Tijdens de verbouwing zijn mijn helden gesloten.

Jemig, ik moet hoognodig weer een vervolg schrijven op mijn Speedy story.
Maar, langdurig ziek en een operatie hebben mij tamelijk lang op non-actief gezet. Juist gisteren ben ik er toch weer mee begonnen. Met de bedoeling het de volgende dag af te maken. Helaas, er werd weer een streep door mijn goede voornemens gehaald. Ik werd gebeld door de woningbouw. Of de werklui bij mij, morgen in plaats van volgende week, aan de slag konden gaan. Onder het motto, ik kan al die ellende maar achter de rug hebben zei ik: "ja hoor, laat ze maar komen". Tussen de bedrijven door hoopte ik mijn Speedy vervolg toch af te kunnen maken. Helaas, dat lukte niet. Ik kon mij niet concentreren met al die herrie om mij heen. Maar het heeft wel geresulteerd in het volgende verslag. Hierbij dus een tussendoor verhaaltje, waarbij jullie kennis maken met mijn tegenwoordige huisgenoten. Mijn helden Boy en Rhett.

De renovatie
Vandaag is het zo ver. Alle deuren en ramen staan open. Door de woningbouw worden nieuwe luchtroosters geplaatst. Tevens de buitenboel geverfd, het balkon vernieuwd en enkele ramen vervangen. Allemaal rommel en herrie om mij heen. Aan de tuinkant staat er een figuur op een ladder op de muren te kleunen, alsof hij er doorheen wil. Dat is om de oude roosters te verwijderen. Zittend achter mijn PCtje vliegen de schroeven om mijn hoofd. Aan de voorkant staat er een de wanden van het te balkon te verwijderen en een vernieuwd plafond aan te brengen waarbij ik, buiten het klopboormachine geluid, ook nog wordt getrakteerd op ene Hazes uit de meegebrachte radiotransistor. "Ik heb hier een brief van mijn moeder…" De met ijsmuts getooide timmerman kweelt luidkeels mee. "Breng die verdomde brief dan een keer naar die hemel", denk ik tandknarsend, waarvan ik onmiddellijk weer spijt krijg, aangezien de timmerman zowat een duikeling van zijn trapje maakt en bijna over de balkonrand kukelt. Had ie bijna samen met André die brief kunnen brengen.

Beneden bij de bijkeuken is de hele zijruit verwijderd, waarbij ze maar meteen ook de plankjes hebben weggehaald, waar ik altijd wat spulletjes op zet. Het heeft mij een half uur gekost om het, "ikke niet begrijpe fuguur", aan zijn verstand wist te brengen, dat die plankjes weer terug moesten komen. Hoezo: "Wij allemaal moette die Nedelandse prate!!!"

De voordeur staat wagenwijd open, aangezien daar de schilder met een schuurmachine verf aan het verwijderen is. Op zijn hoofd heeft hij oorwarmers. Ik kwam er later achter, toen ik vroeg of de hij en zijn medekompanen misschien een kopje koffie bliefde, waarop hij totaal niet reageerde, dat de oorwarmers tegen het lawaai waren. Zogezegd om zijn trommelvliezen te beschermen. Om toch toe te komen aan de broodnodige arbeidsvitamine, heeft de schilder óók een radiotransistor bij zich, die duidelijk drie keer zo groot is dan die van een etage hoger, waaruit Hazes is te horen. De schilder, duidelijk een aanhanger van The Great Sixties, heeft zijn soundblaster voluit staan om, kennelijk de bescherming van zijn oorwarmers te testen. Loeihard knalt Elvis's "Return to Sender" het luchtruim in, om het op te nemen tegen de ongeposte brief van Hazes. Elvis wint!!!

Langzaam aan verandert mijn huis in een ijspaleis. En ik in een ijspegel. Overal tocht. Steeds als ik een deur sluit, gaat als een duveltje uit een doosje aan de andere kant er weer een open. De verwarming draait boven maximum, terwijl het maar niet warmer wordt. Met drie dassen om en mijn jas aan, zit ik met verkleumde handen een mailtje naar mijn vriendin te tikken, om mijn sores kwijt te kunnen. De katten zijn nergens meer te bekennen.

Toen er al om acht uur aan de bel werd getrokken, vloog Boy naar boven en weer naar beneden, toen er een manspersoon met hamer voor het raam verscheen. Rende van angst weer naar boven de slaapkamer in, toen de schilder aan zijn karwei begon. Maar daar was hij ook niet veilig, toen daar ineens vanaf het balkon de deur open ging en er een boef met bivakmuts verscheen. Met ogen als theeschoteltjes vloog de stumper weer langs mijn heen. Ik weet nu niet meer waar hij is.


Rhett, eerst als een getergde tijger vol grootdoenerij al grommend tegen deze invasie protesterend, zocht ook het hazenpad toen de stekkers in het stopcontact gingen en er een combinatie van boren, slijpmachines en transistors mijn huisje binnendrong, waar mijn geruststellende, "kom maar hier lieverd," totaal in verloren ging. Het is nu gelukkig weer even stil. Ze hebben pauze. De linnenkast gaat langzaam open. Voorzichtig komen mijn twee helden op vier sokken weer tevoorschijn.

"Nou van jullie heb ik, als ik belaagd word door een inbreker, ook niet veel te verwachten," meesmuil ik ze toe. Een hooghartig trillen met hun staart is het antwoord. Liefkozend strijken ze langs mijn benen. Eten? Is uit hun vertederende oogjes te lezen. Nou vooruit maar! Ik zie dat ik het laatste blikje pak. Pffftt!! Moet ik dadelijk ook nog naar de winkel. Het smulfeest is niet voor lang.

Rhett heft zijn kop op, spitst zijn oren en richt grommend zijn blik op de voordeur. De werklieden zijn weer in aantocht. Boy totaal op Rhett ingespeeld is al, voordat Rhett nogmaals kan grommen, meteen de linnenkast weer ingedoken. Eerst wil Rhett zich niet voor de tweede keer verschut zetten, door zich als een angsthaas te gedragen en gaat zelfs als een soort bescherming voor mij staan. Niet voor lang. Zodra de deur open gaat en de schilder gewapend met verf en kwast binnenkomt, vliegt ie tussen mijn benen door naar veilige haven, de linnenkast dus. Daar zitten ze nu bibberend de ondergang van hun poezenwereldje af te wachten. De Schijters!!

Het is nu bijna vier uur, dadelijk als de werklui weg zijn, zal ik maar wat te bikken voor ze inslaan. Ik vraag me af of er ergens ook heldenvoer te koop is. Dat kunnen ze goed gebruiken, mijn poezelige helden….