Nazomeren

In mijn tuinparadijsje vindt momenteel een heus gevecht plaats. Nee, nee…geen vreemde honden of katten die mijn poezenkwartet komen lastigvallen… Het prachtige nazomerweer van de afgelopen weken doet haar uiterste best om de met rasse schreden aanstormende herfst de baas te blijven. Een ongelijke strijd… een strijd, waarvan op voorhand de uitslag bekend is. Van de maandenlange ongerepte, frisse zomerzee van bloemen, resultaat van mijn noeste arbeid, is geen sprake meer. Hier en daar ´toveren` sommige planten, zelfs nu nog, bij wijze van verrassing, nieuwe frisse vrolijke kleurtjes te voorschijn. Een schril contrast met de reeds talloze, eveneens kleurrijke, afgevallen bladeren, takken en bessen. Juist deze contrasten geeft deze ´overgang ` haar charmes. Aan de ene kant stijgt het kwik keurig netjes, keer op keer, zoals de dames en heren weerdeskundigen ons beloven, tot bijna zomerse waarden met veel zon die zich hooguit af en toe sluiert. ´Moslimabewolking` noem ik dat (nieuw Nederlands woord). Aan de andere kant vertelt moeder natuur ons een ander verhaal. Een kleurrijk woordenloos verhaal.

Voor mijn vierbenig kwartet… tja ik kan toch moeilijk, zeker kijkend naar de ranke onderdanen van mijn Siamezenduo, spreken van poten, heeft het buiten zijn ook een hernieuwd charme. Niks geen menselijk gezeur over kleuren, geuren of wat dan ook…..., welnee voor hen betekent het dat in de tuin weer ´muziek` zit.

Na maandenlang van jagen en rituele vogel- en insectenslachting, hebben de althoos, even bemoeizuchtige als nieuwsgierige Floris en Fleurtje, hun interesses verlegt naar de oh zo leuk ritselende bladerentooi. Terwijl ik me koester in het zonnetje, kijkend naar, en genietend van hun kostelijke spel, ben ik bijna geneigd om een kruiwagen vol met deze ´speeltjes`op het gras te storten.

Overigens heeft deze overgangsperiode nóg een, althans voor mij, leuke bijkomstigheid. s`Ochtends, als het gras nog kleddernat is, willen Floris en Fleurtje…, hierna te noemen ´watjes`…, net als Berber en Einstein, lekker naar buiten. Berber en Einstein laten zich door welke weersomstandigheid dan ook niet weerhouden om dát te doen waar ze zin in hebben. De watjes daarentegen voeren een heus ´waterballet op´. Het Zwanenmeer is er niets bij. Elk adellijk voetje, dat uiterst omzichtig in het gras wordt gezet, wordt net zo hard weer terug getrokken, na het eerst door middel van een soort potsierlijke´uitschut techniek`enigszins gedroogd te hebben. Één voor één komen zo alle acht de beentjes aan de beurt…en tja… dan heb je de mezen ´aan het dansen`. Immer babbelend tegen mijn spinnende vriendjes, beledig ik ze diep door ze niet alleen mafmezen, maar ook nog eens watjes te noemen. Veelal krenk ik ze pas écht tot op het bot als ik smalend zeg: "Kijk eens naar Berber en Einstein…dat zijn pas katten…´katten met kloten!"

Om weer een beetje ´on speakings terms ` met mijn diepgekwetste tere kattenzieltjes te komen, beloof ik ze deftig en plechtig dat ze mogen helpen met het winterklaar maken van de tuin. Evenals in de lente komt ook hier het nodige spit-, verplant- en zaaiwerk kijken. Hét absolute summum van tuingenot voor broer en zus Mees.

Spitten betekent, zeker in de vette Noord-Hollandse kleigrond, grote hoeveelheden krioelende wormen die absoluut gemolesteerd dienen te worden, onder het motto: "Dan moet je maar niet in onze tuin komen". Pissebedden en ander kruipend spul, dat tot dan toe een veilig heenkomen vonden onder de vele bloempotten in de tuin worden, eenmaal blootgesteld, zonder pardon aangezien voor een heerlijke amuse.

Eenmaal aanbeland bij dé ´mezenapotheose`, wat niets anders betekent dan het overpotten van planten, leert mijn tweetal mij dat ik véél te scheutig ben met aarde. Net als in de lente, wordt naar mezeninzicht het te veel er weer even enthousiast uitgewerkt. Ach, een tijdje laat ik ze hun gang gaan, tót ik mijn geduld verlies. Zonder pardon bonjour ik ze naar binnen om alsnog de klus op míjn manier te klaren. Als ervaringsdeskundige… voorzie ik uit voorzorg iedere pot van een enorme hoeveelheid water alvorens mijn tuindertjes weer naar buiten mogen. Uiteraard is hun eerste gang richting potten, om vervolgens hoogst verontwaardigd, vrijwel letterlijk af te druipen richting de poezenbank. Hun ´bekakte smoeltjes` die mij geen blik meer waardig gunnen, spreken boekdelen. Zowel de tuin in haar ´overgang` als mijn nuffige mezen… leveren prachtig fotomateriaal op. Nazomeren…. op deze manier kan het ´gevecht` mij niet lang genoeg duren!