Lady


Hannibal


Bontje

Door de poezenjaren heen.

Wij, O en ik, gingen voor het eerst samenwonen en wilden een poes als huisdier. Daarvoor gingen we naar het asiel in Amsterdam Oost. Daar zag ik een cypers-bruine zitten in een hok, die ik wel zou willen hebben. Dit, omdat mijn oma vroeger altijd cyperse katten in huis en tuin had rondlopen en dat vond ik toen al hele mooie beesten. Maar, daar hoorde wel een andere kat bij! Hoewel we niet gelijk aan twee katten dachten, leek het ons toen toch een leuk idee. Volgens het asiel waren ze met z'n tweeën komen aanlopen en daarom dacht men, dat ze bij elkaar hoorden. Ze wisten ook niet precies hun leeftijden, maar konden dat wel een beetje schatten. Dus begonnen wij meteen met twee katten, een mannetje en een vrouwtje.


Moortje

Het mannetje was ongeveer zes jaar oud en het vrouwtje vier jaren jong. Ik heb eindeloos over namen zitten nadenken, want de namen die ze hadden, vond ik maar niks. Uiteindelijk werd het Snuf en Snuitje, genoemd naar de boeven in de tv-serie Pipo de Clown. Snuf was het vrouwtje en Snuitje het mannetje.


Poeskas

Op een gegeven moment wou O. toch wel ontzettend graag een jong poesje, maar dan wel een pikzwarte. Zo een had hij vroeger thuis ook gehad. Dus heb ik voor hem stad en land afgezocht, naar een pikzwart, jong poesje. Winkel in, winkel uit. Ze hadden allemaal wel jonge poesjes, maar geen zwarte en dat wou O. nou eenmaal graag. Totdat ik in een winkel kwam, die wel een jong, pikzwarte poesje te koop had. Die heb ik toen gelijk maar gekocht. Het was een mannetje! O. wou hem Moortje noemen, omdat die vroeger thuis ook zo heette. We lieten hem eerst rustig aan het huis wennen, dus niet meteen bij de andere twee beestjes. Daarom zette we Moortje eerst in de slaapkamer. Daar zat ie wel helemaal alleen, wat we eigenlijk ook wel een beetje zielig vonden.


Rakker

Dus, hup op zoek naar een ander jonkie. Dat werd Poeskas!, ook een mannetje.

In die tijd werkte Ik op de poezenboot en daar zat een poes, die bang was voor iedereen, behalve voor mij. Zij zat in een aparte ruimte, waar ik werkte. Toen ik in een andere ruimte ging werken, zag ik haar niet meer zoveel, terwijl zij voor alles en iedereen bang bleef. Ze was inmiddels weer net zo bang als in het begin. Iets, wat ik haar juist een beetje had afgeleerd! Daarom vond ik dat zij maar met mij mee naar huis moest. Zodat ik toch iedere dag weer bij haar kon zijn en het vertrouwen zo weer een beetje terug kon winnen. Zo kwam dus vrouwtje Bontje bij mij thuis. Op de poezenboot werkte ik in de ruimte waar poezen kwamen, die niet meer geplaatst konden worden.


Wammes

Zo kwam er een poesje binnen, met van die witte streepjes onder haar ogen, zoals mijn vader die heeft, als ie in de zon heeft gelegen en te lang z'n zonnebril heeft opgehouden. Op haar viel ik door haar mooie snuitje. Ik gaf haar een compleet nieuwe naam, Beertje. Zo vond ik haar er nou eenmaal uitzien. Alleen, ze was compleet onhandelbaar. Vandaar dat ze in de ruimte zat, van niet plaatsbare katten. Op een gegeven moment zou ze zelfs een spuitje krijgen. Natuurlijk mocht dat van mij absoluut niet gebeuren met Beertje. Eigenlijk vind ik dat geen enkele kat het leven uitgespoten mag worden. Maar sowieso Beertje niet, want zij was heel speciaal voor mij. Daarom heb ik haar ook mee naar huis genomen.


Beertje

Ooit hoorde ik via via, dat iemand haar kat kwijt wilde. En diegene wist weer van mij, dat ik wel een kat wou hebben. Zo kwam ik aan Hannibal. Zij was een vrouwtje, egaal grijs. Ik noemde haar Hannibal, omdat ik die naam sowieso erg mooi vind. Maar ook omdat de vader van een tante, voor mij een soort opa, een poes had die ook zo heette en er ook nog eens hetzelfde uit zag. Een vriendin van mij maakte eens een opmerking ,of ik Wammes zou willen hebben. Ik dacht dat zij een grapje maakte en reageerde daar dus ook meteen op, met: "ja, natuurlijk!". Maar zij meende het serieus! Natuurlijk zou ik haar kat wel willen hebben, alleen wist ik hoe gek zij op dat beest was. Ik wou zéker d'r diertje niet van haar willen afpakken. Maar zij ging verhuizen en samenwonen met een partner die niet van die kat hield. Dus, of ik nu goed voor 'm wou zorgen. Natuurlijk wilde ik dat wel. Al was het alleen maar voor mijn vriendin.


Smurf

Zo ben ik dus aan Wammes gekomen. Dat was weer een vrouwtje.

Ik wou er weer eens een poes bij! Maar als je zoekt, dan vind je niks. Men wist dat ik weer een kat wou en dat ze mij altijd een seintje konden geven. Zo gebeurde het en kwam ik zo aan Lady. Zij heette al Lady en was pikzwart. Daardoor vind ik die naam wel bij haar passen.

Als laatsten heb ik Smurf en Rakker gekregen, omdat ik op een gegeven moment er weer een kat bij wilde hebben. De mensen waarvan ik Lady had, wisten dat Rakker en Smurf bij iemand weg moesten. Zij vroegen mij, of ik voor die twee een goed tehuis wist. Spontaan zei ik meteen: "Ja, hier. " ! Hoewel ik er eigenlijk maar één bij wilde. Twee was gelijk weer zoveel, wat ik dus ook zei. "Maar ja, Rakker en Smurf horen bij elkaar", werd mij meteen gezegd. Oké..., dan maar twee. Ik ben immers al zo lang op zoek en het blijft moeilijk, om aan leuke katjes te komen..... dus, waarom niet. Zo kwam ik dus aan Smurf en Rakker. Op dit moment heb ik alleen nog: Poeskas, Moortje, Lady, Rakker en Smurf.


Snuf


Snuitje

Ariane, namens haar katten-kinderen