|
| |||||||||||
"Het zal toch niet waar zijn", dacht ik bij mezelf. "Nee hè, alweer één!" Wat wonen hier toch voor mensen? Gooit iedereen tegenwoordig zijn kat zomaar op straat? Allerlei vragen gingen er door mijn hoofd want ja hoor, het was weer eens raak. Voor de zoveelste keer liep er een zwerfkatje in mijn tuin. Hoe ik daar zo zeker van kon zijn? Dat zullen een aantal mensen die dit lezen zich misschien wel afvragen, want ieders kat loopt wel eens in andermans tuin, toch? Natuurlijk is dat waar, maar die barsten in de meeste gevallen echt niet zo van de honger, als een zwervende kat die maar moet zien hoe hij zijn kostje bij elkaar scharrelt. Nu alle vuilniszakken al sinds jaren netjes zijn opgeborgen in kliko's, valt er voor deze stumpers veel minder te halen dan vroeger. Menigeen heeft toen wel eens een kapot gekrabde zak in zijn tuintje aangetroffen. Mopperend veegde je dan de boel weer bij elkaar. Maar ergens snapte je wel dat alleen een hongerig dier dit had gedaan. Mijn eigen katten zouden dit echt niet doen hoor. De halfvergane voedselresten zouden voor mijn kattenkinders veel te min zijn, vergeleken bij wat ze hier in hun etensbakjes krijgen. Dus wist ik zeker dat ik weer een nieuwe dakloze hongerlijder in mijn tuintje had rondlopen.
Het was een jong volwassen, doodgewone zwarte kat, met hier een daar een witte lap in zijn jasje en vier witte schoenen. Niets bijzonders dus, maar wel bijzonder vriendelijk en gemakkelijk te benaderen. Dat schuwheid hem vreemd was, ondervond ik aan de lijve, toen ik hem de eerste keer met een bakje blikvoer verraste. De beloning voor dit feestmaal was overweldigend. Hij gaf me zoveel kopjes dat ik zowat omviel en zijn tevreden geknor moet volgens mij drie deuren verder te horen zijn geweest. Jemig... wat een dankbaarheid van deze snoes en dat voor slechts een restantje, het onderste uit een blikje, wat hier niemand meer lustte.
Op een avond kwam er een vriendin op visite, die ik mee naar buiten nam om mijn knabbelverslindertje ook te kunnen bewonderen. Ook zij werd vriendelijk begroet en mocht hem uitgebreid over zijn bol aaien. "Gohh, wat is die lief", zei ze. Tja, daar was ik ook al achter gekomen. Toen ze wat later weer naar huis vertrok, liepen ik nog even met haar mee naar de auto. We namen afscheid, ze startte haar auto en reed weg. Ze moest meteen weer remmen, omdat er een kat de weg over stak. Pfff. Bijna had ze mijn knuffelbeest dood gereden. De rillingen liepen over mijn rug, toen ik hem snel de struiken aan de overkant van de weg in zag rennen. Had hij effe geluk dat zij daar reed, een andere auto had misschien niet geremd en dan was hij voor mijn ogen.... bah, maar niet aan denken. Ondertussen was het september. De nachten waren behoorlijk regenachtig, dus werd het tijd voor een vast onderkomen van m’n zwervertje. Op een avond heb ik de dierenopvang gebeld, die hem om negen uur zou komen halen. Ik lokte hem naar binnen en wachtte af. Zoals altijd was meneertje zeer vriendelijk en werd ik rijkelijk beloond, voor het maaltje dat hij net had gekregen. Toen de bel ging schrok hij niet eens, dus liep ik rustig naar de voordeur en liet de mensen binnen. Maar toen zij in de keuken kwamen kroop hij, kennelijk met een voorgevoel, toch achter de verwarming weg. Wat ik ook deed, hij kwam niet meer naar me toe. Ik stelde voor dat ze maar beter even in de gang konden wachten, zodat ik hem in het kattenmandje kon frommelen. Dat lukte me heel snel en ik sloot het deurtje. "Kom maar binnen", zei ik, "hij zit er al in." Mijn hartendief zat rustig te kijken, maar was opvallend stil. Hij gaf geen kik en schikte zich in zijn lot. De mensen van de DA vroegen me nog iets, waarvoor we even naar de huiskamer gingen. Daar maakten we nog een praatje en toen ze weg wilden gaan zag ik dat hij inmiddels rustig in zijn mandje was gaan liggen. Geen geblèr, geen paniek, alsof hij wel snapte dat er toch niets anders voor hem op zat. Zo ging hij uit mijn leven....... Het was de zoveelste die ik vanwege mijn witte vechtersbaas niet kon houden. Met de gedachte aan wat hem nu verder te wachten zou staan, kwamen mijn tranen vanzelf.
Dit alleen al moet een ramp zijn voor een dier dat eerst buiten alle vrijheid had en kon rennen en springen wat ie wou. Allerlei geluiden die hem angstig maken, gemiauw van andere katten, geblaf van honden en stemmen van vreemde mensen die hem eten brengen en zijn bakje verschonen. Dan komt er een dierenarts langs om ‘m te onderzoeken, waarbij hij de nodige injecties krijgt. Dit alles moet zo’n diertje ondergaan, omdat iemand te beroerd was om voor hem te zorgen en hem simpelweg de deur uit deed. Gewoon te lamlendig om een ander levend wezentje een bordje eten en een warm plekje bij de kachel te geven. Die "iemand" mag van mij gerust doodvallen, want die "iemand" heeft geen hart in zijn lijf, dat durf ik gerust te zeggen… Zoiets doe je gewoon niet, als je een beetje mens bent. Niemand heeft om het leven gevraagd, ook een dier niet. Net als elk mens, wil elk dier toch heel graag wat te eten en een warme plek om te slapen hebben. Veel dieren zijn afhankelijk van ons mensen, waar kunnen ze anders terecht?! Met een stukje keukenpapier droogde ik mijn tranen, mijn blik viel op zijn etensbakje dat nog in het hoekje stond. Er kwamen nog meer tranen toen ik het oppakte om af te spoelen onder de kraan. "Bah, wat is de wereld, door al die mensen die nergens anders om geven dan om zichzelf, toch verrot”, dacht ik, “stelletje egoïsten." Omdat ik de eigenaresse heel goed ken, heb ik de volgende morgen naar het asiel gebeld. Ik vertelde haar dat, het katje wat ze gisteravond binnen had gekregen, van mij afkwam en vreselijk lief was. Eentje dus zonder problemen, zodat hij misschien niet zo lang in de quarantaine hoefde te blijven. Ze hoorde mijn verhaal aan en beloofde me dat het helemaal goed zou komen. Ook vroeg ze me nog, of ik soms een naam voor hem wilde verzinnen, want die had ze nodig voor de registratie. Jemig, daar vroeg ze me wat. Spontaan riep ik: "Kareltje!!!" Hij leek namelijk best veel op één van mijn eerdere katten, die 17 jaar oud werd en inmiddels alweer een aantal jaartjes geleden in moest slapen. "Is goed", zei ze, "dus een Kareltje 2." De dagen erna hield ik de website regelmatig in de gaten en ja hoor, zijn fotootje kwam bij de vondelingen. Nu maar hopen dat hij spoedig een nieuw baasje zou krijgen. Om de paar dagen keek ik of er iets was veranderd. Mijn hoop was voor niets, er hadden wel een paar katten en hondjes geluk, maar mijn Kareltje bleef gevangen. Op 5 oktober voelde ik me rot, ik keek op de website, klikte op zijn foto en zag weer zijn lieve smoeleke. Die mooie grote ronde ogen, die je zo onschuldig aan konden kijken. "Waarom wilde niemand jou hebben", dacht ik gelaten. Snel klikte ik de site weg, omdat ik weer tranen naar boven voelde komen.
Een dag later, het was 6 oktober, keek ik in de loop van de dag in mijn mailbox. Totaal verrast zag ik een mailtje van Marlies, de eigenaresse van het dierenasiel. Snel las ik wat ze schreef, ik geloofde mijn ogen niet. Ze vond dat ze Kareltje aan mij terug moest geven(?!?!). Ook zij was er inmiddels achter hoe lief hij was en wilde in het kader van de afgelopen dierendag nog iets doen. Het kwam er op neer dat ik hem gratis terug kon halen, omdat ze vond dat hij bij mij hoorde. Nu stond ik voor het blok, ze meende het goed, ik wilde het ook heel graag, maar moest Kareltje jammer genoeg wegdoen, omdat het echt niet kon. Wat nu? Eerst maar eens bellen. Ook telefonisch vertelde zij, dat ze hem zo graag een goed tehuis gunde, omdat het inmiddels ook een beetje 'haar Kareltje' was geworden. Ja hoor, ook zij was verliefd geworden op dit zwarte charmeurtje. Natuurlijk was ze op de hoogte van het probleem met mijn witte monster, maar smeekte me bijna om het toch te proberen…, dus ik ben gezwicht. De dag erna zijn we naar Asten gereden, Marlies had hem zoals afgesproken al in een kattenmandje klaargezet. We hebben nog even met haar bijgepraat, waarbij ze nog eens extra benadrukte dat deze zwarte jongen zo’n schat was. Hoewel ze alle moeite deed het te verbergen, zag ik dat ze met tranen in haar ogen afscheid van Kareltje2 nam. Nog effe gauw een stevige knuffel op z’n kop. Ach ja, uiteindelijk heeft zij hem toch een maand lang vertroeteld. Eigenaresse van een dierenasiel zou niets voor mij zijn, ik zou er geen één diertje meer kunnen missen. Via een rare omzwerving woont deze schat nu weer bij ons. Weliswaar pendelt ie om de paar uur van de zolder naar de woonkamer en zitten hij en Pino beurtelings in de bench, omdat Pino hem nooit zal accepteren. Toch is dat altijd nog beter, dan buiten rondzwerven, of zijn leven slijten in het dierenasiel. Het zal zijn tijd wel duren want ook het witte monster, waar ik natuurlijk ook gek mee ben, heeft niet het eeuwige leven. Nu zo vlak voor de kerstdagen, denk ik nog vaak terug aan het mailtje van Marlies. Kon ze iedereen met een mailtje maar zo makkelijk overhalen, om een dier toch nog een kans te geven. Dan zou haar asiel snel een minder vol zitten. Helaas hebben de meeste mensen met de kerst wel iets anders aan hun hoofd. Het diner; dat leuke kerstjurkje; de cadeautjes en de kapper, om maar wat belangrijke zaken van dat moment te noemen.
Helga
n.b. Wil je ook een kattenverhaaltje publiceren?
|