Middernachtshulp

Wie zoals ik duiven en ander gevogelte heeft, heeft ook last van muizen en wie muizen heeft, lokt daarmee ook katten. Da's logisch hè. Dus regelmatig valt er s'avonds wel één of andere buurtkat waar te nemen, die zich triomfantelijk heeft gepositioneerd op de dakpannen van de duivenkooi. Zo met een smoelwerk van "Ik zit hier erg lekker te wachten op de eerstvolgende domme muis die argeloos voorbij komt wandelen en jij kunt dat toch niet verhinderen." Meestal doe ik niet eens een poging want iedere kattenliefhebber weet dat zoiets geen enkele zin heeft, je jaagt ze weg, je draait je om en ja …. verspilde energie dus. Op den duur weet je ook precies wanneer wiens buurman's lieveling er nu weer zit. Zo loopt hier die rooie'' van Alice, een pikzwarte van drie deuren verder en dan heel soms de witgrijze uit de hier achter gelegen straat. Een half jaar geleden liep hier ook opeens een rooie rond, met nog minder dan een half staartje. Die bleek toen van niemand te zijn. Dat zag je zo, want het beestje barstte van de honger en was behoorlijk mager. Gelukkig heb ik voor die arme ziel een prima tehuis weten te vinden. Dat is te lezen in het eerder gepubliceerde verhaaltje: 'Dubbel-Asociaal'.

Een paar jaar eerder was dit ook al eens het geval met twee andere stumperds, die toen een veilig onderdak bij mijn moeder vonden. Hoewel er zich eens in de zoveel jaren telkens wel weer een nieuwe dakloze aanmeldde waar dan ook een oplossing voor werd gevonden, is eens de maat toch echt vol en moet je het anders aanpakken. Je kunt niet blijven oprapen. En dat probleem deed zich onlangs voor.

Op een donkere regenachtige avond deed ik nog eens mijn gebruikelijke inspectieronde langs de vogelkooien, toen een zwartwit katje op het dak van de garage mijn aandacht trok. "Johh, maak dat je hier wegkomt, uit die regen, ga naar je moeder", riep ik gekscherend in zijn richting. Hij bleef gewoon zitten, terwijl ik zijn richting uitliep om nog wat vogelvoer te pakken. Toen ik een kwartiertje later, het regende nog steeds, de vogelkooi uitkwam, zat de 'nieuweling' inmiddels op de volière. En weer liep hij niet voor mij weg… Ondeugend keek hij me aan, ik stak mijn hand naar hem uit, waarna hij zijn voorpootjes grappig over de bovenrand van de kooi sloeg, alsof hij met me wilde spelen. "Nou ja zeg", zei ik, "jij bent brutaal." Hij ging steeds verder met zijn pootjes over de rand hangen, smachtend naar meer aandacht. Uit angst dat hij zou vallen, duwde ik hem terug. Ik mocht hem toen zomaar aaien, waarbij ik voelde dat hij niet bepaald vet was. Daarom besloot ik hem wat eten te geven, in de hoop dat hij dan zou verdwijnen.

Hij at niet maar hij vrat, zo'n honger had hij. Het bakje stond er amper, of het was totaal tot de bodem schoongelikt. Boven mijn hoofd hoorde ik zijn tong over de lege bodem schuren, terwijl ik toch een flinke schep kattenvoer in het bakje had gedaan. "Vreetzak", zei ik, "of heb je nou echt zo'n honger?" "Nou dan haal ik nog wel wat voor je", mompelde ik meer tegen mezelf, terwijl ik verbaast over zoveel vraatzucht het lege bakje van de kooi pakte. Ik deed de rest van het blikje er in en plaatste het nogmaals op de kooi. Omdat ook dit zo was opgegeten, leek mij dit zwartwitje weer eens een zwervertje te zijn. Vol gevreten verdween hij in de regenachtige nacht. Terwijl ik met het schoongeschraapte bakje terug naar binnen liep, vroeg ik me af of hij morgen terug zou komen.

Binnengekomen zag ik onze eigen witte dikzak genoeglijk op de bank liggen slapen, zich totaal niet bewust van de sores waarin veel van zijn soortgenoten verkeren. Met die magere zwartwitte nog op mijn netvlies, was ik verdrietig over de onverschilligheid van sommige mensen ten opzichte van dieren. Wat kan 'dat soort mensen' toch harteloos zijn. Hoe moest het nu verder met dit aller schattigste diertje, dat zo vreselijk vriendelijk tegen me was, maar toch de nacht in kou en regen door moest brengen? Die nacht sliep ik slecht, want ik wilde het beestje zo graag helpen. "Misschien was het beter om hem naar de dierenambulance te brengen, zodat hij tenminste de winter niet buiten hoefde door te brengen," maalde het door mijn hoofd.

De andere dag wist ik, dat dit inderdaad de beste oplossing zou zijn. Gezien zijn lieve koppie zou hij zeker een kans maken, in het asiel een nieuw baasje te krijgen. De avond kwam eindelijk en ik wachtte gespannen af of hij zou komen. Telkens keek in naar de dakrand of hij er al was. En toch, voor ik er erg in had, stond hij al voor de keukendeur te miauwen. "Nou, jij bent een slimmerik", zei ik, terwijl ik hem al aaiende zijn eten gaf. Het was inmiddels al 23:30 uur. Terwijl hij zat te eten belde ik de dierenambulance. En ondanks dit late tijdstip zei de dierenliefhebster aan de telefoon: "Als U het katje binnen heeft zitten, komen wij hem wel ophalen hoor". "Nee", zei ik, "hij staat nu buiten te eten, maar wacht effe dan", en ik lag de telefoon neer. Ik liep snel naar buiten, pakte het katje, nam hem mee naar binnen, pakte de telefoon weer en zei:"Jaaa, nu heb ik hem wel binnen zitten."

"Geeft U het adres maar dan komt er iemand langs", antwoordde ze. "Gaat het lang duren?", vroeg ik terug. "Nee hoor, binnen een half uurtje"…. En inderdaad, net voor middennacht verscheen het bekende busje van de dierenambulance.

Een uiterst sympathieke man stapte bij ons binnen, keek naar het katje en riep toen:"Hé, die komt me wel heel bekend voor. Eén van onze medewerkers is zijn katje per ongeluk kwijt geraakt, doordat zijn zoontje de achterdeur niet goed heeft dichtgedaan en volgens mij is deze het." Hij liep terug naar het busje om het scannertje te pakken, waarmee je een chip kunt lezen. Maar er viel geen chip te ontdekken, dit was dus niet dàt katje. De man bekeek onze vondeling nog eens. Die was inmiddels lekker tegen mijn moeder op de bank gaan zitten, alsof hij er al jaren zat. Hij trok zich niets aan van ons allemaal, hij had zijn volle buikje schoongelikt en maakte aanstalten om te gaan slapen. "Tja", zei de man, "ik vind hem zo leuk dat ik hem denk ik zelf maar neem." Hij pakte het katje van de bank en drukte hem al knuffelend tegen zijn gezicht. Liefdevol deed hij hem in het vervoersmandje en sloot het deurtje. "Zo, jongetje, jij krijgt zo dadelijk twee nieuwe vriendjes", hoorde ik hem zeggen. Blij en verbaasd over zoveel dierenliefde keek ik hem aan. Wat vreselijk fijn dat er nog mensen zijn die zich, zonder te bedenken, over een onverwachts vondelingetje ontfermen. "Ach was de hele mensheid maar zo, wat zou de wereld er dan anders uitzien", dacht ik bij mezelf.

We namen afscheid van die man alsof we hem al jaren kenden. Wat zou de dierenambulance toch moeten, zonder de hulp van zoveel mensen die graag wat vrije uurtjes willen opofferen om dieren in nood te helpen. Opeens schoot me te binnen dat het naast de goede doelen die we al jaarlijks wat schenken, ook eens tijd werd om de dierenambulance wat te schenken. Raar eigenlijk dat we dat nooit eerder hebben gedaan. Nog beter vond ik mijn volgende gedachte …. Namelijk, dat we met de Kerstdagen altijd rijkelijk kerstkaartjes versturen naar iedereen, zelfs naar mensen die we maar oppervlakkig kennen. Eigenlijk zonde van al dat geld. Want na de feestdagen worden al die kaartjes gewoon in de vuilnisbak gegooid. Als iedereen nu eens wat minder kaartjes zou versturen, om vervolgens het daarmee uitgespaarde geld op de rekening van de dierenambulance te storten, zou dat landelijk gezien een enorme meevaller zijn voor een organisatie van vrijwilligers, die zoveel goed werk verricht. Dus …. dit jaar verstuur ik voor de allerlaatste keer Kerstkaartjes, met daarin de boodschap dat ik voortaan ieder jaar het geld wat ik aan kaartjes en postzegels uitspaar minimaal verdubbel en overmaak aan die prima instelling.

Voor ik die nacht in slaap viel lag ik nog te mijmeren: "Zelfs 's-nachts staan de vrijwilligers van de dierenambulance klaar om een zwervertje te helpen. Terwijl er met Kerstmis veel dieren worden geslacht, zodat wij mensen nog meer vlees eten, dan ooit goed voor ons kan zijn. Straks schrijf ik mijn allerlaatste Kerstkaartjes, om volgend jaar met veel plezier de bankrekening van de dierenambulance bij te vullen. Dat vind ik veeeeel leuker dan de bankrekening van de posterijen. Ik hoop dat heel veel mensen dit ook gaan doen, zodat Kerstmis ooit nog eens het feest wordt van de dieren". Als een blok viel ik toen in slaap, met een glimlach op mijn gezicht, gelukkig als ik was over het lot van het lieve zwartwitje en m'n voornemen voor de dierenambulance.


Click hier voor info
over de dierenambulance