|
| |||
|
Makkelijke mensen. Na lang onze buurvrouw te zijn geweest, ging ze verhuizen, ze trok gezien haar hoge leeftijd in bij haar alleenstaande dochter, wij kregen dus nieuwe buren. Dat waren wat vreemde mensen, met twee kinderen, jongens van een jaar of tien en twaalf oud. Niet direct onvriendelijke mensen, ze zeiden netjes gedag en wilden ook wel een praatje maken, maar toch was er iets mee. Ook niet asociaal, maar meer van die makkelijke mensen, die alles wegwuifden en het woord probleem niet echt kenden. Van die mensen die zich niet echt druk om iets maken, zou later blijken. Ze hadden ook twee katten. Die waren meer buiten dan binnen te vinden. Ook s'winters als onze katten lekker lui voor de kachel lagen, liepen die twee s'nachts gewoon op straat. Toen ik daar eens voorzichtig over begon, werd er meteen gezegd: "Ach een kat redt zich prima hoor, daar kunnen ze best tegen". Eten kregen ze ook al niet vaak, dus werden ze regelmatig bijgevoerd door mijn moeder. "Katten vinden buiten hun kostje wel", werd ons verteld. Tja, makkelijke mensen dus. Na twee jaar naast ons te hebben gewoond, konden ze aan de overkant van de straat een voormalig winkelpand huren en werden ze min of meer onze schuine overburen. De katten gingen ook mee, maar ze bleven toch in onze tuin rondhangen, ze waren de hapjes van mijn moeder nog niet vergeten. Weer werd het winter, het ging sneeuwen en de twee katten kropen achter onze regenton, want die stond dicht tegen de huismuur. Zo hadden ze nog wat warmte. Toen het al te gek werd, heeft mijn moeder ze maar naar binnen gehaald, eerst in de bijkeuken en de rest van het huis volgde vanzelf, zo gaat dat met katten. Hun namen waren Beertje, de dikkere, een katertje en Clowntje, een dametje. Clownie bleek zwanger te zijn, want makkelijke mensen kennen het woord steriliseren niet. Het magere ding kreeg gelukkig slechts één jonkie. Maar .dat duurde niet lang, het ging lelijk mis; wisten mijn ouders veel. De huiskamer werd opnieuw behangen en de plinten werden geverfd. Die verflucht was fataal voor het kleine ding en het stierf plotseling, slechts twee weken oud. Mijn moeder vond het vreselijk dat ze er niet bij stil had gestaan, om de katjes voor tijdelijk naar boven te verplaatsen. Tja wat nu ? Het moedertje was ontroostbaar en huilde de hele dag om haar verdwenen kind. Het was niet om aan te horen en telkens ging ze in het mandje kijken of het er misschien weer lag. "Ach", zei mijn vader, "dat is met een paar dagen wel weer over". Maar nee hoor, een week later huilde ze nog steeds. Mijn moeder vond dat het zo niet langer kon en ging iemand zoeken die ook jonge katjes had. Verderop in de straat bleek er een vrouw te zijn met een nestje van vier, dus werd ik op pad gestuurd, om er eentje te halen zonder dat mijn vader dat mocht weten. Want vaders zijn nu éénmaal anders dan moeders, gelukkig. De keus was heel makkelijk, want het waren vier dezelfde katjes, qua uiterlijk. Allemaal grijsgestreepten, maar er was slechts één katertje bij. Fijn, want dat was precies de bedoeling. Nu nog het katje ongemerkt voor Pa het huis binnen zien te krijgen. Ik hield het katje in mijn hand, stak die in de diepe zak van mijn regenjas en liep snel naar huis. Spannend hoor deze kattensmokkel !! Pa was niet aanwezig, dus ging alles volgens plan. Alleen was dit katje ruim twee weken ouder en ook niet zwart, zoals haar eigen jong.
Een paar dagen later vroeg mijn vader opeens hoe het nu met Clowntje was, want hij hoorde ons er niet meer over praten. Mijn moeder en ik keken elkaar aan en we zeiden in koor: "Prima hoor". "Zie je nu wel", zei mijn vader toen, "dat het vanzelf wel over gaat". We lieten hem mee naar boven lopen zodat hij kon zien hoe het er mee ging. "Stelletje rotmeiden, dacht ik het niet, nu zie ik waarom ze stil is", zei hij slechts en liep lachend weg. Mannen vallen af en toe best mee, vond ik toen, het ligt er gewoon aan hoe je ze opvoed ..!! De kleine werd Hansje genoemd en het drietal is tot aan het einde van hun leventje bij ons gebleven, eigenlijk waren wij ook makkelijke mensen.
|