|
| |||||||||||
|
Het kerstverhaal van 2007 Het dubbele Lotje. De rinkelende telefoon verstoorde mijn dagelijkse bezigheden, ik pakte met mijn sophanden het ding van de tafel. Het was één van mijn vriendinnen met een vraag. Dat dit vraagje voor mij grote gevolgen zou hebben wist ik op dat moment nog niet. Ze vroeg me of ik toevallig een katje wist voor een kennisje van haar. Dat kennisje woonde op een flatje en wilde toch wel heel graag een katje aanschaffen, maar het moest er eentje zijn die niet gewend was aan het buitenleven. Het liefst had ze eigenlijk een langharig katje of een kruising daarvan, omdat ze wist dat die wat rustiger van aard zijn. Met de woorden:"Tja, ik zal het wel eens voor je vragen aan de dierenvrienden die ik ken", beëindigde ik het telefoongesprek. Ik droogde mijn handen af en liet mijn werk liggen, dat kon straks ook nog wel. Ik besloot om Els te bellen. Een jaar of 10 geleden heb ik haar eens ontmoet. Ze was toen actief bij de dierenambulance en had bij haar thuis een soort opvangadres voor langhaartjes. Mijn moeder zocht een katje en zodoende kwamen we via via bij haar terecht. We zijn destijds bij haar langs geweest maar ze had geen gewone huis- tuin en keukenkatten voorradig. Alleen maar die langharige zwabbertjes en ja dat hadden wij dus weer! Misschien had ze nog wat van die pluizenbollen op voorraad en kon ik mijn vriendin daarheen verwijzen. Toen ik Els aan de lijn had vertelde ze me dat ze geen katten meer opving maar zich nu had gestort op het redden van honden in Spanje. Met een groepje mensen werden er regelmatig partijtjes opgehaald die daar onder erbarmelijke omstandig-heden hadden verkeerd. Van te voren werd er al een baasje gezocht voor die dieren en daar was ze nu vol overgave mee bezig. "Maar waarom gaat ze niet eens kijken bij jou om de hoek?", vroeg ze. "Bij mij om de hoek?", vroeg ik terug. "Hoezo?? Het dichtstbijzijnde asiel zit toch in Eindhoven." "Wel nee joh, weet je dat dierenpension dan niet, hier net buiten Helmond?" Ja, dat pension wist ik wel, ik ben er dikwijls voorbij gereden. Volgens Els was dit dierenpension sinds een paar jaar ook een dierenasiel geworden. "Het heeft ook in de krant gestaan .", zei ze nog maar ik had dat weer eens niet gelezen. Ze beloofde om me meteen de site te sturen zodat ik die kon doorsturen naar mijn vriendin. "Hardstikke bedankt meid en succes met je goede werk", daarmee beëindigde ik het telefoontje. Ik liep naar mijn pc en ze had inmiddels het mailtje met de site naar me toe gestuurd. Toen ik het had doorgestuurd naar mijn vriendin, stond ik op en liep ik terug naar de keuken, om verder te gaan met datgene waar ik een half uur geleden mee bezig was toen ze me belde. Ik stak mijn handen in de emmer zeepsop maar trok ze er ook weer uit. Het lukte me niet om de draad weer op te pakken. Eigenlijk was ik best nieuwsgierig naar dat dierenpension, waar ik zo dikwijls naar had gekeken als ik er langs reed. "Wat zou zich toch afspelen achter die muren", dacht ik dan vaak. Ik ging weer zitten achter mijn pc om toch eens op hun site te kijken. Toen ik die open had en wat rond keek, kwam ik in een lijst met honden en kattennamen terecht. Ik keek eens bij de katten en zag ook dat je eerst op een naam moest klikken om een fotootje te kunnen zien. "Jemig, wat een onhandige opstelling", dacht ik. Bij de meeste dierensites zie je meteen die snoetjes in beeld komen die dringend om een baasje verlegen zitten maar bij deze site was dat niet zo. Ik zag ruim 90 kattennamen staan en besloot toen maar om op te houden. Ik had echt geen tijd om al die namen aan te klikken. Nou, eentje dan . Ik klikte willekeurig op een naam en ik zag een zwart-wit katertje met de naam "Mees", ik klikte nog eens en zag een roodwitte kater met de naam "Joekel." "Toch maar ophouden nu", was mijn volgende gedachte, want de tijd tikte door. Ik stond op en wilde de site sluiten, nou eentje dan nog . Ik klikte op de naam Vlokje en viel zowat om van verbazing. Snel ging ik weer terug op de stoel zitten, want ik zag opeens een fotootje van een katje, dat als twee druppels water leek op het katje dat we twee jaar geleden lieten inslapen. We waren beiden nog steeds stiekempjes verdrietig om ons "Lotje." Jemig alles kwam weer bij me boven, ook de tranen om dat diertje waar we zoveel van hielden. Snel klikte ik haar fotootje en de site weg en liep voor de tweede keer terug naar de keuken. De rest van de dag heb ik gewoon mijn werk gedaan, maar ik kon het beeld van dat diertje niet uit mijn hoofd krijgen. Ook de hele volgende nacht niet, ik kon amper slapen want ergens diep in mijn hart wilde ik dit katje dolgraag halen maar het kòn gewoon niet.
Van de vijf katten die we ooit hadden waren er op het laatst nog twee over. Pino en Lotje dus. Pino was nogal een moeilijke kater, want hij verdroeg geen andere katten. Maar omdat hij als laatste bij ons was binnengekomen stond hij onderaan de rangorde. Lotje was een klein uitgevallen poesje die hem, met zijn forse formaat, toch de baas was. Als zij op de tafel zat en hij wilde dat ook, dan sloeg ze hem met haar kleine pootjes fel op zijn kop. Hij droop dan mopperend af, alsof hij een mep van een leeuw had gehad. Maar als hij per ongeluk één van de katten van mijn moeder, die naast ons woont, in de tuin aantrof was het oorlog. Genadeloos sloeg hij ze door de hele tuin, waarbij de haren een kilometer in de rondte vlogen. Verschrikkelijk, wat een monster was hij dan. Alleen voor ons Lotje had hij ontzag. Nu hij nog alleen over was, durfde ik geen nieuw katje meer binnen te nemen, uit angst dat hij die onmiddellijk zou slopen. De volgende ochtend stond ik nog wat slaperig voor het aanrecht, ik kon mijn draai niet zo goed vinden. Dat kwam doordat ik zowat de hele nacht had liggen dubben, zal ik wel of zal ik niet .. Ik werd helemaal zenuwachtig van mijn besluiteloosheid en hakte de knoop door. Ik pakte mijn jas, tas en autosleutels en zei tegen mijn man dat ik even een boodschap ging doen. Binnen 10 minuten was ik bij het dierenpension en door de stromende regen liep ik naar binnen. Bij de balie vertelde ik dat ik voor een poesje kwam. "Welk model wilt u dan hebben mevrouw?", vroeg de jonge vrouw die me hielp lachend.
Aan de muur was een plankje waarop een dun handdoekje lag dat ze met zijn viertjes moesten delen. Verder was een smerige kattenbak, een bakje water en wat brokjes, het enige waaruit haar leventje bestond. Ze was daar geboren, uit een moederpoes die daar was gebracht. Haar moeder was een tijdje geleden geplaatst bij mensen die er maar eentje wilden hebben, zij mocht niet mee. Mijn tranen kon ik daarbinnen niet meer bedwingen, wat triest. Marjon, de jonge vrouw die me hielp, keek me wat vreemd aan. Ik vertelde haar over Lotje en de gelijkenis met dit katje, zodat ze mijn verdriet kon snappen. Waarschijnlijk immuun geworden door het dagelijkse leed dat ze zag, probeerde ze me te begrijpen, wat haar niet echt lukte. Zich niet zo goed raad wetend met de situatie, pakte ze toen Vlokje maar op en duwde haar in mijn handen. Op dat moment ging er zoveel door me heen. Wat moest ik nu doen? Ik had immers met Pino rekening te houden.
Beneden
werden de formaliteiten afgewikkeld, de papieren, er werd een chip geplaatst en
ik kreeg een kattenmandje te leen, omdat ik die zelf niet van huis had meegenomen.
Ik wilde niet voorbarig zijn. Ik betaalde het katje, wat borg voor het mandje
en ik liep door de nog steeds stromende regen terug naar de auto. Onderweg zat
ze stilletjes in een hoekje van het mandje, angstig wachtend op wat er ging gebeuren.
Toen ik thuis was liep ik door de achterdeur naar binnen en zette het mandje op
het aanrecht. Mijn man keek me verwonderd aan en bukte zich voorover om in het
mandje te kijken. Toen hij haar zag opende hij meteen het deurtje, stak zijn armen
naar binnen, tilde het katje eruit en trok haar tegen zijn trui aan. "Och,
we hebben ons Lotje weer terug", zei hij. Hij had moeite om zijn tranen
te verbergen. Of ze van blijdschap of van verdriet waren kon ik niet peilen. Terwijl
hij haar aaide, zag ik dat het katje helemaal tegen hem aankroop. Ik sloot Pino
op in de huiskamer zodat ze even kon rondlopen in de keuken. Na wat eten en een
bordje lauw-warme melk heb ik haar naar de logeerkamer gebracht, zodat ze wat
tot rust kon komen. Ik zette haar op het bed maar ze sprong meteen van me weg
en kroop
Ik besloot om die nacht bij haar te gaan slapen en ze heeft de hele nacht bij me op bed gelegen. De volgende dag besloot ik de stap te wagen en haar aan Pino voor te stellen. Ze leek immers heel veel op Lotje en misschien kon ik hem misleiden. Ik weet niet hoe het geheugen van een kat precies werkt en dat kon ik nu eens uittesten. Pino lag op de bank te dutten en ik zette die kleine op de grond. Opeens zag hij haar en zijn ogen werden eens zo groot. Vals keek hij in haar richting, maar bleef op de bank. Nu was het dan zover, angstig wachtte ik af op wat er komen zou van wanhoop riep ik opeens "Lotje, Lotje" tegen die kleine. Die kleine reageerde er niet op, maar Pino wel. Verwonderd keek hij opeens maar mij, heel erg verwonderd zelfs. Zijn valse blik veranderde in een soort van verbazing. Hij keek nog eens naar die kleine, daarna weer naar mij met een blik alsof hij wilde zeggen: "Bah, heb je nou die kleine etterbak weer teruggehaald?" Ik besefte dat ik door moest gaan op deze manier en bleef de naam Lotje herhalen tegen die kleine. Pino verroerde zich niet. Met een andere kat, of met die van mijn moeder, was hij allang van de bank gesprongen, om zijn rivaal te grijpen. Nu bleef hij stilletjes liggen kijken. Zou hij het nu echt nog weten, dat er hier ooit een Lotje rondliep, waar hij ontzag voor had? Zou het kattengeheugen toch in staat zijn om zich dingen te herinneren, die lang geleden zijn geweest? Kon ik hem nu echt zo foppen, dat hij die kleine aanzag voor Lotje? Was de combinatie van haar buitenkant, met haar naam genoeg, voor hem om van dit katje af te blijven? Allerlei vragen waar ik geen antwoord op wist. Ik hoopte het echt, want dan zou dat betekenen dat ze snel zouden wennen en hij het lef niet heeft haar aan te raken. En ja, ik kreeg gelijk. De dag erna herhaalde ik dit nog eens en toen ik even later een touwtje pakte om te spelen, kwam hij voorzichtig van de bank en bleef op een afstandje zitten kijken, naar de capriolen van die kleine. Telkens kwam hij een stukje dichterbij en op een gegeven moment stonden ze neus tegen neus. Die kleine had daar geen enkele moeite mee, want ze was immers andere katten gewend. Maar Pino snuffelde een keertje schuchter en ging toen weer langzaam in zijn achteruit!.. een meter terug.
Als er gespeeld werd zat hij er nu ook vlakbij en met een speelse haal sloeg hij dan af en toe ook naar het touwtje. Haar onbevangenheid had hem zo overdonderd, dat hij in de veronderstelling was dat het oude vertrouwde Lotje weer terug was. Ik wist niet dat je een kat zo kon foppen maar het was in ieder geval duidelijk zichtbaar dat hij ergens gelukkig was dat ze "weer terug was." Overal waar ze loopt, volgt hij haar met zijn blik. Als ze naar boven rent, staat hij onderaan de trap te kijken waar ze zolang blijft. Tja, als dat nou geen wondertje is . Soms kunnen dieren je verbazen en zie je dat er veel meer omgaat in zo'n kattenhoofdje dan je denkt. Dieren hebben ook gevoel, kunnen ook heimwee hebben, weten ook wat stress is en kunnen maar al te goed een soortgenootje missen als er eentje moet inslapen. Ik vraag me dikwijls af wat een dier dan voelt, als hij door zijn baasje in een asiel wordt gedumpt. Ze kunnen je helaas hun verdriet niet vertellen. Hoe kunnen mensen toch zo zijn. Mijn oude chagrijnige Pino is zichtbaar gelukkig met dit dubbele Lotje. En Lotje zelf? Ja, die is zo vreselijk dankbaar dat ze nu bij ons woont. Had ik dit maar eerder geweten.
Helga.
|