| | Sneeuwpret?
Eigenlijk
moet ik verder schrijven aan mijn Speedy story. Maar door het vallen
., nee
niet van mij, maar van al die pakken sneeuw, wil ik toch graag weer even een tussendoor
verhaaltje kwijt.
"Maart roert zijn staart en April
doet wat ie wil." Aan deze gezegdes moest ik namelijk denken, toen we
in verband met een matige winter half ingedut richting lente slofte en door de
grillige natuur plotseling begin maart verast werden met een pak sneeuw. Een witte
sprookjeswereld was het resultaat. Dat veroorzaakte, getuige foto's in diverse
dagbladen, veel sneeuwpret voor kind en dier. Honden zag je dartelen in de
sneeuw of trokken kinderen met rode konen voor op sleetjes. Katten maakten rare
bokkensprongen en hadden duidelijk pret. Maar sneeuwpret is niet voor alle dieren
weggelegd. Neem nu onze zwerver, Oudje gedoopt. Van de zomer lag hij ineens
onder het, door ons zelf geplaatste kerstboompje, in het perkje voor ons huis.
Zijn achterlijf viel om. Ik probeerde hem te helpen. |

|
Hevig blazend hield hij mij op afstand. Kennelijk had hij het niet
zo op mensen. Alleen een schoteltje eten dat ik, met kans op een flinke haal,
naast hem kon schuiven werkte hij, duidelijk uitgehongerd, naar binnen. Na een
paar dagen kon hij, hoewel wankel, weer staan. Ik probeerde wat nader tot hem
te komen. Hij liet het niet toe. Iedere morgen zat hij daarna op de deurmat te
wachten op zijn eten. Zodra ik de deur open deed, vloog hij weer onder de takken
van zijn veilige schuilplaats.

|
Pas als ik de deur sloot, sloop hij met een schuine blik op de
voordeur gericht, voorzichtig terug naar de deurmat om zijn maaltje naar binnen
te werken. Een aantal maanden later was hij zo ver dat hij, als ik de deur opende,
op een afstandje bleef zitten. Dat ging dan wel gepaard met zijn geblaas, maar
dat klonk niet vals. | Terwijl zijn ogen heel vriendelijk
stonden, maar waar ook een zekere treurigheid uit sprak, was het meer het geblaas
van: "Ik meen het niet echt hoor, het is alleen uit voorzorg".
Ik respecteerde dat. En begreep dat het beest duidelijk nare dingen had meegemaakt,
waardoor hij alle vertouwen in mensen had verloren. Toen de winter aanbrak
lag hij voor wat beschutting nog steeds onder de takken van het kerstboompje.
Ik zette in ons portiek een warm mandje neer. Maar dat was te dicht bij huis.
Dat vertrouwde hij niet. Ik begreep als ik hem niet hielp, hij de winter niet
zou overleven. Daarom besloot ik hier wat aan te doen en zocht naar een oplossing.
Bij de kringloopwinkel kocht ik een grote kunststof afvalbak. Het deksel er af
gesloopt en de bak op zijn kant onder de takken van het boompje geschoven. Binnenin
had ik een dik kussen met daarop een schapenvachtje, een oud overblijfsel van
een autostoelhoes, gelegd. Als afdakje over het geheel een grote plank voor het
inregenen. Ik was benieuwd of hij dit zou accepteren. Mijn eigen verzonnen creatie
had ik namelijk precies op zijn vaste plekje en dus schuilplaatsje gezet. Drie
dagen zag ik hem niet en had ik er eigenlijk al spijt van, dat ik hem door mijn
bemoeienissen kennelijk had verjaagd. Maar ineens was hij er weer. Voorzichtig
werd 'de boshut' aan een grondig onderzoek onderworpen. Uiteindelijk werd
deze goedgekeurd, waarna hij als een tevreden bewoner bezit nam van zijn nieuw
onderkomen. En nu met dit onverwachte pak sneeuw, is hij dik tevreden met zijn
warme schuilplaats. Net als in het kerstverhaal heeft hij zijn eigen stalletje
gevonden. Zelfs de kerstboom ontbreekt niet. Ik mag hem nog steeds niet
aaien en word nog altijd met geblaas begroet. "Ja, het is goed hoor
oudje," stel ik hem gerust, "hier is je hapje, ik heb het even
in de magnetron gewarmd, heb je een lekker warm buikje". Op veilige afstand
kijkt hij mij met zijn oude oogjes dankbaar aan. Zijn verschrompelde oortjes en
de achtergebleven littekens op zijn oude bastje, getuigen van een veelbewogen
leven. Geen vertrouwen meer in mensen? Ik kan hem geen ongelijk geven. Als je
het dierenleed, wat nog steeds in onze samenleving speelt, in aanmerking neemt,
ben ik het volkomen met hem eens. Iemand heeft eens gezegd: "De wijze
waarop men de dieren behandelt, kan men iemands beschaving meten". En
dat is een waar woord. Als ik weer moet lezen dat er door de een of andere lafaard
ergens een pony of paard voor de lol is mishandeld denk ik, er zijn meer beesten
onder de mensen dan onder de dieren.
Als ik de deur sluit loopt oudje, ietwat
stram in zijn achterpoten, naar zijn bakje met eten. Zijn verfomfaaide vacht is
smerig van de moddersneeuw. Hij rilt even. Dan heft hij zijn kopje op. Achter
het glas van de voordeur knik ik hem bemoedigend toe. "Ga maar lekker
eten hoor," roep ik hem toe. Gerust- gesteld begint hij aan zijn maaltje.
Even later ligt hij weer tevreden in zijn privé onderkomen. Vertouwen moet
je winnen. Ik denk dat het mij wel zal lukken................ Oudje en ik hebben
de tijd. | 
|


|