|
| ||||||||
|
Nazomeren In mijn tuinparadijsje vindt momenteel een heus gevecht plaats. Nee, nee geen vreemde honden of katten die mijn poezenkwartet komen lastigvallen Het prachtige nazomerweer van de afgelopen weken doet haar uiterste best om de met rasse schreden aanstormende herfst de baas te blijven. Een ongelijke strijd een strijd, waarvan op voorhand de uitslag bekend is. Van de maandenlange ongerepte, frisse zomerzee van bloemen, resultaat van mijn noeste arbeid, is geen sprake meer. Hier en daar ´toveren` sommige planten, zelfs nu nog, bij wijze van verrassing, nieuwe frisse vrolijke kleurtjes te voorschijn. Een schril contrast met de reeds talloze, eveneens kleurrijke, afgevallen bladeren, takken en bessen. Juist deze contrasten geeft deze ´overgang ` haar charmes. Aan de ene kant stijgt het kwik keurig netjes, keer op keer, zoals de dames en heren weerdeskundigen ons beloven, tot bijna zomerse waarden met veel zon die zich hooguit af en toe sluiert. ´Moslimabewolking` noem ik dat (nieuw Nederlands woord). Aan de andere kant vertelt moeder natuur ons een ander verhaal. Een kleurrijk woordenloos verhaal.
Na maandenlang van jagen en rituele
vogel- en insectenslachting, hebben de althoos, even bemoeizuchtige als nieuwsgierige
Floris en Fleurtje, hun interesses verlegt naar de oh zo leuk ritselende bladerentooi.
Terwijl ik me koester in het zonnetje, kijkend naar, en genietend van hun kostelijke
spel, ben ik bijna geneigd om een kruiwagen vol met deze ´speeltjes`op het
gras te storten. Om weer een beetje ´on speakings terms ` met mijn diepgekwetste tere kattenzieltjes te komen, beloof ik ze deftig en plechtig dat ze mogen helpen met het winterklaar maken van de tuin. Evenals in de lente komt ook hier het nodige spit-, verplant- en zaaiwerk kijken. Hét absolute summum van tuingenot voor broer en zus Mees.
Eenmaal aanbeland bij dé ´mezenapotheose`, wat niets
anders betekent dan het overpotten van planten, leert mijn tweetal mij dat ik
véél te scheutig ben met aarde. Net als in de lente, wordt naar
mezeninzicht het te veel er weer even enthousiast uitgewerkt. Ach, een tijdje
laat ik ze hun gang gaan, tót ik mijn geduld verlies. Zonder pardon bonjour
ik ze naar binnen om alsnog de klus op míjn manier te klaren. Als ervaringsdeskundige
voorzie ik uit voorzorg iedere pot van een enorme hoeveelheid water alvorens mijn
tuindertjes weer naar buiten mogen. Uiteraard is hun eerste gang richting potten,
om vervolgens hoogst verontwaardigd, vrijwel letterlijk af te druipen richting
de poezenbank. Hun ´bekakte smoeltjes` die mij geen blik meer waardig gunnen,
spreken boekdelen. Zowel de tuin in haar ´overgang` als mijn nuffige mezen
leveren prachtig fotomateriaal op. Nazomeren
. op deze manier kan het ´gevecht`
mij niet lang genoeg duren!
|