|
| |||
|
Lentekriebels. Goddelijk, ronduit goddelijk, een betere uitdrukking kan ik niet verzinnen, om te duiden hoe ik van de eerste zonnige lentedagen geniet. Geteisterd door mijn vermaledijde hooikoorts zit ik, bepaald niet ongestraft pollensnuivend op mijn, oh zo mooie, stokoude Indonesische tuinbank, waaraan zowel de tand des tijds, als de invloed der weergoden duidelijk valt af te zien en koester het prille zonnetje. Natuurlijk zit ik niet alleen. Afwisselend komt het poezenvolkje me gezelschap houden, tot hun aandacht wordt afgeleid door de eerste vliegjes en ander leuk bewegend spul, die als het aan de dames en heren poes ligt, voor hun vleesmaaltijd van die dag mogen zorgen. Als altijd, klets ik wat af met ze: "Fijn hè jongens, dat jullie weer naar buiten kunnen"' of: "Hallo een beetje respect graag ik heb daar net zaadjes gezaaid weet je nog?" Inderdaad, een aantal dagen ervoor was ik druk in de weer geweest om planten te verpotten, aarde bemesten, zaadjes zaaien en zo meer. Op zich een leuk karwei, in mijn geval met een extra dimensie, wat niets anders inhoud, dat ik beschik over tenminste 2 maar in het gunstigste geval 3 tuinhulpen, luisterend naar de naam Floris, Fleurtje en Einstein. Zéker de twee Mezen zijn immer van de partij. Zet ik een plant in een pot, of strooi ik op een bepaalde plek mest, geheid vinden die twee dat het anders moet, ik heb teveel aarde in de pot gedaan dus huppakee er zal niet gerust worden voor een deel eruit is gewerkt. Zaadjes ook hééél leuk! Keurig volg ik de aanwijzingen op het pakje op, maak zorgvuldig de voorgeschreven ondiepe geultjes en plant per zoveel centimeter twee zaadjes. Afdekken met grond, water geven en mijn tuin kan niet anders meer dan een paradijsje worden deze zomer. Toch? Wel, ik heb zo maar het idee, dat het wel eens een ratjetoe van jewelste kan worden Jullie raden het al , als er zo'n 25% van de zaadjes opkomt, op de plekken waar ik ze heb geplant, mag ik mijn handen dichtknijpen. Inmiddels hebben ook hier de Mezen flink huisgehouden, wat niets anders betekend dan dat de boel grondig is omgeploegd. Ach hun idee van een gezellige, edoch tuinarchitectonisch verantwoord geheel is gewoon anders dan de mijne, denk ik dan maar. Ik laat me gewoon verrassen, per slot van rekening is het ook hun tuin óf zou ik hier beter kunnen spreken van het ís hun tuin en ik mag daar toevallig ook in zitten. Ben ik een bofkont of niet? Terug naar vanmiddag . Mijn bedoeling was om wat te schrijven, en wat uitgeprinte artikelen te lezen. Mij is gevraagd of ik een artikel wil schrijven rond proefdieren en als altijd waar het géén column betreft, bereid ik me terdege voor. Verdorie ik zat nog niet te lezen of Floris kreeg last van zijn immer hevige bemoeizucht, vol overgave stortte hij zich op de paperassen, om ze vervolgens uiterst behendig op het gras te knikkeren. Overigens is dat een typisch Mezentrekje. De Mezen, met Floris als koploper, hebben de gewoonte om de dingen, die ik op een wat zij als oneigenlijke plek beschouwen, op te ruimen c.q. op de grond te knikkeren. Geluksvogel als ik ben, gunnen ze mij zegge en schrijve twee plaatsen in huis, waar ik ongestoord troep mag maken. De ene plek is een in mijn ogen beeldschoon tafeltje, dat door de ontwerper de naam Rontonton heeft meegekregen en de andere is mijn nachtkastje. Wat ik daar ook opzet of neerleg geen probleem Maar oh wee als ik het ook maar in mijn hoofd haal om mijn mobiel, zonnebril, en noem maar op, op bijvoorbeeld de eettafel te leggen, geheid ligt de boel binnen de kortste keren op de grond. Vind ik dat niet lastig? Natuurlijk wel! Echter, als altijd waar het mijn bemoeizuchtige poezengeteisem betreft, vergoelijk ik hun gedrag met een : "fijn jongens bedankt, ik moet mijn troep ook niet laten slingeren". Ach het positieve ervan is dat mijn huis altijd redelijk opgeruimd is. Lastiger wordt het, als ik het in mijn hoofd haal om iets, wat al een tijd een vaste plek heeft wil verplaatsen. Naar ik meen, heb ik al eens in één van de kattenkrabbels verteld dat Floris en Fleurtje ware meesters zijn in het openen van deuren. Zelfs de schuifladen in de keuken vormen voor hen geen enkel probleem. De kast met gezelschapsspellen en oude voorleesboekjes van mijn zoons is favoriet! Vrijwel iedere ochtend staat die open en vrijwel iedere ochtend ligt exact hetzelfde boekje op de grond. Een Dick Brunaboekje. Waarom? Geen flauw idee, blijkbaar hoort het naar Mezenmaatstaf in de bewuste kast niet thuis. De boel weer opruimend kwek ik tegen het oh zo onschuldige span:'lekker gelezen jongens, konden jullie niet slapen'? Goed als het hierbij blijft is het te doen nietwaar? Echter, deze domme
dame haalde enige weken geleden het onzinnige idee in haar hoofd om let
wel, zès boeken op een andere plek te zetten
Dom
dom
dom
Inderdaad, dezelfde boeken liggen constant op de grond. Samen met Floris
en Fleurtje speel ik een soort kat en muisspel, net zo hard als zij ze
op de grond gooien zet ik ze, onder het motto van de aanhouder wint, vergezeld
van de woorden: "jullie zijn nog niet toe aan literatuur,"
net zo hard weer terug! Gelukkig weet ik, gesterkt door ervaring, dat
ze het uiteindelijk meestal opgeven.
Kijkend naar dit idyllische plaatje, voel ik me als een koningin in mijn eigen paradijs en heb maar één wens een lange, warme zomer!
|