De deegrol

Vorige week vrijdag was ik in de keuken bezig de waterbak van de poezenkinderen te verversen. Achter me hoorde ik gerommel aan de luxaflex. "Op vliegenjacht, jongens?", vroeg ik zonder omkijken. "Kom op, jullie hoeven er niet ín te klimmen", sprak ik vermanend terwijl, ik me omdraaide. Tot mijn grote schrik zag ik een doodsbang Fleurtje in de vensterbank zitten, met op zo'n dertig centimeter van haar verwijderd, met de poten bovenop de kattenbak staand, een Pitbull, die woest naar haar hapte! In a Split Second gooide ik, vergezeld van verwensingen die in een conférence á la Youp van't Hek niet zouden misstaan, de volle waterbak bovenop zijn kop. Gelukkig, dat maakte énige indruk. Hij droop in dit geval letterlijk af naar de tuin.

Ik er achteraan, greep razendsnel de eerste de beste bloempot die voor handen was en smeet die richting hond. Pfff...dát had effect. Door het kleine gat in de tuin verdween hij even snel, als hij was gekomen. Jongste zoon Jurriaan, gealarmeerd door het helse kabaal, kwam naar beneden en vroeg: "Mam wat is er in hemelsnaam aan de hand!" In een soort steno bracht ik hem op de hoogte...: "Pitbull in keuken...Fleurtje binnen...rest nog niet gezien." Jurriaan rende naar boven en riep al snel: "Floris is hier hoor, mam!"

Einstein en Berber waren in geen velden of wegen te bekennen. Werd ik boos?...nee hoor...een beetje boos?...ook niet! Mede gedreven door angst, werd ik rázend... Met een blinde waas voor ogen, greep ik het eerste de beste keuken- gereedschap wat in mijn gedachten opkwam..., de deegrol... en rende als een dolle stier naar buiten, onderwijl roepend naar Jurriaan, dat hij op zoek moest gaan naar Berber en Einstein.

Meteen ferme soldatenpas liep ik gewapend en al de hele wijk door. Nergens een hond en al helemaal geen baas mét hond, laat staan een Pitbull te bekennen. Het moet een komisch gezicht zijn geweest, herinneringen oproepend aan tijden, waar in cartoons regelmatig vrouwen met de destijds fameuze deegrol hun, al dan niet overspelige, echtgenoot achterna zaten. Eenmaal weer thuis, was Berbertje inmiddels gesignaleerd, maar van de kleine Einstein nog geen spoor! Doodongerust ging ik al roepend op zoek. Ver kon hij niet zijn, want de katten gaan nooit de tuin uit. Het dichte struweel achterin de tuin is hun favoriete speelplekje, dáár had ik de meeste kans op succes. "Kippetje...kittiekit...waar ben je dan ?", riep ik zacht. Na een tijdje hoorde ik een héél zacht, klagelijk miauwtje, nog niet ècht te lokaliseren, maar hij moest dichtbij zijn! Opeens zag ik hem hoog in één van de bomen in de tuin zitten. Moed gekregen door mijn nabijheid, klom hij voorzichtig naar beneden en kon ik hem er zo uit tillen.

De gehele verdere dag bleven we wat van slag.
's Avonds werden er plannen gesmeed, om de tuin de volgende dag hondveilig te maken, door nog een extra hek te plaatsen. Zo gepland zo gedaan. Een stuk bossage moest hier echter wel voor wijken en al knippend ontstond er al snel een soort paasheuvel op het gras. Prachtig vonden de poesekes het! Fleurtje assisteerde met het knippen, om na gedane arbeid op het terras lekker in het zonnetje in slaap te vallen.

Floris en Einstein namen volledig bezit van hún privéberg. Dit was toch wel een súperplek om verstoppertje te spelen! Berber, introvert en wat schuw als altijd, liet het op een afstandje, wat doezelend over zich heen komen.Zondag's kwamen alle zoons gezellig tafelen en vertelde ik het hele voorval. Eenmaal uitgelachen vroeg mijn oudste met een big smile: "Mam, wat had je eigenlijk met die deegrol willen doen?" Tja, wat had ik daar eigenlijk mee willen doen?!!!