Grote Schoonmaak

Volgens mijn man leed ik aan een steeds regelmatig terugkerende ziekte: schoonmaakwoede. Eens in de zoveel tijd ging ik er tegen aan. Soppen, boenen, luchten, kasten opruimen, gordijnen wassen en het liefst alles tegelijk. Mijn man kreeg het al Spaans benauwd als hij de straat in reed en vanuit de verte zag dat de gordijnen niet meer voor de ramen hingen. Zijn stille hoop dat het alleen maar voor de maandelijkse zeembeurt was, verdween als sneeuw voor de zon, als hij al het meubilair aan de kant zag staan en alles tegen elkaar open stond. Hij schikte zich dan in het onvermijdelijke en zat 's avonds op een balkonstoel tv te kijken, omdat het bankstel, wat ik met een te ruim sopje had schoongemaakt, nog niet droog was. "Morgen begin ik aan de slaapkamers," deelde ik hem opgeruimd mee.

Het huishouden was verdeelt in twee kampen. Kat Tijger had zich aan de zijde van mijn man geschaard en was het volkomen met hem eens. Klagend miauwde hij zijn leed. Steeds als ie even lekker een dutje deed, kwam ik weer langs met ragebol en stofdoek en moest ie weer verkassen. Hoewel hij alle geheime plekjes opzocht in huis, wist ik hem als een witte tornado elke keer weer te verdrijven. Met kat Speedy was het anders gesteld. Die vond het prachtig. Er was nog geen kast leeg of Speedy zat er in. Vanonder de opgestapelde stoelen zat ie te loeren en besprong mij met een hoge rug als ik langs kwam. Als een trofee sleepte hij stofdoeken en sponzen achter zich aan en sloeg niezend het schuim van de emmers sop. Hoewel ik meer last dan gemak van hem had, vertederde het mij ook.

Het was mooi weer en ik besloot, om te luchten, onze matras op het balkon te zetten. Dat was voor Speedy een eldorado. Met een vaart klom hij tegen de matras op, om even later triomfantelijk het geheel vanuit hogere sferen te bekijken. Hoofdschuddend bekeek ik het tafereel en zag dat de nagels van Speedy zijn sporen had achtergelaten op het tijk van de matras. Ik durfde hem er ook niet af te jagen, omdat ik bang was dat hij van tweehoog naar beneden zou duvelen. Na onze slaapkamer was het de beurt aan de kamer van onze zoon. Ook deze eenpersoonsmatras zette ik op het balkon. Terwijl ik het ledikant aan het uitsoppen was, hoorde ik opeens klagend miauwen. Het leek van beneden te komen.

Snel spoedde ik mij naar het balkon. De matras hing half over de balkonrand. Ik begreep direct wat er was gebeurd. Speedy was natuurlijk ook tegen deze matras opgeklommen, maar de schuimrubberen matras was onder het gewicht van Speedy omgebogen, met het gevolg dat Speedy als een raket was gelanceerd. Ik keek over de rand en ja hoor daar zat een wit hoopje ellende zijn leed uit te schreeuwen. Naast hem een kapot gevallen bloembak, die zover ik wist, aan het balkon van de buren op de eerste etage had gehangen. In zijn val had hij zich hier aan willen vasthouden, maar de bloembak, rustend op twee smalle houders, was waarschijnlijk gekanteld en mee gekieperd met de onfortuinlijke spacekat.

Vanuit mijn positie zag ik dat er wat bloed aan zijn bekje zat. Met sussende woordjes probeerde ik hem gerust te stellen. Maar dat werkte averechts. Bij het geluid van mijn stem begon hij nog harder te schreeuwen. Ik raakte in paniek. Snel naar beneden en bij de buren aanbellen. Er werd niet open gedaan. Hoe moest ik nu in de tuin komen? Gelukkig kwam Tony, mijn zoon, net aanrijden. Onder tranen vertelde ik het voorval. "Hij is gewond, hoe moeten we hem nu uit die tuin krijgen?". Het was een hoekhuis. De buren aan de ene zijde waren niet thuis, en aan de andere zijde, de straatkant, werd de tuin afgebakend met een hoge muur, waarop glaspunten waren bevestigd. Aan het eind van de tuin was een schuurtje. Tony besloot om met behulp van de huishoudtrap op de schuur te klimmen en er dan aan de tuinzijde af te springen. Ik zou dan op de trap klimmen en Tony zou op de container van de buren klimmen en zo Speedy over de muuraangeven. "Kijk wel uit voor de planten hoor", maande ik Tony. De buren waren namelijk weken in hun tuin bezig geweest met nieuwe aanleg van perken, planten en struiken. Na een ongeduldig ja, ja geknik begon Tony aan zijn reddingsactie. Via de trap klom hij op het schuurtje. Ik klom er achteraan en kon net over de muur kijken.Toen Speedy Tony in het vizier kreeg, schoot ie angstig blazend onder een struik. Tony sprong vanaf het schuurtje in het, pas opgehoogde, bloemperk van de tuin en zakte tot aan zijn kruis weg in de rulle aarde. Op dat moment ging de keukendeur open en vroeg de buurvrouw met barse stem: "Wat ben jij hier in godsnaam aan het uitspoken". "Wel, uuhh, u was niet thuis en onze kat is naar beneden gevallen" antwoordde Tony, die als een pas geplante boom verankerd stond in de vochtige aarde . "Mijn moeder heeft aangebeld," vervolgde hij wijzend op de muur waar ik, op de huishoudtrap staande, net met mijn hoofd boven uit stak, "Maar u deed niet open".

De buurvrouw schoot in de lach toen ze mij gewaar werd en deed de tuindeur open. "Kom maar gauw binnen voordat er ongelukken gebeuren, ik was wel thuis, maar even met de baby bezig dus kon ik niet open doen," verklaarde ze. Snel liep ik de tuin in en samen hielpen we Tony, voordat ie wortel schoot, uit zijn benarde positie. Daarna richten we onze aandacht op Speedy, maar die was in geen velden of wegen meer te zien. We hoorde zelfs geen miauwen op ons geroep.Tony klom over de heg naar de volgende buren, zelfs naar de tuinen daar weer naast, maar Speedy was en bleef onvindbaar. Mistroostig liep ik met Tony naar huis. In mijn gedachten zag ik Speedy al ergens doodgebloed liggen. "Ach mam", zei Tony en sloeg troostend een arm om mij heen, "als hij van de schrik is bekomen, komt ie vanzelf wel weer boven water, je weet het toch, katten hebben negen levens. Met een dikke keel knikte ik ja en vroeg, "Zet jij de trap weer even terug op het balkon?" Met twee treden tegelijk rende hij, met de huishoudtrap, mij vooruit het portiek en binnentrap op.

Even later hoorde ik hem opgewonden roepen: "Mam, kom vlug kijken en hou je fototoestel bij de hand". Ik vloog naar boven en rende naar het balkon. Daar zat Speedy, of er niets was gebeurd, zich schoon te wassen op mijn balkonstoel. Zijn lijf en één van zijn negen levens koesterend in de zon, keek hij ons aan met een blik, van: "Waar blijven jullie nou?!". Er was geen spoortje bloed meer te zien. Tony en ik keken elkaar aan en schaterde het uit. Maar dat verstomde prompt, toen ik mij omdraaide en de aardesporen zag, die Tony had achtergelaten op mijn schoongeboende traploper en de vloerbedekking van de slaapkamer.

"Wat heb je in godsnaam de hele dag uitgepookt," vroeg mijn eega 's avonds toen hij zijn achterwerk liet zakken in zijn schoongeboende droge stoel. "Het lijkt wel of de trap vuiler is geworden, dan toen je er aan begon". Speedy sprong op zijn schoot en nestelde zich knorrend tegen zijn borst. Hij krabbelde Speedy achter zijn oor en zei, "Jij bent de schoonste in huis hoor". Ik gaf er geen geen sjoege en dacht: "Kon ik mijn man ook maar af en toe lanceren. Bijvoorbeeld met een klein retourtje naar de maan, dan kon ik me eindelijk, zonder commentaar, wijden aan de grote schoonmaak".

Iedere spier in mijn lichaam voelend hees ik mij uit mijn stoel omhoog, om mij in de keuken aan de dagelijkse maaltijd te wijden. Even later hoorde ik vanuit de schone huiskamer een tweestemmig gesnurk. "Ach ja, ze zullen wel moe zijn?!", dacht ik meesmuilend.

Anja Haasbeek

Wordt vervolgd met meer kattenstreken van Speedy en Tijger