|
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Zodra ik mijn computer opstart, verschijnt de verontwaardigde kattenkop van onze witte kater, Speedy, op het beeldscherm. Boos kijkt hij mij aan. Boos omdat ik hem, net voordat deze foto werd gemaakt, had geplaagd. Door het beledigde smoelwerk dat hij toen trok, lag ik slap van de lach.
Maar eigenlijk heb ik dit geheugensteuntje niet nodig, want ook zonder
PC blijft hij altijd in mijn gedachten. Over deze unieke kat wil ik graag
wat schrijven.Het is vandaag 17 December 2002, precies een jaar geleden
dat mijn zoon Tony en ik, voorgoed afscheid van hem moesten nemen. Het
is ons beiden zwaar gevallen, want bijna negentien jaar verblijdde hij
ons huisgezin met zijn aanwezigheid. De nieuwe huisgenoot Het was een klein, pluizig wit bolletje, dat net mijn hand vulde. Met grote blauwe, glimmende oogjes keek het me aan. Het kleine bekje opende zich en angstig klonk het "Miauuuuwww".
Zachte woordjes fluisterend drukte ik het pluizenbolletje tegen mij aan. Langzaam werd het trillen minder en een knorrend geluidje maakte plaats voor het angstige miauwen. Wijd opende het bekje zich en maakte geluidjes. Geeuwend nestelde het pluisje zich in de holte van mijn arm. Alsof het zich had verzoend met de nieuwe situatie, sloot het de oogjes en sliep in. Wij hadden een nieuwe huisgenoot. Nu nog een naam bedenken! De kennismaking
Met een hoog ruggetje en een dikke staart blies pluizenbol in de richting
van de grote kat. Toen Tijger zo dicht was genaderd dat er een grote schaduw
over hem viel, hield de kleine, witte pluis het voor gezien. Sneller dan
het geluid spoot hij onder veel geblaas en gebrom, weg. Van onder een
stoel keek hij angstig waar dat grote monster toch was gebleven. Tony
zei, "het lijkt Speedy Gonzales wel". Toen wisten we
meteen een naam voor de pluizenbol "Speedy". Ten eerste, omdat
hij zo snel was en ten tweede, omdat er in die tijd een schoonmaakmiddel
was met dezelfde naam. Volgens de reclameboodschap, maakte dit wondermiddel
alle witte tegels weer helder en spierwit schoon. En hagelwit was onze
pluizenbol. Vertederd keek ik naar het hoopje kat, dat nog steeds vanuit
zijn veilige positie die grote knorrepot van een kater bekeek. Die op
zijn beurt weer met verbazing keek naar dat witte katje, het was toch
niet toevallig een muis? Daar moest hij het fijne van hebben. Nieuwsgierig stak hij zijn kop onder de stoel om poolshoogte te nemen en dat vreemde wezentje eens even goed te besnuffelen. Een venijnig geblaas en een haal over zijn neus bekoelde al snel zijn animo om de kennismaking voort te zetten. Met een diep gegrom keerde hij zich om en verdween met hooghartige blik retour keuken. Terwijl hij mij passeerde keek hij me aan met en blik van, "dit kan je me niet aandoen" en verdween onder een soort verontwaardigd kattengemompel grommend en blazend om de hoek.
Tijger was bang dat hij zijn pas verworven plaats in ons huisgezin zou kwijtraken. Een paar maanden voor Speedy bij ons kwam, was Tijger vanuit een dierenasiel bij ons gekomen. Vroeger had ik altijd katten gehad, maar omdat mijn man duiven hield, was ik er niet meer aan begonnen. Ten eerste was mijn man als duivenmelker geen echte kattenliefhebber. Ten tweede was hij bang dat de katten op het dak zouden komen, waar de duiventil zich bevond. De levende duivenwaar zat daar als hapklare brokken voor het grijpen! Maar toch miste ik een kat om mij heen en zei tegen mijn
man, "je zorgt maar dat je een afrastering maakt bij het dak,
zodat er geen kat vanaf het balkon naar boven kan komen, want ik wil weer
een kat". Na vele discussies waarin ik vaak het onderspit moest
delven, was ik nu niet meer van mijn besluit af te brengen. Mijn standvastigheid
werd gevoed door de wetenschap, dat de witte kat van kennissen van ons,
gezinsuitbreiding stond te wachten. Jaren geleden had ik ook een witte
kat gehad: "Witkwast" en nu wilde ik er dolgraag weer een hebben.
kattenhater op het dak voorbijgaand, "waar één
kat is kunnen er ook twee zijn. Het is wel leuk om een jong katje te hebben,
maar laten we dan ook een oude stumper uit het asiel halen. Dan verrichten
we nog een goede daad". "Wanneer?", vroeg mijn
zoon hoopvol, "nu", zei ik resoluut, en voor mijn eega
weer naar beneden kwam, smeerde ik hem met zoon Tony naar het asiel in
Nootdorp. Daarvan had ik in een wekelijkse artikel in de Haagsche Courant
gelezen, dat er een oude kater zat die niemand wilde hebben. Bij het asiel
aangekomen, werd ons verteld dat de oude kat net geplaatst was. "Oké"
zei ik, "dan niet". "Maar wacht even", zei
de man achter de balie, die bijna een aspirant voor de plaatsing van een
van zijn asielkatten zag verdwijnen. "Ik heb nog een oude kat
die hier al maanden zit, misschien wilt u die wel hebben?". "Even
kijken mam" zei Tony enthousiast. Ik stemde toe. Begeleid door veelstemmig geblaf van enkele pensiongasten, werden we
naar achteren geleid, waar hartverscheurende geluiden ons tegemoet kwamen.
Kattenkopjes, huilden ons to: "neem mij mee!". Andere
katten, presenteerden zich zonder geluid als volleerde mannequins met
verleidelijke strijkages tegen de tralies.
"Hoe oud is hij", vroeg ik, "ongeveer
tien jaar, hij liep te zwerven, verder is er niets over hem bekend. Hij
zit hier nu al bijna een jaar". De Cyperse liep intussen weer
terug naar het hoekje in zijn kooi. Met een zucht rolde hij zich op alsof
hij dacht, "helaas weer loos alarm". "Ik neem
hem", besloot ik en vroeg aan de man "kan ik hem gelijk
mee nemen?" "Eigenlijk niet", antwoordde de man, "hij
moet nog langs de dierenarts, voordat hij geplaatst mag worden, maandag
misschien?!"
En Tijger dacht, "wie het laatst lacht lacht het best!!"
Vriendjes Nadat Tijger eindelijk bij ons was ingeburgerd en had geleerd
om uit de buurt van mijn man te blijven, stond opnieuw zijn kattenleventje
op z'n kop. Nu moest hij zijn plaats in het gezin gaan delen. Het onderwerp
van zijn misnoegen, Speedy, burgerde zich al snel in en nadat hij door
had, dat er niets van die grote lobbes was te vrezen, gooide hij het over
een andere boeg.
Later werd er een compromis gesloten. Speedy mocht tegen de warme buik
van Tijger liggen, maar zodra hij wilde tullen, sloeg Tijger er gelijk
boven op. Hij wilde wel pleegvader zijn, maar geen pleegmoeder. Speedy
nu ook gewend aan kattenbrokjes en vlees, verloor al gaandeweg zijn adoratie
voor het moedermelken en had een ander slachtoffer gevonden, mijn man.
Hoewel hij constant bars tegen de katten schreeuwde, "opgesodemieterd"
en Tijger daar prompt op reageerde, liet Speedy zich niet uit het veld
slaan. Doof voor alle verwensingen, bleef hij mijn man achterna lopen.
Jaloers zag ik vanaf een afstandje de liefde die Speedy, om onverklaarbare
redenen, ontwikkelde voor mijn stugge, kattenhatende man. Speedy groeide als kool en was dagelijks alles in het huis aan het verkennen.
Bij mijn man kon Speedy geen kwaad meer doen, het was zijn kat. Tijger
bekeek het van een afstandje en vond het al lang best, als hij zijn rust
maar had, en niet steeds werd lastig gevallen door dat kleine opdondertje.Tijger
was ook helemaal niet jaloers, op de aandacht van mijn man voor Speedy.
Hij nam genoegen met af en toe een aai over zijn kop, zelf gaf ie aan
alles en iedereen zijn liefde weg, zelfs aan een stoel. Nee, Tijger was
nu helemaal met de situatie verzoend en was dik tevreden! Opvoeding Tijger probeerde, als pleegvader, Speedy wat trucjes bij
te brengen. Als je keurig netjes op de poef gaat zitten en heel lief je
baasjes aankijkt, dan krijg je meestal wel wat lekkers. Of vragen, "heb
je soms honger???" Speedy deed Tijger echt
|