|
|
|||||||||
|
Kabbel & Babbel "Ach breng ze maar bij mij", was mijn spontane reactie, toen de dochter uit een eerder huwelijk van mijn man, mij huilend belde omdat ze niet wist waar ze met haar twee katten naar toe moest. Haar man had plotseling last van een ernstige allergie. Om alles uit te sluiten had de dokter het beter gevonden om de katten een tijdje elders onder te brengen. "Elders is niet hier," brieste mijn eega, die vond dat ze de katten ook wel tijdelijk in een asiel kon onderbrengen. Met een satanisch lachje zei ik, "Ik heb nog een beter idee, de katten kunnen ook gewoon thuis bij je dochter blijven, dan nemen we haar man tijdelijk in huis". Ik wist dat hij niet goed kon opschieten met zijn schoonzoon en dat deze oplossing waarschijnlijk bij mijn wederhelft een spontane allergische reactie teweeg zou brengen. Dus wist ik, dat ik als overwinnaar uit deze schermutseling tevoorschijn zou komen. Gelukkig antwoordde hij niet: "dat kan toch niet, wij hebben ook een kat". Hij legde zich verder zonder morren bij de situatie neer. Ik had ook het idee dat Speedy wel wat afleiding kon gebruiken. Na het vertrek van Tijger was zijn aandacht voortdurend op mij gericht. Hij kon zich nu met nieuwe katten in ons huis bezig houden. Tevens hoopte ik dat, met de logeerkatten als voorbeeld, Speedy misschien wat minder ondeugend zou zijn. IJdele hoop. Als ik had geweten wat mij de komende weken boven het hoofd zou hangen, was ik voor de verandering nu eens niet tegen het advies van manlief ingegaan. De volgende dag arriveerden ze al. De tweeling "Knabbel en Babbel." Komen tweelingen ook voor bij katten? Ja absoluut. Ze waren identiek. Het leek wel of deze Cyperse katertjes zo uit een Disneyfilm waren weggelopen. Donzige pluimpjes langs de rand van hun oortjes had hun de namen Knabbel en Babbel, naar de gelijknamige eekhoorns uit de tekenfilms van Disney, opgeleverd.
De brutale Knabbel en Babbel trokken er zich niets van aan en namen alle
door Speedy verworven plekjes in beslag. Ook haalde ze allerlei ondeugden
uit, waar ik net met engelengeduld Speedy van had genezen. Het was echt
een paar apart!
Daar was inmiddels de paniek uitgebroken. K&B zaten boven op de ren en probeerden hun poten door het gaas te steken, om zo een van die heerlijke duifjes te verschalken. Duiven en doffers vlogen angstig fladderend heen en weer. Het leek wel een scène uit de Hitchcock thriller "The Birds". Sommige zaten met angstig bonzende keeltjes en uitgestrekte vleugels op de boden. Terwijl ik de duiven probeerde te kalmeren, om ze daarna in de hokken te stoppen, verliet mijn man de til en joeg de deugnieten weg. De bedoeling was natuurlijk dat ze meteen weer dezelfde weg terug zouden nemen. Dus weer via de balkonkast naar het balkon. Maar daar hadden K&B geen trek in. Uitgelaten over hun net verworven vrijheid, renden ze over het met grind bedekte dak. Gevolgd door mijn luid schreeuwende man zetten K&B het op een lopen. Nu moet ik nog vermelden dat, toen het kabaal op dak losbarstte, mijn man zich net stond aan te kleden. Alleen gekleed in onderbroek en met één arm in zijn overhemd vloog hij de ladder op om zijn koerende schatten van een wisse dood te redden Zo verraste hij de verbaasde buren op het tafereel, van twee over het dak rennende katten, gevolgd door een manspersoon in onderbroek, die zwaaiend met een overhemd boven zijn hoofd de meest onchristelijke uitlatingen ten gehore bracht. Dat hij daarbij ook nog een imitatie van een indiaan weggaf, die een regendans uitvoerde, was te danken aan het kokendhete, door de zon verhitte grind, waar hij op blote voeten overheen snelde. Zijn roodverbrande rug, die hij een dag tevoren aan het strand had opgelopen, maakte het beeld compleet. In een flits ging het door mij heen, dat hier dadelijk waarschijnlijk koppen gesneld werden. K&B die merkten dat het lange, uitgestrekte dak ineens ophield en moesten keren, sprongen geschrokken van de naderde indiaan, op het eerste het beste balkon wat ze zagen. Als een lenige roodhuid sprong manlief er achteraan. Even later zag ik de twee katten via de rand weer op het dak springen, maar geen spoor van de indiaan. Bij ons huis aangekomen vlogen K&B direct weer via de balkonkast op ons balkon en naar binnen. Ik hoorde ver weg mijn naam roepen. Rustig, zoals het een squaw betaamt, tuurde ik met mijn hand boven de ogen de eindeloze grintvlakte af. Ik wendde mij al ras naar de einder toen er onheilspellende verwensingen aan de logees en mijn adres mijn oor bereikte. Ik keek over de rand op het balkon waar mijn man zich bevond. Ja naar beneden springen was geen kunst geweest, maar omhoog was wat anders. Op dit balkon stond alleen een lage kist. Deze was te laag voor mijn opperhoofd, om zich er op staande, omhoog te trekken het dak op. "Klop dan even op de balkondeur of op het raam," opperde ik. "Heb ik al gedaan, er is niemand thuis". Even overwoog ik om hem daar een tijdje te laten zitten. Toch riep ik de hulp van een ander buurman maar in, die met behulp van een ladder mijn eega uit zijn benarde positie bevrijdde. Eind goed al goed dacht u nu? Nou echt niet. Een uur later zat Speedy op het dak. "Wat zij kunnen, kan ik ook", moet hij gedacht hebben. Gelukkig was hij met brokjes weer naar beneden te lokken. Maar de verleiding bleef voor de kattenbende.
Achteraf was het gelukkig maar goed, aangezien een paar weken later nieuwe
buren naast ons kwamen wonen met twee katten. Een Cyperse en een witte.
Deze keken vaak nieuwsgierig door het gaas langs onze balkonkast wat de
kattenbende van daarnaast allemaal uitspookte. En dat was heel wat. Maar
daarover meer in het vervolg van Knabbel en Babbel.
|