Een lang gekoesterde wens.

Zover mijn herinnering teruggaat ben ik al dol op katten. Als kind zal ik wat gesmeekt hebben, of ik er eentje mocht. Helaas mijn moeder was niet te
vermurwen. Toen ik mijn vriend ontmoette en na enige tijd het plan ontstond te gaan samenwonen, stelde ik dan ook de eis: "oké, maar...,alleen als ik twee kittens mag!". Zo deden mijn eerste poezenkinderen hun intrede. Velen volgden nog, veelal rescuekatten. Hoe lief, leuk, aandoenlijk en noem maar op, deze lieverds ook zijn, altijd bleef het een wens om ooit nog eens een Siamees te kopen. Waarom?

Ooit had ik in die wondermooie, felblauwe, amandelvormige ogen van deze oosterse schoonheden gekeken en was in één klap betoverd. Natuurlijk mogen ogen nooit een reden zijn om een kat te kopen, dus dat werd huiswerk maken, oftewel zoveel mogelijk informatie verzamelen over dit bijzondere ras. Al lezend werd mijn enthousiasme groter en groter. Vrijwel alles wat ik las sprak me aan, hun extrovertheid, intelligentie, enorme nieuwsgierigheid, aanhankelijkheid en ja, ook hun gebabbel, beter gezegd, altijd het laatste woord willen hebben. Regelmatige gesprekken met de SIOK, dit is de rasvereniging voor Siamezen en Oosterse kortharen en verschillende fokkers, bracht me uiteindelijk op het spoor van een nestje in Midwoud. Na verschillende telefoontjes werd een eerste afspraak gemaakt. Tjonge, wat was ik nerveus. De ontvangst was bijzonder hartelijk. Leuk hoor, maar ik dacht alleen maar..."haal die kittens nu naar beneden"... Hoezo ongeduldig?! Gelukkig, na het tweede kopje koffie was het tijd voor de kittenshow. Twee katertjes en twee poesjes kwamen al babbelend de kamer binnen. In
No Time
kwam ik handen te kort om ze allemaal de aandacht te geven waar ze nadrukkelijk om vroegen en oh wat was ik interessant. Er moest uitgebreid aan mijn haar worden geknabbeld, ketting ook heeeeel leuk, de veters van mijn schoenen, ach iedereen die een kat heeft, weet ongetwijfeld wat die donders als ze klein
zijn allemaal uitspoken. Na een tijdje spelen kwamen ze gezellig op schoot
liggen, met natuurlijk, zoals ik dat noem, hun motortjes aan. De bedoeling was
dat ik één katje zou uitkiezen.

Om een lang verhaal kort te maken, het werden er dus twee! Mijn keus viel op een redpoint katertje en een sealpoint tortie poesje. Wie nu denkt dat ik ze gelijk mocht meenemen, heeft het mis. Helaas, ik moest nog een maand wachten voor ze weg mochten. Ik zeg nu wel helaas, maar dat komt voort uit menselijk ongeduld. Raskatten gaan nooit bij hun moeder weg, voordat ze 13 weken zijn. Enerzijds omdat ze eerst alle inentingen moeten hebben gehad.

Anderzijds, misschien nog wel belangrijker, kittens leren tot zo'n 12 á 13 weken zo ongeveer alles van haar, qua karaktervorming wat ze in hun verdere kattenleven nodig hebben. De maand wachttijd heeft me kapitalen gekost. Het leek wel of ik zwanger was en kocht me suf aan noodzakelijke, maar meer nog, aan niet noodzakelijke dingen. Het mag een wonder heten dat ik geen geboortekaartjes heb laten drukken, wat me gelijk bij hun namen brengt. Toen eenmaal de keus op mijn twee kleintjes was gevallen, schoot uit het niets mij de namen Floris en Fleurtje te binnen... Ja, ja, het zal jullie niet verbazen dat ik ook in een namenboek heb gesnuffeld. Maar na een paar dagen wist ik het zeker...Floris en Fleurtje; klaar! Eind januari kwamen de fokkers ze brengen en maakten Jonkheer Floris en Freule Fleurtje hun entree in mijn leven. Zielsgelukkig ben ik met die twee en kan ik inmiddels een boek schrijven over mijn belevenissen met hen. Als jullie het leuk vinden*, ik wel in ieder geval, schrijf ik regelmatig een verhaaltje over mijn Siamese tweeling. Te beginnen met het waarom van de benaming,
Jonkheer
Floris en Freule Fleurtje.

Janneke

*Namens de lezers van Poespas is hierop volmondig JA gezegd.