Dorst

"Ik begrijp het niet," zei mijn eega, als Speedy na een dag vol ondeugendheden
's avonds moe, uitgerekt over zijn borst in diepe slaap, een concertje lag weg te snurken. "Ik heb helemaal geen problemen met hem. Kijk hem nu eens rustig liggen". Hij aaide Speedy over zijn kop, die meteen reageerde door zijn kop liefdevol tegen mans borst te schuren. Ondertussen keek hij mij vanonder zijn lange witte wimpers met een omfloerste blik aan. "Ga daar maar eens tegen in", scheen hij te willen zeggen. Terwijl ik meewarig mijn hoofd schudde en mijn man alleen maar aankeek dacht ik: "zullen we eens een dagje ruilen?" De hele dag moest ik Speedy, die Tijger erg miste en in mij een vervanger zag, tot de orde roepen. Geduldig probeerde ik hem de regels van ons huishouden bij te brengen zoals: niet in de plantenbak graven, geen bloemen uit de vaas trekken, niet op tafel slapen, niet in de gordijnen hangen, sierkussens op bed laten leggen en niet de boel bij elkaar janken vanuit de badkamer. Daar zat hij luidkeels gillend in het bad, omdat hij vers water uit de kraan wilde hebben. Kattenvoer of melk at en dronk hij netjes uit bakjes. Water, was hij tot de ontdekking gekomen, kwam vers uit de kraan dus daar moest hij het uit hebben.


Ik was al blij dat hij niet wist waar de melk vandaan kwam, anders.....

De ellende was dat mister Speedy ook midden in de nacht zijn behoefte aan vers water duidelijk maakte. Met doordringend gekrijs, versterkt door de echo van de betegelde muren, jankte hij de hele buurt wakker. Dikwijls reageerden opgewonden nachtbrakers in de tuinen op jacht naar vrouwelijk poezenschoon daar prompt op. Met zijn allen trakteerden ze de buurt op een kattenconcert, waar alleen een dove doorheen sliep. Slaapdronken stommelde ik op verzoek van mijn wederhelft, wat meer op een bevel leek, mijn bed uit om ons kind … ehhh.., ik bedoel Speedy, drinken te geven. Als ik rillend van de kou wachtte tot Speedy was uitgeslurpt, kon ik het vaak niet laten om mijn handen onder de koude kraan te houden en deze druipend en wel boven mijn, intussen weer in diepe slaap gesukkelde, eega uit te schudden. Als hij dan met een schok overeind vloog, kroop ik ver onder de dekens en zei: "je kan tevreden zijn, Speedy heeft zijn natje weer gehad".
De lezer begrijpt natuurlijk wel dat zijn antwoord niet voor herhaling vatbaar was.

Speedy maakte het op een gegeven moment te bont. Iedere nacht dreinde hij luidkeels. Ik moest een manier zien te vinden om hem van het drinken uit de kraan af te helpen. Soms zette ik, als Speedy genoeglijk aan het slurpen was, met een slag de waterkraan voluit open. Als een raket vloog hij dan de badkuip uit, om op een afstand luidkeels zijn misnoegen over mijn laffe daad te uitten. Even later zat hij mij weer hoopvol vanuit de badkuip aan te kijken met een blik van: "Ik wil alleen maar drinken en geen bad". Ik vond het ook niet zo erg om een paar keer per dag de kraan open te zetten. Maar ik had geen zin in zijn nachtelijke smeekbedes, om zijn schijnbare onuitputtelijke waterbehoefte. Toen dacht ik het gevonden te hebben. Voor we gingen slapen liet ik in de badkuip een laagje water staan. En ja hoor midden in de nacht een hoop kabaal. Zijn sprong in de badkuip werd gevolgd door een ijselijke kreet. Ik vloog mijn bed uit. Vanaf de badkamer was er een nat spoor te volgen van een ontredderde drenkeling, naar de tafel waaronder hij verontwaardigd zijn bontjas droog zat te likken. "Ja jongen, dat komt er van als je het vrouwtje ieder nacht wakker maakt". Met samengeknepen ogen keek hij mij vuil aan. Hij wist dat hij het onderspit had gedolven. Tevreden sliep ik ongestoord de rest van de nacht tot de ochtend door.

Maar na drie nachten was het weer zover, luidkeels geklaag van Speedy.
Ik schrok wakker en vloog, diverse verwensingen uitend en met moordneigingen, richting badkamer. Maar daar was geen Speedy te zien.
Het laagje water lag er nog rimpelloos bij. De roep om water kwam uit de keuken. Ik klikte het licht aan, daar zat hij smekend op mij te wachten. Hij was erachter gekomen dat in de keuken ook zo'n kraan was, waar water uit kwam.
Ik schoot in de lach, toen ik hem met dat ontwapenend smoelwerk in de gootsteen zag zitten. Oké, de slimmerd, hij had het verdiend.


Nadat ik in de linkerbak van de dubbele spoelbak wat water liet lopen en hij zich had gelaafd aan het verse water, rolde hij zich op en nestelde zich in de rechterbak. Uiteindelijk was er tussen ons een compromis gesloten. 's Nachts sliep Speedy vlak naast zijn laagje water in onze gootsteen.
Toen ik even later weer in de echtelijk sponde kroop en mijn koude voeten, vol overgave tegen het warme lijf van manlief drukte, leek zijn ijselijke kreet veel op die van Speedy. Heerlijk!!! Tevreden sliep ik in.