|
| |||
|
Door geldzorg bijna een spuitje. "Ja dit heb ik gehoord van Daysy," zeg ik in antwoord op de vraag van Vlekkie, of ik nog antwoord heb gekregen op mijn bedankmailtje. Ik laat hem het mailtje zien wat ik heb ontvangen.. "Wie is Mieki?", vraagt Vlekkie. "Dat is het grote witte knuffelbeest uit Achterveld. Niet zo bang als jij bent, maar wel net zo lief." "Daysy is ook lief," zegt Vlekkie, terwijl hij met zijn dichtgeplakte oogjes van de zalf, op mijn schoot gezeten de e-mail probeert te ontcijferen. "Ja", beaam ik, "dat is zij zeker. Tjonge, wat ben ik geschrokken toen jij ineens zo ziek werd". Vlekkiei kijkt mij sceptisch aan. "Anders ik wel. Ik was àls de dood voor die kattenmand en dan ook nog in een auto. Duivelse katers, dat ik dat overleeft heb is een wonder". Ik kijk op het kleine koppie neer. Rond zijn oogjes is het helemaal vettig. Het snel afnemen van zijn gewicht is duidelijk zichtbaar. Bijna was hij er niet meer geweest. Liefkozend kriebel ik achter zijn oor. Vlekkie zet zijn knormotormachine aan.
Op maandagmorgen snel naar de dierenarts. "Wat was je toen een hoopje ellende hè?!", zeg ik tegen Vlekkie. Hij richt zijn kopje op: "Ja en hoe ziek ik ook was, toch moest ik van jou weer die verdomde kattenmand in". "Tja, ik kon ook niet anders. Er was niemand die mij even naar de dierenarts kon rijden, anders had ik je wel op schoot genomen". "Ja, maar je liep met die mand zo te zwaaien, ik werd er helmaal misselijk van". "Daar kon ik niets aan doen, ik had mijn enkel verzwikt en moest op een schoen en een slof met jou naar het spreekuur". "Ja, en toen kwam dat mens weer met al die naalden. Eerst gaat ze het haar van mijn keel wegscheren en haalt er een grote spuit bloed uit. Dan word ik aan een infuus gelegd, wat ze niet zo handig doet, aangezien ze de naald dwars door mijn velletje steekt waardoor het vocht er net zo hard aan de andere kan er uit komt zetten. Dan krijg ik een injectie voor antibiotica en tot slot een injectie tegen de koorts en pijn. Die laatste had ik zeker nodig, door al dat geprik in mijn kleine lijfje". "Maar toen",
zei ik, "raakte je in shock en was ik bang dat je onder mijn handen vandaan
gleed. Maar gelukkig kwam je onder mijn jas weer een beetje bij". Vlekkie
knikt en zegt: "Maar toen raakte jij in shock. Kon je niet tegen die naalden?
Je trok helemaal wit weg". "Nee lieverd, dat kwam door de rekening,
104 euro moest ik betalen en dacht meteen, dat ik hier nooit meer overheen zou
komen". "Maar Daysy heeft je gelukkig geholpen he?" "Ja
gelukkig wel. Weet je dat het de eerste keer is dat ik mensen heb ontmoet die
mijn situatie begrijpen en er begrip voor hebben en dan zomaar uit het niets mij
reusachtig helpen?! Ik ben ze eeuwig dankbaar". "Anders ik wel, want
ik knap nu weer een beetje op en ik heb zelfs weer wat gegeten. Ik ben blij dat
ik nog van mijn leventje kan genieten. Als je alles zelf had moeten betalen, had
je mij moeten laten inslapen hè?! " vraagt Vlekkie benepen, terwijl
hij mij met een oogje dichtgeknepen aankijkt. Ik zeg niets, druk hem alleen tegen
mij aan. Hier wil ik niet aan denken. "Je hebt je leventje wel te danken
aan Daysy," fluister ik in zijn oor. "Ik weet niet hoe ik haar
ooit mijn dankbaarheid kan tonen?!". Ik sta op en zeg tegen Vlekkie:
"Kom, tijd voor je zalf en pilletjes." "Daar heb ik de schurft
aan, dat wil ik niet." "Maar je moet toch, anders word je niet beter".
Terwijl ik hem zijn pillen geef en zijn oogjes zalft, "Gelukkig",
denk ik met een zucht, hij krijgt weer praatjes. Vlekkie worstelt zich los en
staat mij met een verontwaardigde blik op te nemen. "Heb je niks beters
te doen?" vraagt hij. "Ga lekker een verhaaltje voor Poespas
schrijven". Snel pak ik hem op en druk mijn gezicht tegen zijn, nog steeds
erg verfomfaaide velletje en zeg: "Weet je dat, heb ik eigenlijk zojuist
gedaan
."
|