|
| |||
|
Diba onder een auto. Mannen hebben iets met auto's. Zo ook mijn vader die samen met mijn zwager, heel wat vrije uurtjes heeft doorgebracht, onder de motorkap van zijn roestige, ijzeren gigant. Vaak tot ergernis van mijn moeder. Behalve die ene speciale zondagmiddag. Want als hij toen daar niet, zeer rugklachten bevorderlijk, voorover gebogen had gestaan, loerend naar de ingewanden van zijn ouwe Ford Taunus, was de ramp nog groter geweest. Diba heette het lijdendvoorwerppoesje van die dag. Zo genoemd omdat haar koppetje, volgens mijn moeder, overeenkomsten had met het kapsel van de toenmalig keizerin Farah Diba. Ze was een dametje uit een nestje van vijf. Mijn ouders hebben haar met een broertje, bij de moederpoes gehouden en de andere drie kittens netjes ondergebracht, bij zeer katvriendelijke mensen. In onze omgeving hadden ze alle ruimte en vrijheid om te spelen. Want, in die straatjes van vroeger waren de mensen vaak erg betrokken bij elkaar's kinders en huisvee. Alles kon toen nog en hoewel het woord tolerantie nog niet was uitgevonden, werd het in ons buurtje allang en ruimschoots in praktijk gebracht. Ieders kat zat altijd ergens voor, achter of weet ik veel waar. Geen enkel probleem, niks aan de hand. Zo ook die bewuste zomerse zondagmiddag. De buurtlui stonden buiten toe
te kijken, terwijl Pa driftig zijn trots aan het opereren was,
met mijn zwager als assistent-internist. Opeens keek de buurt op,
want er raasde een andere stalen patiënt voorbij, met aan het stuur
een idioot. Hij vloog voorbij en verderop greep hij Diba en
..
reed door, het arme diertje schreeuwend achter latend. Hij was over haar
achterlijfje gereden. De arme poes probeerde zich met haar voorpootjes
in veiligheid te brengen. Heel moeizaam sleepte zij zich voort, richting
een poortje tussen de oude huisjes. Mijn zwager bedacht zich geen moment,
greep zijn eigen auto en ging achter de dader aan. Beroepschauffeur als
hij was kostte het hem geen enkele moeite om die ellendeling, drie
straatjes verderop klem te rijden. Hij heeft hem achter zijn stuur vandaan
gerukt en hem gevraagd of hij het fatsoen niet had, om even uit te stappen
na het aanrijden van een dier. De man stamelde dat hij het niet had gemerkt
en betoonde zijn spijt. Ja en wat nu ?? Pa was inmiddels achter
Diba aan gegaan, die in haar doodsnood volledig in paniek niet te benaderen
was. Hij heeft toen een stoffertje gepakt, waar ze zich in vast beet.
Toen kon hij haar zere lijfje oprapen en mee naar huis nemen. Haar achterzijde
was verlamd. De dierenarts zou haar ongetwijfeld een verlossend spuitje
hebben gegeven. Mijn moeder kon dat echter niet over haar hart verkrijgen,
de tranen rolden over haar wangen, want Diba was pas anderhalf jaar oud.
Dus zou Diba bij ons blijven. Na een aantal dagen rust voor de poes, begon
mijn moeder met de revalidatie. Mannen hebben iets met auto's
en
sommige vrouwen zijn net geboren verpleegsters.
|