|
| |||||
|
Toch nog een goede doorstart. Toen ik mijn poezenkind voor het eerst ontmoette, was het een brokje wanhoop van nog geen zes weken. Ik hoorde van haar voorgeschiedenis en mijn hart huilde om haar, want die was niet zo mooi. Zij was namelijk zwaar mishandeld en een van de gevolgen was, dat ze een dubbele breuk in haar staart had. Degene bij wie ik haar leerde kennen, mijn pleegdochter, had haar al bij de mishandelaar weggehaald. Ik wilde haar graag mee naar huis nemen, liefde geven en goed voor haar zorgen. Omdat mijn pleegdochter wist hoe ik met dieren ben, kreeg ik haar mee als verlaat verjaardagscadeau. Dat was 24 oktober 1999 en mijn poezenkind is van 17 september 1999. Bij thuiskomst gaf zij het huis haar eigen geur door een plasje te doen. En omdat ik niets meer voor katten in huis had, heb ik in allerijl een kattenbak in elkaar geflanst, haar erop gezet en gezegd dat ze daar haar behoefte op kwijt kon. Sinds dien is zij zindelijk. Doordat zij veel pijn had aan haar staart, vond ik wel eens een kattendrolletje in huis. Ik ben met haar naar de dierenarts gegaan en die heeft mij verzekerd dat hij haar pijn kon weghalen door haar staart voor een deel te amputeren. Daarom heeft zij nu een lief klein staartje.
Ze wil nog steeds niet veel van mannen weten, maar maakt voor enkelen een uitzondering. Zoals voor mijn zoon, schoonzoon en zwager.
Frieda Staa.
|