|
| |||||||||
|
Pino en Jobke zijn dubbel asociaal. Mensen kunnen asociaal zijn, daar is de voor iedereen welbekende familie Flodder een leuk voorbeeld van. Maar ik wil het nu eens hebben over asocialer dàn asociaal. Want dat bestaat ook, dubbel asociaal dus. Niet zozeer bij mensen, want de familie Flodder mocht dan aso zijn, ze hadden toch volop contact met andere mensen. Nee nu wil ik het eens hebben over het asociale gedrag bij dieren. Eén van mijn katten is namelijk zo'n asociaal type. Hij duldt absoluut geen andere kat in zijn omgeving. Komt er toch plotseling eens een verdwaald exemplaar, van zijn eigen ras in onze tuin, wordt die gewoon totaal gesloopt.
Voor ons is
het dus een heel gedoe, om de katten in onze gedeelde tuin gescheiden te houden.
Echt, haar katten worden door mijn witte monster de vernieling in gemept, alsof
het zijn ergste vijanden zijn. Hij, Pino, is volstrekt heerser in onze gezamenlijke
tuin en heeft reeds, op verschillende momenten van onoplettendheid, de kans schoon
gezien er ééntje van mijn moeder te grijpen. Ons grastapijtje was
daarna veranderd in een kattenhaartapijtje, waarbij je dan aan de haarkleurtjes
precies kon zien, wie hij dit keer te pakken had genomen. Ja, hij is dus een monster
geworden van de bovenste plank.
's- Morgens mogen eerst alle lieverds naar buiten, daarna heeft respectievelijk het eerste monster en daarna het tweede monster de tuin even voor zich alleen. Dit herhaalt zich een aantal malen per dag. Lieve help, als dit ook zo zou zijn in alle Nederlandse kattenasiels, waren de vrijwilligers niet aan te slepen. Het is een vreemd verschijnsel waar wij eigenlijk machteloos tegenover staan. Weg doe je zo'n aso kat nu niet meer, dat kun je niet maken vind ik, maar het is wel verrekte lastig zo.
Zijn voormalige baasjes zijn verhuisd, waarbij waarschijnlijk de verhuisdozen op waren, zodat ze 'stompie' maar hebben achtergelaten. Want ach, een kat redt zich toch wel? Over asociaal gesproken?! Dat deed zelfs de familie Flodder niet met hun hond. Die ging netjes mee naar hun nieuwe onderkomen. Natuurlijk komt dat diertje hier in onze achtertuin terecht, want waar katten zijn, willen katten zijn, toch? Meestal dan. Behalve voor onze twee "schattebouten," waar ik het zojuist over had dan. Daardoor komt het diertje s'avonds laat, als een dief in de nacht, zijn dagelijkse portie eten halen. Omdat hij steeds terug komt, hebben we op een gegeven moment, een soort slaapplaatsje voor hem gemaakt, waar hij een dutje kan doen en kan schuilen voor de regen. Treurig om te zien hoe hij soms in de stromende regen zijn brokjes op staat te eten. Hem opnemen in ons huis gaat helaas niet, vanwege onze twee lieve monsters, die hem ècht zouden slopen. Ons rest dus niet veel anders, dan hem nog even zijn vrijheid te gunnen en tegen de winter, als de echte vrieskou en de vuurwerkherrie van de buurtlieverdjes begint, weg te brengen naar het asiel. Misschien zwicht er wel iemand voor dit alleraardigste rooie kereltje, al is het maar vanwege zijn zielige staartje, waar beslist een droevig verhaal aan vast zit. Of zwicht men voor zijn mooie rooie verpakking. Ik zal er al mijn best voor doen om vóór de winter iemand te vinden, die nog wel een plekje voor hem heeft, al is het in een verhuisdoos, teneinde hem het asiel te besparen. Zaten wij nu niet met onze dubbel-asociale rakkers, dan was zijn toekomst al geregeld, maar dat mag niet zo zijn.. Wij moeten wachten tot onze 'monsters' hun laatste adem hebben uitgeblazen, alvorens wij ooit weer eens een stakker van de straat kunnen nemen. Omdat Pino en Jobke eigenlijk niet beter verdienen, zouden we natuurlijk ook kunnen overwegen deze monsters naar het asiel te brengen, zodat we ruimte hebben voor andere dakloze lieverdjes. Maar zijn wij dan niet asociaal; zelfs dubbel-asociaal?! Gelukkig krijgt dit droevige verhaaltje een wel vreselijk goede afloop. Want nadat ik een aantal mensen had belaagd, met mijn dringende verzoek om een "verblijfsvergunning voor een rode asielzoeker met stomp", werd ik een aantal dagen later opgebeld door een zeer goede kennis van ons, waar ik het eigenlijk niet van had verwacht. Hij, éne Anton, heeft namelijk al drie katten, een grote hond en heel veeeeeel vogels. Ja dus, een heus vogelasiel in Eindhoven. Dierenliefhebbers van de bovenste plank, maar dat wil nog niet zeggen, dat ze voor alles zomaar plaats en ook de financiële middelen hebben. Toch werd hij voor dit rooie schatje, wat hij al gauw bleek te zijn, de reddende engel. Omdat Anton onlangs één van zijn drie katten in moest laten slapen, gelukkig vanwege de hoge leeftijd die het diertje had bereikt, was er sprake van een vacature. Wouw, een groter plezier kon hij mij niet doen. Diezelfde avond zou Anton nog komen, om het ontredderde katertje op te halen. Toen hij bij ons arriveerde, was het nog niet helemaal donker, dus werd dat wachten op onze rooie rakker. Eerst dan maar een bakkie koffie. Ja hoor, om een uur of tien was het donker en verscheen hij voor zijn dagelijkse portie. Ik liep naar buiten met het etensbakkie in mijn hand, waarbij de rooie al naar het muurtje kwam om af te dalen. Toen hij daar zo op dat muurtje stond en naar beneden wilde springen, bedacht ik opeens bij mezelf: "Ach jongen toch, dit is je laatste sprong van het muurtje hier, want daarna ben je jouw vrijheid kwijt". Eigenlijk voelde ik mij daarbij heel rot, doordat ik hem dat aan zou doen. Maar het kon echt niet anders. Met de wetenschap dat hij, met de komende winter een beroerde tijd tegemoet zal gaan, zette ik mij snel over die gedachte heen. Vriendelijk als altijd kwam hij naar me toe. Ik zetten het bakje voor hem neer, waarop hij direct wilde eten. Op dat moment pakte ik hem vliegensvlug op, droeg hem mee naar binnen de keuken in, waar de deur direct achter mij dicht sloeg. In de keuken liet ik hem los. Hij vloog in paniek de gordijnen in, tot aan het plafond. Volledig overstuur bleef hij springen zo hoog als hij kon. Toen hij op de grond belandde, pakte Anton hem met twee handen beet, in een soort houdgreep, waardoor hij niets meer kon. Verbouwereerd keek ik Anton aan, die mij vertelde dat hij dit zo dikwijls had moeten doen met verwilderde katten, in de tijd dat hij nog voor de dierenambulance reed. Zij vingen vaak wilde katten, om ze te castreren en ze vervolgens weer uit te zetten. Goed werk dus, maar niet geheel ongevaarlijk. Want dat zijn dus letterlijk geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken. Mijn rooie lieverdje werd in zijn kooi gezet en kalmeerde gelukkig vrij snel. Zielig keek hij me aan, met een blik alsof hij me wilde zeggen: "Hoe heb ik jou zo kunnen vertrouwen, nu doe je me dit aan". Ik baalde vreselijk dat ik zijn vertrouwen had beschaamd, maar wist dat hij het goed zou krijgen. Anton ging met die rooie naar huis en ik sliep die nacht slecht Ik was ongerust over de afloop met die rooie, ook door de grote hond die Anton heeft. Zijn eigen katten waren wel aan dat beest gewend, maar zo'n vreemd, schuchter katje is een ander verhaal.
De asielzoeker is inmiddels al helemaal "ingeburgerd", mag met de andere twee katten mee naar bed en heeft het prima naar zijn zin.
Lekker lui achter in het zonnetje naar de talrijke vogeltjes van het asiel loeren,
wat wil je als kat nou nog meer ? Hij blijkt een enorme lieverd te zijn en verdient
zijn gouden onderdak helemaal. Gelukkig bestaan er ook nog sociale mensen zoals
Anton. In tegenstelling tot Pino en Jobke is hij is ècht dubbel-sociaal
!!!!!
|