtend heb ik de dierenambulance gebeld en de situatie uitgelegd. Ze zouden hem ’s avonds komen halen. De hele dag was ik uit mijn doen, omdat ik het ook erg vond om dit dier zijn vrijheid zomaar af te nemen. Ik vroeg me steeds af waar hij dan terecht zou komen.

Hij was een kat die niet zomaar ergens geplaatst kon worden, want hij durfde gerust een tik te geven als iets hem niet beviel. Dat had ik al ondervonden, dus in een gezin met kinderen zou
niet gaan.

Vermoedelijk is hij ooit gepest door kinderen waardoor hij zo is geworden. Zoals afgesproken stopte om acht uur s‘avonds de dierenambulance voor mijn deur.

Ik liet de twee medewerkers binnen. Net ervoor had ik m'n zwervertje met eten de keuken ingelokt en de deur achter hem dichtgedaan. Hij was totaal in paniek toen zij binnenkwamen. Hem zomaar in een mand doen lukte niet, dus moesten er dikke handschoenen aan te pas komen. Hij sprong van angst op het aanrecht, op de koelkast, op de verwarming en toen op het gasstel. Daar konden ze hem pakken. Op dat moment keken twee bange ogen me aan. Alsof hij wilde zeggen: “Hoe kun je dit nou met me doen? Ik vertrouwde jou toch.” Ik moest vechten tegen mijn tranen toen ze hem in de mand duwden en het deurtje op slot deden. Even nog in het mandje kijken kon ik niet, hoe graag ik het ook wilde, omdat ik mijn verdriet niet wilde laten zien aan die mensen.

Ik stelde de vraag waar ik de hele afgelopen nacht en dag al mee had rondgelopen:
“Waar gaat hij naar toe want hij kan niet overal geplaatst worden hè? Bij kinderen lijkt me niet verstandig.” Eén van de medewerkers vertelde me dat dit soort katten meestal naar een boerderij worden gebracht, daar dienen ze dan als muizenvanger.
“Ach nee toch, daar hebben ze het ook niet echt goed”, zei ik teleurgesteld.
De man haalde zijn schouders op en vertelde dat er niets anders opzat. Met een gevoel van spijt liet ik ze uit. Ik deed de voordeur achter me dicht en ben in huilen uitgebarsten. Oh, wat erg . . .

Boerderijkatten hebben het meestal niet zo best. Ze krijgen vaak niet veel te eten, want ze moeten muizen vangen. Dat betekent dus: Geen muis gevangen, geen eten.
Hoe vaak ben ik niet via binnenwegen ergens naar toe gereden en heb ik langs de weg bij boerderijen doodgereden katjes zien liggen. Dat lot had ik toch niet voor hem in gedachten gehad. Weer lag ik een nacht wakker en ook de andere dag moest ik steeds weer huilen. Deze kat was geen allemansvriend, hij was eerst vreselijk bang voor me en toen ik eindelijk zijn vertrouwen gewonnen had, gaf ik hem mee aan de dierenambulance. Hoe had ik dit nou toch kunnen doen?

Na twee dagen en nachten verdriet heb ik het dierenasiel opgebeld, om te informeren hoe het met hem ging. Ik kon het gewoon niet loslaten. Marlies, de eigenaresse, vertelde me dat hij nog apart zat in een hok. Ze konden hem moeilijk benaderen dus lieten ze hem maar met rust.

Mijn verdriet was nog groter dan eerst, omdat ik nu wist dat hij er verschrikkelijk onder leed en dat was mijn schuld. Ik besloot er heen te rijden en nam voor alle zekerheid een kattenmandje mee. Daar aangekomen bracht Marlies me naar zijn hok.
Hij zat treurig in elkaar gedoken met zijn ogen dicht in een hoekje van de kattenbak. Zijn neusje had hij in de korrels gedrukt. Dat trieste beeld zal ik mijn hele leven niet meer vergeten.

Zachtjes begon ik tegen hem te praten maar hij reageerde totaal niet. Ik opende het deurtje en stak mijn hand naar hem toe, hij deinsde terug. Voorzichtig raakte ik zijn oor aan, hij keek opzij naar mijn hand en kromp nog verder in elkaar. Herkende hij me niet meer? Verbaasd begon ik harder te praten en harder te aaien. Opeens had hij het door. Hij sprong uit de kattenbak en kroop van blijdschap helemaal tegen me aan. Marlies stond erbij te kijken met een gezicht alsof ze een wonder zag. “Hoe kan dit nou?”, zei ze, “ik herken hem helemaal niet meer". Ik pakte hem op mijn arm en duwde hem in het kattenmandje. “Deze neem ik weer mee terug naar huis”, zei ik half lachend en half huilend tegen Marlies.

Na de verblijfskosten te hebben betaald, reed ik terug. Onderweg gaf hij geen kik. Toen ik thuis was heb ik het mandje op zolder gezet en het deurtje geopend. Alles stond al voor hem klaar. Eten, drinken en een lekkere warme deken om op te slapen.
Je kunt je geen dankbaarder dier voorstellen.

Hij moet nog wel wennen aan mijn andere kostgangers. Dat zal nog een hoop tamtam gaan geven maar het moet gewoon. Bonnie heeft ook recht op een plekje bij ons thuis.

bonnie3

Helga

Naast Helga's Haaltjes in het Kroondomein, trekt zij op haar eigen site ten strijde tegen al het dierenleed: http://helangel.helmondweb.nl/ Ook laat zij ons elke maandagavond om 23:00 u. genieten van haar muziekprogramma 'Goud en Zilver' op de internetzender: http://www.goedverstaanbaar.nl