Kees liet zich brommen.

Die zaterdagmiddag zal ik niet snel vergeten, want er gebeurde weer eens iets, waarvan je later kunt zeggen, dat het eigenlijk te gek was voor woorden. Maar toch is het de waarheid. Ik zie hem nog met zijn bromfiets achterom komen, mijn zwager, de man van mijn oudste zus. Hij had de gewoonte om iedere zaterdagmiddag even bij mijn ouders langs te komen. Gewoon voor de gezelligheid, een bakkie koffie, een babbeltje en vaak bracht hij dan iets voor mijn moeder mee. Een aardigheidje of een bloemetje. Zomaar, omdat hij het vreselijk goed met mijn ouders kon vinden . Meestal werd dat dan vervoerd achterop zijn brommende trots, in een doosje onder de snelbinders. Of als het iets kleins was, gewoon in het tasje achter zijn zadel. Uit nieuwsgierigheid stond ik er dan altijd bij te kijken, wat hij nu weer tevoorschijn ging toveren. Dikwijls heb ik staan giechelen om de verfrommelde surprises, die hij met veel moeite probeerde glad te strijken, zodat het nog enigszins toonbaar konden worden overhandigd. Maar nu hing er iets dreigends in de lucht, want hij had een gezicht als een oorworm en dat drie keer erger. Hij trok een ernstige blik, op zijn anders zo vrolijke gezicht. De bromfiets werd op de standaard gezet, terwijl er een flinke doos achterop stond, die hij niet mee naar binnen nam. Binnen viel hij in de stoel neer en zei helemaal niets… Hij zag eigenlijk wit. Ja, ècht wit, dus verbaasd keken we hem aan, waarop mijn moeder vroeg: "Jongen, wat is er aan de hand?" Hij stamelde: "Nou ja, het gaat om een heel zielig verhaal". De doos achterop zijn bromfiets had kennelijk een nare inhoud, giste ik voor hij verder iets had gezegd. Alvorens m'n zwagers trieste verhaal weer te geven, moet worden gezegd, dat zij woonden in een weilandachtige omgeving, met veel boerderijen, die ze vaak bezochten voor de heerlijke aardappeltjes, eieren en andere zaken die nu eenmaal niet in de supermarkt liggen.

Over één van die bezoekjes ging het die zaterdagmiddag. Toen hij op het erf kwam van zijn eierboer, trof ie daar een magere, witte kat aan. Bij het afrekenen van de eieren vroeg m'n zwager de boer waardoor dat arme dier zo brood mager was. "Ach die kat is al een tijdje ziek. Eén dezer dagen moet ik 'm maar met de schop dood slaan… Wat moet je er anders nog mee?!", kreeg hij compleet verbouwereerd als antwoord. Mijn zwager is namelijk zelf een groot dierenvriend. Zo ééntje die altijd van zijn fiets stapt, als hij ergens een dode vogel ziet liggen, om te zien of het beestje soms toch nog leeft en misschien nog te redden is. Natuurlijk kon hij het dan ook niet verkroppen, dat het zielige beestje doodgeslagen zou worden en besloot zich over het diertje te ontfermen. Dus een doos geregeld en het witte bottenpakketje er in gestopt. Onder de snelbinders en snel wegwezen, voordat de boer zijn dreigement alsnog tot uitvoering zou brengen. Tja waar hoorde ik toch ooit: "Een boer wordt nooit een mens", uitzonderingen daar gelaten natuurlijk.

Maar ja, een kat op een bromfiets ? Denk dat geen normale kat dit goed zou vinden, maar deze kat wel, want als je leven er mee wordt gered, vind je alles goed. Zelfs gereden worden, achterop een bromfiets dus. Mijn moeder besloot om het dier eerst maar eens te bekijken, dus werd de doos geopend. En ja hoor, ons medelijden was groot, bij de aanblik van dit witte kneusje. Op onze reactie kreeg mijn zwager, van blijheid en opluchting, al weer wat kleur op zijn gezicht. Zeker toen mijn moeder ook nog eens zei, dat het diertje mocht blijven. Zienderogen zag je die witte, die inmiddels de naam Kees had gekregen, opknappen. Het was een lust om te zien, hoe hij zijn kracht langzaam maar zeker terug kreeg en zelfs na een aantal weken weer de energie had om te spelen. Alleen was de ellende voor dit arme dier hiermee nog niet voorbij, want er gebeurde nog iets vreselijks.

Nu hij van een witte kneus was veranderd in een witte reus, werd het tijd voor een bezoekje aan de dierenarts, om zijn warme belangstelling voor de ook aanwezige poezendames iets in te tomen. Z'n castratie dus. Mijn vader zou hem samen met mijn zusje wegbrengen, om hem een aantal uren later, na de ingreep, weer op te halen. Kees in de tas, rits dicht en rijden maar. Ik zie ze samen nog terug komen met een lege tas en aan hun gezichten zag je dat er iets helemaal niet klopte. Het hoge woord kwam er snel uit, want Kees bleek bij de dierenarts voor de deur, dwars door de ritssluiting te zijn ontsnapt. Misschien was in een doos, achter op de bromfiets, toch beter geweest….!! In zijn paniek is hij de drukke weg over gevlogen, ergens de struiken in en was nergens meer te vinden. De dierenarts woonde aan de andere kant van de stad, dus we dachten hem voorgoed kwijt te zijn. Hij was namelijk nogal schrikkerig, na alles wat hij had meegemaakt en dan het drukke verkeer en de afstand…, nee dat zou hij niet overleven.

Witte Kees was duidelijk niet voor het geluk geboren. De dagen gingen traag voorbij en om ons verdriet te onderdrukken spraken we er maar niet meer over. Na een dag of tien zaten we s' morgens vroeg aan het ontbijt, toen er plotseling een witte kat, buiten op de vensterrand van het achterraam sprong. "KEES….!!" riepen we in koor

We vlogen met zijn allen, vraag niet hoe, door de smalle keukendeur naar de achterdeur. Hoe was dit nu mogelijk ? Hij had er tien dagen over gedaan, was weer heel mager maar wèl springlevend. Alles was toen gelukkig toch nog goed afgelopen. Kees zelf zal wel nooit hebben begrepen, waarom hij achterop een bromfiets werd meegenomen en ook niet dat hij na zijn zwerftocht, vier mensen heel gelukkig heeft gemaakt. En dat hoeft een kat ook niet,
als wij het maar begrijpen……..