|
|
|||||
|
Het versnoepte oortje. Bang voor katten? Echt niet!. Ben sowieso niet zo bang uitgevallen. Niet voor muizen, kikkers, spinnen en ander klein kruipend spul. Snap ook niet waarom veel vrouwen daar wel bang voor zijn. Ze kunnen jou niet doodmaken, jij hun wel. Dus kom op dames, stel je niet zo aan. Dat is precies wat ik, laat in een donkere avond, eens tegen mezelf zei. Want nu was ik zelf bang, eigenlijk schrok ik me een ongeluk en zal vertellen waarom. Omdat ik een aantal behoorlijk zieke vogels had zitten, ging ik 's-avonds laat nog even in het vogelonderkomen kijken, om te inspecteren of alles nog zat, zoals ik het had achtergelaten. Of ik misschien nog een waterbakje moest bijvullen en dergelijke. Toen ik daarmee klaar was en het hok uitstapte, hoorde ik een sissend geluid vlak boven mijn hoofd. Het zat zo'n dertig centimeter boven mijn gezicht. Ik keek geschrokken omhoog en zag in het weinige licht van de buitenlamp achter me, iets zitten wat me letterlijk kippenvel bezorgde. Een pikzwarte kat keek me met een paar enorme knalgele, valse ogen aan. Liet uit zijn wijd opengesperde, met spierwitte, vlijmscherpe tanden gevulde bek, zo'n venijnig gegrom horen, alsof hij me elk moment aan zou vallen. Razendsnel deed ik mijn handen voor mijn gezicht om me te beschermen, maakte een paar stappen naar achter en durfde toen pas voorzichtig tussen mijn vingers door te kijken. Wat een griezel, dacht ik. Dit sloeg alles van wat ik tot nu toe gezien had van katten. Het dier bleef me aankijken, waardoor ik kon zien dat het half verwilderde exemplaar slechts één oortje had, de andere was zo goed als verdwenen. Ik besloot om eens te kijken of hij honger had, zette behoedzaam een flinke bak eten op het lage dak en zag dat hij van angst achteruit kroop. Pas toen ik naar binnen ging kon ik stiekem zien dat hij zich uitgehongerd op het bakje stortte en daarna verdween. Pfff dat was heftig. De andere dag….ja ja, heel laat, kwam de schuwe, zwarte bontjas weer aangeslopen. Bleef ver uit mijn buurt, wachtte tot ik het eten neerzette en ging. Na een aantal weken durfde hij me ietsje te benaderen, liet me zijn tanden niet meer zien en duwde mijn hand opzij zodat hij sneller met eten kon beginnen.
Af en toe pakte ik hem even op mijn arm, zodat hij daar ook aan kon wennen. Na de zomer kwam, zoals overal ter wereld, ook hier in mijn achtertuintje de winter. Vaak zat hij in de regen op het platte dakje te wachten op zijn dagelijkse hap. Opeens kreeg ik een idee, pakte wat houten plaatjes, de accuboor, veel schroeven en liet mijn creativiteit zijn gang gaan. Een katten-slaap-huisje werd het, zoals voor de vogeltjes, ik prees mezelf voor deze inval. Stukje vloerbedekking er in, dekentje er op, plastiek voor de regen er om heen, et voilá c'est ça. Ik zette het droomhokje op het lage dak en wachtte gespannen af. JAAA, hij deed het, hoera, die nacht heeft hij fijn geslapen. Ik van pure blijdschap ook, want zulke dingen maken mij heel gelukkig. We waren er echter nog niet, het begon licht te vriezen. Ook daar was
een oplossing voor, omdat ik in het bezit was van zo'n miniformaat elektrisch
dekentje, dus……Juist, goed geraden, zo moest Jobke het wel redden
deze winter. Wat ik wel vergat was dat de buurtkroost begin december al
flink last begon te krijgen van de vuurwerkkriebels, waardoor mijn beschermeling
zijn huisje uit vluchtte.
|