|
| |||
|
Mao's miauwdans. Blauwe ogen had Mao toen hij kwam. Eigenlijk te jong om al bij de moeder weg te zijn. Maar zo gaat dat met katertjes die met de fles worden grootgebracht. Op straat gevonden door een grote kattenvriend. Zo groot als een muis en vreselijk schreeuwen. Eenmaal in staat om zelf te eten kwam hij bij mij in huis. Samen met Punky, een lapjespoes, ook een met de fles grootgebracht. Mao kon nog niet op de kattenbak. Een vriend improviseerde een bak van aluminium folie. Vanaf het eerste moment ging dat goed. Die twee haalden heel wat kattenkwaad uit. Mijn vitrage bestond alleen nog maar uit scheuren, de planten moesten worden beschermd tegen het al te wild geklim van met name Punky. Iets ouder nog konden ze de tuin in. Vooral Punky vond dat heerlijk. Helaas mocht zij maar 8 jaar worden. Met veel verdriet heb ik afscheid van haar genomen. En bleef Mao alleen over. Mao was een sociale kat. Als ik in huis danste, sprong hij op de tafel en miauwde om aandacht. Net zolang tot ik bij hem kwam en hij zich als een boa om mijn nek nestelde. Dan dansten we samen verder. Voetballen was een van zijn favoriete bezigheden. Hij kon geweldig goed koppen. Hij had de loop van macho tijger. Maar och, wat een klein hartje toch! Mijn held! Als het sneeuwde probeerde hij de vlokken te vangen die langs het raam naar beneden fladderden. Het raam open gaf de mogelijkheid om sneeuw echt te beleven. Een sprong en daar stond Mao. Met vier poten in de sneeuw, rug en staart omhoog en geen enkele beweging. Hij vond het eng en bleef net zo lang in die houding staan tot ik hem optilde en bevrijdde uit zijn benarde positie.
Hij vond het lekker en regelmatig maakte ik dat ook als feestmaaltijd voor hem klaar. 's-Avonds televisie kijken was het ultieme geluk. Samen op de bank. Hij op mijn schoot in mijn armen. Als ik iets moest doen waar ik die armen bij nodig had nam hij genoegen met een plekje naast me, dicht tegen me aan met ten minste een poot op mijn been. Want contact had hij nodig. Mao groeide uit tot een evenwichtige rustige kater die tot op late leeftijd in was voor een spelletje. Toen hij 12 was kwam Lara aanlopen. Een klein frêle poesje dat op een dag in de tuin verscheen. Met de ogen van Cleopatra. Wild, bang en schichtig. Maar ook aandoenlijk en op haar manier vragend om aandacht. Ik mocht haar aaien; ze sprong op schoot en liet zich kammen. Maar alles werd door haar bepaald. Als ze er genoeg van had rende ze weg. En optillen liet ze absoluut niet toe. Ik zat een beetje met haar in mijn maag. Voor mijn gevoel kon ik haar niet zo buiten laten leven. Maar Mao was er ook! Hoe zou die reageren op een soortgenoot? Totnogtoe was hij alleen met mij heel tevreden. Ik besloot het te proberen. Als de komst van Lara door Mao niet getolereerd zou worden, zo had ik besloten, zou ik haar naar het asiel brengen. Maar wonderwel is er vanaf het moment dat Lara in huis kwam geen ruzie tussen de katten geweest. Mao gaf duidelijk aan dat hij de baas was en de eerste rechten had en Lara schikte zich daar in. Ze werden niet zulke grote vrienden dat ze bij elkaar gingen liggen of zo, maar konden zonder problemen in dezelfde ruimte leven. Mao is 19 jaar geworden. De laatste paar jaren werd hij oud en sliep
veel. Op een dag (ik vergeet het nooit, het was vrijdagavond) kwam ik
thuis van mijn werk en zag dat hij aan één kant verlamd
was. Die nacht heb ik hem op een handdoek naast me in bed gelegd. In mijn
armen gehouden tot het ochtend werd. Zo hebben we afscheid genomen. Die
zaterdag heb ik de spoedkliniek gebeld en een afspraak gemaakt. Met de
taxi zijn we daar naar toe gegaan. Anne-Marie
|