| |
Piaf en Piaf.
Hoewel trouwe lezers verwachten een vervolg op Speedy en Tijger voorgeschoteld
te krijgen wil ik, in verband met een treurige gebeurtenis, even een tussendoor
verhaaltje doen. We stappen in de tijd vooruit en laten de tachtigerjaren
even rusten. We gaan naar eind oktober 2004.
Via de brievenbus viel er toen op een mijn deurmat een verdrietige mededeling.
Het was een kaart met een briefje van mijn vriendin Francine, met de berichtgeving
dat Piaf was overleden. Nu zult u denken Piaf?? Maar deze Franse zangeres,
bekend als de kleine, grijze mus met prachtige stem, is toch al jaren
geleden overleden? Ja dat klopt, maar ik heb het over een kleine grijze
kat die dezelfde naam droeg als Edith Piaf. Over deze poes wil ik vertellen.
Ik woonde toen al in mijn tegenwoordige woonplaats Lelystad.
|
Het was op een kille februari-ochtend toen ik het tochtgordijn,
dat voor de voordeur hing, opentrok en er twee angstige kattenoogjes
mij door het glas aan de onderzijde van de deur, aankeken. Buiten
op de dikke ruige mat zat een muisgrijs katje. Voorzichtig opende
ik de deur waarop de kat angstig wegrende. Zeker verdwaald, dacht
ik. Mijn oude witte kater Speedy streelde, met zijn ik wil eten
blik, langs mijn benen. Rillend deed ik de verwarming wat hoger
en zette een bakje knabbels voor hem neer. De volgende dag zat de
grijze weer voor de deur. Ook nu verdween hij zodra hij het openen
van de deur gewaar werd. Dit ging zo een week lang door.
|

|
Toen ik, in plaats van de deur te openen, het katje door het raam eens
goed bekeek, viel het mij op dat er om het magere nekje een vlooienbandje
met naamkokertje zat. Met het openen van de deur vloog de grijze
weer weg. Met wat voedsel probeerde ik het katje te lokken. Maar de
grijze kwam pas terug als ik de deur sloot. Duidelijk uitgehongerd,
schrokte de kat het eten naar binnen. Dat herhaalde zich een paar dagen
tot ik de deur niet meer sloot en bij het bakje eten bleef wachten. Aarzelend
kwam de kat dichterbij. De verleiding van het eten was groter dan zijn
angst. Af en toe schichtig opkijkend at hij zijn bakje leeg. Nu zat de
kat dag en nacht voor mijn deur. Na een paar dagen mocht ik hem aaien.
Vol medelijden voelde ik zijn ribben door het magere velletje heen. Een
week later kreeg ik zelfs dankbare kopjes en rolde de kat behaaglijk met
zijn rug over de ruige mat. Ik kwam er achter dat het een vrouwtjeskat
was.
Als enige op het rijtje huizen, had ik een klein halletje met een dikke
mat voor de deur. Zich beschermend tegen de kou was de grijze nu
dag en nacht voor de deur te vinden. Zodra ze hoorde dat ik in de keuken
was, begon ze al hoopvol om eten te schreeuwen. Ze bracht een indringend
geluid voort. Het was net een neusklank. Na een paar weken won ik uiteindelijk
zoveel vertrouwen, dat ik het kokertje kon openen. Tot mijn verbazing
woonde de kat, volgens het briefje, een straat verder. Ik besloot naar
het opgegeven adres te gaan. Op mijn bellen werd gereageerd met een luid
geblaf. Na een snauwerig, "houd je bek", werd de deur
door een mager vrouwspersoon geopend. In haar mondhoek bungelde een sigaret.
Op haar vraag, "Ja wat is er?", vroeg ik: "Is
dat grijze katje van u?" "Ja hoezo? " "Wel uw kat
slaapt al een paar weken bij mij voor de deur en ik geef hem ook iedere
morgen te eten, dus ik dacht omdat ze zo mager is, dat het een zwerfkat
was". Tot ik het briefje in het kokertje zag." Zonder de
sigaret uit haar mond te nemen antwoordde de vrouw, "dat is ze
dus niet, maar sinds we honden hebben wil ze het huis niet meer in."
Ze is waarschijnlijk bang voor de honden," opperde ik. "Nou,
daar mot ze maar aan wennen, ze is toch niet achterlijk". "Nee,
dat denk ik ook niet, maar ze is zo mager, ik heb het idee dat ze toch
bang is. Daarom durft ze niet binnen en mist zo haar dagelijks maaltje."
De vrouw werd duidelijk ongeduldig.
Met duim en wijsvinger schoot ze het restant van haar sigaret rakelings
langs mijn hoofd, in de kleine vijver achter mij. De sigarettenpeuk veroorzaakte
een rimpeling in het levenloze water. "Kijk", zei ze,
"er zit geen vis meer in de vijver, daar hebben die rotkatten
ook al voor gezorgd. Met honden heb je die ellende niet".
Nee, maar wel met reigers, dacht ik, want die dieven hadden mijn vijver
al drie keer leeggeroofd. "Ik had nooit aan een kat moeten beginnen"
ging ze verder. "Trouwens ze is zo mager omdat ze al vijftien
jaar is". Dat vond ik een vreemde opmerking, Speedy was zeventien
en nog steeds op gewicht. Terwijl ze achteruitstapte en de deur sloot,
zei ze misnoegd, "as je hem geen vreten meer geeft, dan komt ze
vanzelf wel weer tuis vreten, tenminste as ze vlug is ander zijn de honden
haar voor". Even later keek ik tegen een gesloten deur aan. Ik
vertelde het voorval aan mijn buurtje. "Ik zou maar oppassen want
het zijn gevaarlijke lui". Het bleek dat haar vriend net vrij
was. Hij had vastgezeten omdat hij had lopen schieten. Ja, wat moest ik
hier nu mee.
Ik besloot het katje geen eten meer te geven. Misschien lukte het dat
ze weer gewoon thuis ging eten. Ik wilde ook geen problemen. Maar dat
was niet zo eenvoudig. Gewend aan haar dagelijkse kostje, stond ze iedere
dag klagend voor de deur te miauwen. Op mijn ksstt, ksst, reageerde
ze niet. Vol onbegrip keek ze mij aan. Een week later ging ik een paar
dagen op bezoek in Den Haag. Ik hoopte, dat als ik er niet was, de kat
misschien wel voorgoed wegbleef. Mijn buurtje zou als gewoonlijk voor
Speedy zorgen. Na een paar dagen kwam ik samen met mijn vriendin Francine,
die een weekje bij mij zou logeren, weer thuis. Toen ik de deur opende
en naar binnen stapte, trapte ik in een laag smurrie. "Gatver,
wat is dat nu?" Het leek wel braaksel. Maar het rook helemaal
niet. Het leek meer op geweekt kattenvoer. Snel ruimde ik het op. De volgende
dag hoorde ik van mijn buurtje, dat er iedere dag een hoop smurrie in
mijn halletje bij de voordeur lag. Ze dacht dat Speedy had overgegeven.
Het was een raadsel. Een dag later werd er lang en nadrukkelijk aan de
deur gebeld. Voor mij stond het magere vrouwspersoon. "Zo doe
je eindelijk eens open?" begon ze strijdlustig. "Ik ben
je nog zo gezegd dat je mijn kat geen vreten moet geven, het is mijn kat
en je blijft er met je poten van af". Afgebluft keek ik haar
aan. "Maar" stamelde ik, "ik heb uw kat helemaal
geen eten gegeven, ik ben net terug uit Den Haag, dus ik was niet eens
thuis". "Oh ja, nou ik heb anders iedere dag kattenvoer voor
je deur zien liggen en die heb ik door je brievenbus naar binnen geduwd.
Maar de volgende dag lag er even zo vrolijk weer kattenvreten, dus hou
je maar niet van de domme. En as je niet ophoudt dan komt m'n vent effe
langs". Ik was verbijsterd maar voelde tegelijk woede in mij
opkomen.
"Nu moet u eens goed luisteren, u beschuldigt mij van iets wat
ik niet heb gedaan en daarbij slaat u tevens een dreigende toon tegen
mij aan. Sorry maar daar ben ik niet van gediend". Verontwaardigd
vervolgde ik: "U mag blij zijn dat ik niet naar de politie of
de dierenbescherming ben gegaan. De manier waarop u dat beestje behandelt
is schandalig". Met haar handen in haar zij antwoordde de vrouw
op luide toon: "as ik die kat in mijn handen krijg laat ik haar
een spuitje geven. Ik geen kat, jij ook geen kat". Francine die
achter mij het hele tumult gevolgd had stoof naar buiten. "Wat
is dat nu voor idioot gedrag?," begon ze uit te varen, "waar
slaat dat nu op?". Voordat er een ordinaire ruzie van kon komen
trok ik Francine naar binnen. Met een klap smeet ik de deur dicht. "Wat
een asociaal mens is dat" zei ik ziedend van woede. "Wat
is dat in godsnaam voor een figuur?", vroeg Francine. Ik vertelde
haar het hele verhaal. Francine, een echte kattenliefhebster, zei: "weet
je wat, ik neem die kat wel mee naar Den Haag". "Nee joh, dat
kan niet, want dan denken ze dat ik er achter zit en krijg ik nog meer
moeilijkheden met dat gespuis".Later kwam ik er achter wat er
in mijn afwezigheid was gebeurd. De buren van verderop, zagen dat het
katje tevergeefs bij mij voor de deur zat en dachten dat ze van mij was.
Omdat het beestje verrekte van de honger, was het ook bij hen gaan bedelen.
Hun kinderen hadden toen brokjes bij mij voor de deur gelegd. Maar de
brutaliteit om die troep door mijn brievenbus te gooien, was helemaal
het toppunt?! Weken lang zat de grijze bij mij voor de deur. Ik
gaf haar nog steeds geen eten. Maar ze hield halsstarrig vol. Op een gegeven
moment probeerde ik haar zelfs te verdrijven door water naar haar te gooien.
Geschrokken holde ze weg. Bij het perkje aan de overkant keek ze me verdrietig
aan. Vol schaamte en tranen in mijn ogen ging ik weer naar binnen.
De volgende dag was ze er weer. Haar achterlijfje viel af en toe om. Ik
zag haar zienderogen achteruit gaan. Mijn hart brak. Ik kon het niet langer
aanzien. Ik wachtte tot het donker was en haalde haar naar binnen. Stiekem
gaf ik haar wat eten in de gang. Ik werd beloond met een tevreden gespin.
Daarna zette ik haar weer buiten. Dat ging een paar weken goed. De
grijze kwam weer wat aan. Maar op een morgen werd ik wakker door een
hoop tumult voor de deur. Daar stond de vriend van het de bazin van de
grijze te schelden. "Kijk," zei hij terwijl hij hardhandig
het poezenbandje van het magere nekje trok, "je wilt die rotkat
zo graag hebben hou er dan maar". Hij gooide het beestje hardhandig
in de bosjes en het bandje er achteraan. Daarna liep hij vloekend weg.
Bij de hoek gekomen riep hij me toe, "als die kat nog eenmaal
voor mijn voeten loopt knijp ik der keel dicht". Met troostende
woordjes haalde ik het angstige beestje uit de stekelige bosjes. "Kom
maar grijze hij heeft het zelf gezegd ik kan je houden," suste
ik het beestje. Ook de intussen hoogbejaarde Speedy accepteerde haar direct.
Kruip er maar bij, dacht hij waarschijnlijk, want na wat heen en weer
gesnuffel kropen ze samen in de kattenmand. Na een paar weken was grijsje
wat aangekomen. Maar wat een probleem om haar binnen te houden. Ze was
een echtte buitenkat en probeerde steeds naar buiten te glippen. Zelfs
in de tuin durfde ik haar niet te laten. Ik was bang dat ze zou ontsnappen
en dan in de handen van haar vroegere baasjes terecht kon komen. Wat haar
dan te wachten stond durfde ik niet eens aan te denken. Uiteindelijk besloot
ik Francine te bellen en haar het probleem te vertellen.
"Wil je haar nog steeds hebben?", vroeg ik. "Natuurlijk,
breng die stumper maar hoor" was haar antwoord. Als een dief
in de nacht, met een doek over de kattenmand, vertok ik diezelfde avond
nog naar Den Haag. Alle 120 kilometers van Lelystad naar Den Haag heeft
ze als een sirene zitten gillen. Bij Francine, terwijl de andere katten
van Francine, Spoekie en Midas, even in een andere kamer waren opgesloten,
werd de grijze uit haar mandje gelaten. Nieuwsgierig besnuffelde
ze alles. Francine had een mandje neergezet. Ze bekeek het even rook er
aan en sprong daarna bij Francine op schoot. Met haar onmiskenbare neusklank
knorde ze er op los. Francine schoot in de lach, "het lijkt wel
of ze een liedje neuriet". Weet je ook wat haar naam is?" "Nee
daar ben ik onder deze onvriendelijke omstandigheden niet achter gekomen".
Het gespin werd sterker. "Het lijkt Edith Piaf wel met een Frans
chanson," zei Francine. We schoten in de lach. " Weet
je, ik noem haar Piaf," zei Francine resoluut. Ik keek naar het
hoopje ellende. Ja, deze naam paste helemaal bij haar. Daar zat ze op
schoot bij Francine haar Franse deuntje te knorren. Een kleine, grijze
mus. Getekend door haar zware leven. En wat later bleek, door alle narigheid,
ook een broze gezondheid. Piaf gaf haar plekje op schoot bij Francine
niet meer prijs. Toen Spoekie en Midas kennis kwamen maken, liet ze zich
even blazend besnuffelen en liet duidelijk merken dat dit haar plekje
was en het niet meer af wou staan. Zelfs niet toen later Bas, de hond
van Ferenc, een van de zonen van Francine, zijn intrede deed. Nee ze liet
zich niet meer verdrijven ze had eindelijk haar paradijsje gevonden.
In datzelfde jaar in augustus werd Piaf ernstig ziek. Ze bleek aan een
vlooieninvasie te lijden. Bovendien had ze astma. Maar door het doorzettingsvermogen
en de liefdevolle verzorging van Francine sleepte Piaf zich door deze
ellende heen. In de jaren daarna bleef ze een zorgenkatje maar genoot
intens van de liefde om haar heen. Als het maar even kon zat ze uren lang,
haar grijze lijfje koesterend in de zon, op haar geliefde plekje bij de
rozenstruiken in de tuin. Op een dag, bij een van mijn bezoeken aan Francine,
toen we genoten van het zonnetje in haar tuin, zat Piaf weer op haar favoriete
plekje. Soms noemde Francine haar liefkozend mijn kleine "Piepie".
De twee andere katten, Midas en Spoekie lagen, na een half uurtje rennen
om elkaar te pakken, waarbij de oude dame Piaf vanaf afstand toekeek,
uit te puffen in de schaduw. Francine stond op en streelde even het grijze
kopje van Piaf. Meteen begon ze weer haar franse deuntje te spinnen. "Hoor",
zei Francine op de rozen en Piaf wijzend, "de grijze mus zingt
haar chanson weer "La vie en rose".
Francine, zelf een voortreffelijke zangeres met een dijk van een stem,
zong zachtjes het beroemde chanson van Edith Piaf.
 |
Quand il me prend dans ses bras
Qu'il me parle tout bas
Je vois la vie en rose il me dit des mots d'amour
Des mots de tous les jours
Et ça me fait quelque chose il est entré dans mon
cur
Une part de bonheur
Dont je connais la cause
C'est lui pour moi, moi pour lui, dans la vieIl me l'a dit, l'a
juré, pour la vie
Et dès que je l'aperçois
Alors je sens en moi
Mon cur qui bat
|
Dat beeld van die mooie dag in de tuin van Francine kreeg
ik voor ogen, toen ik het kaartje met het begeleidend briefje van haar
las.
Natuurlijk belde ik Francine direct op. Uiteraard was ze erg verdrietig
maar ik zei, "ze heeft ondanks de narigheid die ze heeft ondervonden,
nog prachtige jaren bij jou gehad. En waarschijnlijk de leeftijd van bijna
18 jaar bereikt". Want het bleef gissen hoe oud het beestje was.
Vlak bij de rozenstruiken is Piaf begraven. Een kleine grijze kat in een
kleurrijke rustplaats.
Buiten haar zangkunst is Francine nog meer talentvol. Ze kan
namelijk ook prachtig tekenen. Toen ze mij, een paar weken geleden
een tekening van een roos, vervaardigd in veegkrijt, opstuurde,
moest ik weer even denken aan
"La vie en Rose", de kleine grijze Piaf en aan Edith
Piaf.
Daarom heb ik de beide Piaf's voor Francine bij haar tekening
van de roos gevoegd. Gewoon met behulp van de fotoshop op mijn
pc. Ik ben niet zo talentvol.
Francine is dat wel. Ze is een "multi artieste". Maar
haar grootste talent schuilt in haar liefde voor dieren. Daarom
dit tussendoor verhaaltje voor Francine. Een rozenzoete herinnering.
|

|
Anja Haasbeek


|