|
| |||
|
Plukkie kwam steeds op straat terug. Zo, mijn schooldag zat er weer op, eindelijk naar huis. Toen ik naar buiten liep zag ik dat het behoorlijk goot, dus alle plastieken anti-regen spulletjes werden uit de fietstas geplukt. Bah toch! Onderweg naar huis ging het steeds harder regenen en ik besloot het laatste stuk maar te lopen. Het was gewoon geen doen meer. Als ik was blijven fietsen, zou mij iets zijn ontgaan, wat ik voor geen goud had willen missen. "Alsof het weer zo heeft moeten zijn", dacht ik later. De laatste meters naar mijn huis liep ik met mijn fiets aan de hand over de stoep. De regen kletterde op de trottoirtegels en op mijn regenkapje, maar toch hoorde ik nog iets anders. Dat kon niet waar zijn een mauwend katje. "Jemig met dit hondenweer een kat buiten zetten .welke idioot doet nou zoiets?" Ik keek om me heen en zag in de tuin van de buren van onze buren, een klein koppie onder een struik uit kijken. Het katje was drijfnat en zat radeloos te miauwschreeuwen. Ik pakte het op en droeg het in mijn enige nog vrije hand naar huis. Mijn ouders stonden nu niet bepaald te juichen, want we hadden er al zes, dus werd er besloten om een goed tehuis te zoeken voor deze ongewilde asielzoeker. Reina, de dochter van onze buurvrouw, had wel interesse. Zodat mijn kleine vondeling, met enorm protest en tegenzin van mijn kant, ter adoptie werd afgestaan. Daar ging mijn leuke, kleine siepertje de deur uit. Ik was 13 jaar, dus had niets te willen, want je ouders zijn dan de baas. Dat zijn zo van die momenten in je leven, waarop je besluit om nooit meer iemand je verdere leven te laten overheersen. Mijn opstandigheid werd toen geboren. Reina zou mijn lieveling een aantal weken binnen houden om te wennen, maar drie dagen later zat het diertje alweer voor op onze tuinbank. Ik pakte hem op en zag dat er een knik in zijn staartje zat, bracht hem terug naar Reina en zij vertelde dat het staartje tussen de koelkastdeur was gekomen. "Nou een goed begin", dacht ik nog. Een aantal dagen later keek ik s'morgens vroeg om zeven uur uit de voordeur, om te zien of de bakkerij aan de overkant zijn poort al open had staan, om verse broodjes te halen.
Ik ging naar school, maar mijn dag was kapot. Ik was kwaad en verdrietig
tegelijk en kreeg een hekel aan mijn ouders. Wilde niemand meer zien,
ook mijn vriendinnetje niet en trok me terug op mijn kamertje. Er ging
ongeveer een week overheen, ik liep van school uit de straat in, toen
mijn vriendinnetje me riep: "Kom eens binnen kijken, ik heb iets
heel leuks", dus ik liep met haar mee naar binnen. Mijn verbazing
was enorm, toen ik daar op de grond, op een kussentje voor de kachel mijn
siepertje zag liggen. "Die heb ik gevonden op straat en ik mag
hem houden van mijn moeder", zei mijn vriendinnetje. "Dat
is mijn katje", riep ik verontwaardigd . "Ik heb haar
het eerst gevonden, ze is van mij en niet van jou". Ik graaide
het katje van het kussentje af, drukte haar tegen me aan en rende de deur
uit, mijn vriendinnetje en haar ouders verbouwereerd achterlatend. Hardlopend
ging ik naar huis, met die kleine stakker die nu al voor de vierde keer
van de straat was geraapt. Bang achterom kijkend, of mijn vriendinnetje
me achterna zou rennen, om hem af te pakken. "Die Reina is een
rotwijf", riep ik hardop in mezelf. Thuis gekomen keek me moeder
me aan met een blik van: "Alweer?". Ik stotterde alles
huilend door elkaar en zei tegen mijn moeder: "Als ik hem nu niet
mag houden, loop ik weg van huis, kom ik nooit meer terug en ik neem dit
kleine "Plukkie" mee. Dan zien jullie me nooit meer !!!!"
Na al die moeite mocht ik hem eindelijk dan toch houden. Reina heb ik
nooit meer gedag gezegd, ze was gewoon lucht voor me als ik haar tegenkwam
en mijn vriendinnetje kreeg van haar ouders een ander katje, gelukkig.
Kinderjaren kunnen soms heel zwaar zijn, voor sommige kinderen dan, kinderen
zoals ik
....
|