|
| |||||
|
In den beginne was er de kat
Zes dagen had de Almachtige gewerkt om de wereld te scheppen.
Plotseling hoorde hij bij de deur een vreemd geluid en stond op om te kijken wie daar was. Het was de kat. Grote Heer, sprak de kat en streek langs zijn benen. "Uw schepping is wonderbaarlijk mooi en ook ik ben tevreden. U gaf mij een prachtige vacht , die mij tegen de kou beschermd. U gaf mij mooie, zachte voetjes, waarmee ik onhoorbaar naderbij kan sluipen. Scherpe nagels en een soepel lichaam, die een goede jager en klimmer van mij maken. Toch kan ik niet verbergen dar er nog een kleinigheidje aan mij ontbreekt."
De oude Heer fronste het voorhoofd en dacht na over wat hij vergeten kon zijn. Spreek! sommeerde Hij zij bezoeker. Wat ontbreekt er aan jou ? Het is maar een kleinigheid heer en niet als kritiek bedoeld
sprak de kat, terwijl hij zenuwachtig met een poot over zijn snorharen
streek. voor de dag ermee...
Onrustig keek de Heer op de klok. De kat gebruikte de pauze om verder
te gaan.
Wat had je in gedachten? Wil je vleugels als een vogel hebben of wil je, je als een worm in de aarde kunnen verstoppen?.
Hij keek naar het arme katje en sprak: Om de mens aan te kunnen heb je geen slagtanden nodig, geen snavel en ook geen pantser. Ik geef je een wapen dat veel doeltreffender is dan scheurkiezen of gif! De mensen zullen aan je voeten liggen: ik schenk je het spinnen!
Op dat moment sloeg de klok twaalf uur, begeleid door een behaaglijk
geluid dat uit de diepte van een overgelukkige kattenkeel kwam! Toen de
Heer zag dat het goed was, nam hij het zachte, spinnende bundeltje op
schoot en zei : Zes dagen lang heb ik hard gewerkt en wil mijn
eerste zondag met jou doorbrengen, terwijl "Hij samen met het
katje op de bank ging liggen voor een dutje.
Janneke
|